Misdadige wetenschap moet bestraft

Geleerden moeten strafrechtelijk verantwoordelijk worden gesteld voor het werken aan verboden wapens, vindt M. Gregg Bloche.

Zeshonderd jaar geleden deden de Tataren in een poging de handel op de Zijderoute te beheersen een ongebruikelijke aanval op de Zwarte-Zeehaven Kaffa: ze katapulteerden de lijken van slachtoffers van de builenpest over de stadsmuren. Inwoners van Kaffa kregen de ziekte. Een aantal stedelingen vluchtten over zee en de Middellandse-Zeesteden die hen toelieten werden getroffen door verwoestende pestuitbarstingen. Volgens sommigen was de Zwarte Dood, die bijna een derde van de bevolking van Europa het leven kostte, het gevolg van deze uitbarstingen – en misschien wel het gevolg van de biologische aanval van de Tataren.

Al zeker sinds de Romeinse tijd smeten binnenvallende legers dode beesten over stadsmuren of kieperden ze in waterreservoirs om ziekten te verspreiden. Middeleeuwse krijgsheren slingerden met miltvuur besmette dieren in de stad Les Baux-en-Provence, in de Franse wijnstreek van het Rhônedal.

In 1763 stemde de Britse legerkapitein Sir Jeffrey Amherst in met het idee om met pokken besmette dekens te gebruiken teneinde het aantal Indianen `te verminderen'. Lang voor de natuurkenners met het idee van ziektekiemen kwamen, hadden mensen al in de gaten hoe ze opzettelijk en met verwoestende gevolgen ziekten konden verspreiden.

De geschiedenis wijst uit dat onderzoekers zelden aarzelen om met inzet van hun kennis de oorlogvoering dodelijker te maken. Toch beweerde één van Saddam Husseins vooraanstaande geleerden een week geleden dat hij een manier had uitgevonden om vloeibaar miltvuur om te zetten in een krachtiger en duurzamer poeder, maar daarvan had afgezien. ,,Ik heb het procédé geheim gehouden'', zei Nissar Hindawi tegen The New York Times. ,,De geschiedenis zou me vervloekt hebben.'' Hindawi, die erkent te hebben gelogen tegen de VN-inspecteurs om zijn werk aan biowapens te verbloemen, zegt dat zijn besluit Irak heeft belet miltvuur in poedervorm te maken – de vorm die anderhalf jaar geleden in de VS werd gebruikt om per post doodsangst te zaaien. Maar volgens sceptische VN-deskundigen wisten ook andere Iraakse geleerden hoe het moest, en heeft Irak ovens geïmporteerd om vloeibare miltvuursporen te drogen.

Binnenkort zullen we misschien meer weten. De arrestatie van een aantal van Saddams geleerden en de jacht op anderen zou uitsluitsel kunnen geven in de aloude controverse over het Iraakse arsenaal aan schurkenwapens. Deze arrestaties roepen ook de vraag op naar de aansprakelijkheid van onderzoekers voor de vernietigende krachten die wetenschap kan voortbrengen.

Geen geleerde is ooit veroordeeld wegens een oorlogsmisdaad omdat zijn of haar onderzoek de vervaardiging van een vreselijk wapen mogelijk maakte. De zorg om de wetenschappelijke vrijheid heeft dat in de weg gestaan. Sinds de berechting van de nazi-oorlogsmisdaden is het onwettig bewust mee te werken aan de vervaardiging van wapens voor verboden gebruik. Technisch geschoolde Duitse industriëlen werden berecht en veroordeeld wegens het maken van Zyklon B, het gas dat in Adolf Hitlers vernietigingskampen miljoenen het leven kostte. Maar het onderzoek waar Zyklon B uit voortkwam leidde niet tot veroordelingen.

Nazi-artsen die experimenteerden met dodelijke middelen en technieken werden in Neurenberg veroordeeld wegens hun behandeling van de mensen die ze als proefkonijn gebruikten. Maar geen enkele internationale of ethisch-wetenschappelijke bepaling spreekt zich uit over het vraagstuk van de aansprakelijkheid van onderzoekers voor het ongeoorloofde gebruik van hun werk door anderen. Nu de geleerden van Saddam worden opgepakt, opent zich de mogelijkheid mondiale normen vast te stellen inzake wettelijke en ethische verantwoordelijkheid. Dat is dringend noodzakelijk. De wetenschap in schurkenstaten bergt ongekende gevaren in zich, die het beste te voorkomen zijn door geleerden die `nee' zeggen.

