Literaire bladen die niet overleefden

In Nederland en Vlaanderen verschijnen tientallen literaire tijdschriften. Onder al die periodieken zijn er geen `leidende' of trendsettende bladen aan te wijzen en ook programmatisch zijn ze nauwelijks te onderscheiden, om de eenvoudige reden dat er geen sprake (meer) is van programma's. Maar de drang om met een groepje geestverwanten een eigen orgaan op te richten en daarmee flink aan te schoppen tegen `het literaire bestel' zit er kennelijk diep in.

Uit het jongste nummer van Literair-historisch tijdschrift ZL blijkt dat die drang van alle tijden is. ZL (de afkorting staat voor `zacht lawijt', een term afkomstig uit een gedicht van Richard Minne) heeft de hele aflevering gewijd aan de geschiedenis van enkele al dan niet gerealiseerde twintigste-eeuwse literaire tijdschriften in Nederland en Vlaanderen. Aan de orde komen onder andere De Boktand (1925-1926) dat Raymond Herreman en Richard Minne wilden oprichten om ,,de zelfgenoegzame Vlaamse literaire wereld te bestrijden'', het nooit verschenen tijdschrift De laatste gids van de teleurgestelde Vlaamse surrealist Marc Eemans en het Nederlandse poëzietijdschrift De Harp (1947-1948).

Het aardigste artikel is gewijd aan het tijdschrift Moderne Kunst dat in het schooljaar 1912-1913 werd volgeschreven door een groepje zestien- en zeventienjarige klasgenoten van de Rijksnormaalschool te Gent, een opleiding voor onderwijzers. Drie van hen verwierven een belangrijke plaats in de Vlaamse literatuurgeschiedenis: Maurice Roelants, Raymon Herreman en Achilles Mussche. Moderne Kunst was een handgeschreven tijdschrift. De overgeleverde exemplaren beslaan elf schriftjes waarvan de kaften, zoals te zien op de bijgevoegde foto's, fraai werden geïllustreerd in art-nouveaustijl. Elke student schreef zijn bijdrage erin, vervolgens ging het schriftje van hand tot hand. Onderzoeker Johan Vanhecke, die het artikel over dit uitzonderlijke schoolblad samenstelde, maakt melding van het min of meer ,,geheime karakter'' ervan. Zo mocht het blad onder geen enkel voorwendsel aan leerlingen van andere jaren gegeven worden. ,,Ook de surveillanten moeten er volstrekt buiten gehouden worden en zelfs indien zij ons tijdschrift eischten, raden wij diegenen met wilskracht aan het niet te geven.''

De jonge Vlamingen waren met hun Moderne Kunst aanzienlijk succesvoller dan hun gearriveerde Nederlandse kunstbroeders Engelman, Nijhoff en Roland Holst twintig jaar later met het project De Harp. Jan Engelman schreef in 1935 aan Adriaan Roland Holst dat dit tijdschrift geen kritieken zou mogen bevatten en geen ruzies, maar gevuld moest worden met louter verzen en dichterlijk proza. ,,Onpolemisch zal het, op den duur, leiding geven, want zoals de toestand nù is in het letterkundig leven mag het niet voortduren'', schreef Engelman.

Pas in 1947 verscheen het eerste nummer van De Harp. Leidinggevend zou het nooit worden. Met moeite zag een jaar later aflevering 2 het licht en vervolgens ging het ter ziele.

Overigens is het artikel over De Harp, een opsomming van namen en feitjes, een voorbeeld van hoe er niet over tijdschriftengeschiedenis moet worden geschreven. Ondanks de 24 voetnoten roept dit stuk meer vragen op dan dat het inzicht in de literatuurgeschiedenis verschaft.

Literair-Historisch Tijdschrift ZL, jaargang 2, nr. 3. Uitg. Stichting ZL, i.s.m. AMVC-letterenhuis (Antwerpen) en Letterkundig Museum (Den Haag). Prijs €9,–.