`Milieu Europa schoner maar blijft kwetsbaar'

Het milieu in Europa is het afgelopen decennium weliswaar schoner geworden, maar zal bij economische groei weer onder druk komen te staan. Dat komt doordat Europese regeringen de belasting van het milieu niet loskoppelen van economische activiteit. Dat is de conclusie van `Het milieu in Europa: de derde balans', een rapport van het Europese Milieuagentschap (EEA).

Nog steeds zijn de meeste milieuverbeteringen zogeheten `end-of pipe maatregelen'. Dat wil zeggen dat de vervuiling aan het einde van het productieproces wordt tegengehouden, zonder dat het proces zelf wordt aangepast. Volgens EEA-interimdirecteur Gordon McInnes zal vooruitgang op het gebied van milieu steeds weer verloren gaan ,,zolang economische groei gebaseerd blijft op gangbare milieubelastende activiteiten en er niet gekozen wordt voor duurzame alternatieven''.

De situatie in West-Europa is gunstiger dan die in het oosten. Maar volgens het EEA is dat voor een belangrijk deel het gevolg van het verplaatsen van de meer vervuilende industriële productie naar lage-lonenlanden. Dat daar de vervuiling niet veel meer is toegenomen komt door de economische recessie na de val van de Muur, waardoor vooral veel zeer vervuilende bedrijven de poorten moesten sluiten.

Op een aantal terreinen ziet het EEA verbeteringen. Zo is de uitstoot van stoffen die verantwoordelijk zijn voor de aantasting van de ozonlaag met zo'n 90 procent teruggedrongen. Ook de uitstoot van stoffen die verzuring tot gevolg hebben is verminderd, wat geleid heeft tot een verbetering van water- en luchtkwaliteit. Verder zijn, vooral in West-Europa, de richtlijnen voor bescherming van bijzondere plant- en diersoorten veel strenger geworden. Deze verbeteringen treden echter vooral op bij zogeheten puntbronnen (pijpen en schoorstenen waar de vervuiling via filters relatief gemakkelijk kan worden tegengehouden). Bij diffuse bronnen zoals lozingen door boeren is dat veel moeilijker.

Op andere terreinen is nauwelijks vooruitgang geboekt. Zo zijn regeringen er niet in geslaagd om de afvalproductie (Europeanen gemiddeld 415 kilo per persoon per jaar; dat is overigens nog altijd veel minder dan de 730 kilo van Amerikanen) te verminderen. Overbevissing en intensief gebruik van de grond voor landbouw en infrastructuur vormen ook nog steeds een bedreiging. Wegen hebben de schaarse natuur in steeds kleinere stukjes geknipt.

Belangrijkste kritiek van het EEA is echter dat het milieubeleid volledig afhankelijk is van economische ontwikkelingen. Groei van de economie dreigt daardoor verbeteringen van het milieu teniet te doen. Deze ontwikkeling is bijvoorbeeld zichtbaar in het vervoer. De autoindustrie heeft motoren milieuvriendelijker gemaakt, maakt door de toename van het transport is de totale uitstoot van schadelijke stoffen toch fors toegenomen.

Volgens het EEA wordt de volksgezondheid bedreigd door de vervuiling. Het rapport wijst vooral op de risico's voor kinderen. Vooral de kans op ,,bepaalde vormen van kanker, geboorteafwijkingen, en allergieën, astma, hersenbeschadiging en gedragsstoornissen'' neemt toe.