Voor de onderzoeksgemeenschap is zo'n aansprakelijkheid een lastige zaak. Geleerden koesteren de vrijheid om te speuren naar de waarheid zonder acht te slaan op de maatschappelijke gevolgen. In de woorden van Robert Oppenheimer, de fysicus die aan het hoofd stond van de Amerikaanse spoedoperatie om een atoombom te bouwen: ,,Een geleerde heeft de overtuiging dat het goed is te onderzoeken hoe de wereld werkt; dat het goed is te onderzoeken wat de werkelijkheid is; dat het goed is de mensheid als geheel de grootst mogelijke zeggenschap over de wereld te verschaffen en te handelen in het licht van de geldende waarden.'' Oppenheimer rechtvaardigde zijn inspanningen op deze gronden en ging ervan uit dat het politieke oordeel over het gebruik van de bom aan anderen was – ,,in het licht van hun waarden''.

Toen in de jaren vijftig Albert Einstein en andere geleerden tot de afschaffing van atoomwapens opriepen, beperkten zij zich tot een pleidooi voor een terughoudende onderzoeksethiek als de wetenschap in aanleg vernietigende toepassingen heeft. We kunnen ons geen wetenschapsethiek meer veroorloven die voorbijgaat aan de maatschappelijke gevolgen van onderzoek. Een aantal van die gevolgen is gewoon te griezelig. Het Oppenheimers Manhattan-project om een atoombom te produceren was een grootschalige mobilisatie van mensen en middelen in een constitutionele democratie. Er gold wel geheimhouding in oorlogstijd, maar de verantwoordingsplicht en zelfbeheersing waren ingebouwd. De geleerden konden er gerust op zijn dat het landsbestuur zich liet leiden door democratische waarden (en electorale druk) en de vernietigingstechnieken dienovereenkomstig zou gebruiken.

Niet alleen ontbreekt het schurkenstaten geheel aan constitutionele zelfbeheersingsmechanismen, ook kunnen de wetenschappelijke benodigdheden voor een massaslachting inmiddels met bescheiden middelen gefabriceerd worden in het spreekwoordelijke schuurtje, buiten bereik van de politieke aansprakelijkheid. Ze kunnen stiekem worden opgeslagen en verplaatst, zonder dat de wereld erachter komt, zoals het bewind van Saddam heeft laten zien. Een paar microbiologen die heimelijke bevelen opvolgen – en handelen `in het licht van de waarden' van boeven die de baas zijn in failliete staten – spelen met miljoenen levens.

Aangezien we ons niet mogen verkijken op `het licht van de waarden' van despotische schurken of op het vermogen van de Amerikaanse inlichtingendiensten om elke schuilplaats in het oog te houden, moeten we bezien hoe we mogelijke misdadige gebruikers van de wetenschap kunnen bewegen om verantwoordelijk te handelen. Dat kan zonder de wetenschappelijke vrijheid te beperken.

Om te beginnen zouden we geleerden strafrechtelijk aansprakelijk moeten stellen voor het werken aan misdadige middelen en voor activiteiten die worden verricht voor de productie daarvan. Het volkenrecht acht gedrag misdadig als het bijdraagt tot schending van de oorlogsregels en als de betrokkenen opzettelijk of bewust handelen. Als deze aansprakelijkheid wordt uitgebreid tot onderzoek dat verboden wapens oplevert, zou dat een sterk signaal aan de wetenschappelijke gemeenschap geven.

Het moet voor geleerden een kwestie van morele urgentie worden om `nee' te zeggen tegen onderzoek voor misdadige doeleinden. Wettelijke aansprakelijkheid is een begin, maar de plicht om een grens te stellen moet zich ontwikkelen tot een gedeelde beroepsplicht. Geen internationaal rechtsstelsel kan de plaats innemen van een groeiende overtuiging dat om met Hindawi te spreken ,,de geschiedenis me vervloekt zou hebben''.

M. Gregg Bloche is hoogleraar rechten aan de Georgetown University en is tevens verbonden aan de Bloomberg School of Public Health van de Johns Hopkins University. Ook is hij lid van de Committee on Scientific Freedom and Responsibility van de American Association for the Advancement of Science.

© LAT/WP Newsservices