Kritiek of zelfkritiek?

Tien jaar geleden bracht minister Ter Beek de zogeheten Prioriteitennota uit, waarin, enkele jaren na het einde van de Koude Oorlog, de Nederlandse defensie op een nieuwe leest werd geschoeid, zoals dat heette.

Nu de Grote Vijand in het Oosten was verdwenen moest de defensie-opzet meer op internationale crisisbeheersing worden gericht. En passant mocht daarbij, was de algemene opinie, budgettair gerust enig `vredesdividend' worden ingeboekt. Zoals ook stevig gebeurde, wat er weer toe leidde dat Ter Beeks nota destijds door vrijwel alle Tweede-Kamerfracties als een nog net aanvaardbare, maar vrij minimalistische guideline werd beschouwd. In de jaren die volgden, waarin het economisch gaandeweg steeds beter ging, werd het defensiebudget niettemin jaarlijks verder beperkt. Defensie was zodoende het lijdend voorwerp van een langdurige kaalslag. Wat daarbij opviel was enerzijds, dat de bezuinigingen steeds min of meer uit de lucht kwamen vallen en niet het beredeneerde gevolg waren van voorafgaande analyses. En anderzijds dat Defensie steeds op die kortingen reageerde door de kaasschaaf maar weer langs de krijgsmachtdelen te halen. Laatstelijk deed het ministerie dat op grote schaal onder minister De Grave, die in het regeerakkoord-1998 een bezuinigingstaak van viermaal 375 miljoen gulden tot 2003 had gekregen en daaraan in de Defensienota-2000 vorm gaf. Bij het beeld van de kaasschaaf paste dat VVD-politicus De Grave de bevelhebbers van landmacht, luchtmacht en marine gelijkelijk bereid vond hun tevredenheid over het werkstuk in interviews uit te spreken. Die tevredenheid had er immers ook mee te maken dat, waar er uit de politiek alleen maar om bezuinigingen was gevraagd en geen richtinggevende analyses waren gemaakt, er geen echte keuzes waren gemaakt ten gunste van het ene of het andere krijgsmachtdeel of de ene of de andere defensietaak. Neem het admiraals of generaals maar eens kwalijk dat zij dan voor hun eigen winkel proberen te opereren onder het motto: zoveel mogelijk houden wat je hebt en vragen wat je krijgen kan! Zo bleven de marine en de luchtmacht vanzelf mikken op zoveel mogelijk mooie high tech apparatuur, terwijl de landmacht moeizaam bleef doorsprokkelen om voldoende gevechtsklare eenheden voor crisisbeheersing op de been te houden. De signalen uit de Tweede Kamer bleven onduidelijk of tenminste wisselend. Tijdens het tweede kabinet-Kok (1998-2002) produceerde de PvdA-fractie bijvoorbeeld binnen anderhalf jaar eerst een notitie waarin (nog) meer bezuinigingen werden gevraagd en vervolgens een die nog sterkere accenten op crisisbeheersing bepleitte, onder meer door kortingen op de marine te eisen ten gunste van de landmacht. Na, en wegens, de gebeurtenissen van 11 september 2001 stak er in het defensiedebat trouwens toch even een andere wind op. In de Tweede Kamer werd voor het eerst enig geld, zij het weinig, toegevoegd aan de begroting (al bleef die bezuiniging van viermaal 375 miljoen gulden tot 2003 bestaan), zulks mede in verband met de in Europa afgesproken versterkte defensiesamenwerking. Wat niet wegnam dat het kabinet-Balkenende een jaar later van wal ging met een kortingsafspraak voor Defensie van zo'n 800 miljoen euro tot 2006, meer dus dan in het regeerakkoord-1998 (waartegen CDA en VVD toentertijd hadden geprutteld). En opnieuw zonder een voorafgaande politieke analyse aangaande de gewenste taken van het defensieapparaat. Wat voorjaar 2002 wél was opgevallen was dat het tweede paarse kabinet, na vertrouwelijk overleg tussen premier Kok en de toenmalige PvdA-fractieleider Melkert, groen licht gaf voor deelneming in de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter, de vermoedelijke opvolger van de F-16 van de luchtmacht. Wat daarna opviel was, nog voor de verkiezingen van mei 2002, dat de PvdA-fractie (bij nader inzien?) en aan de hand van haar defensiewoordvoerder Timmermans toch tegen de JSF-deal bleek. Zodat die deal tenslotte pas na de verkiezingen werd aanvaard door de Kamermeerderheid (CDA, LPF, VVD) die het kabinet-Balkenende steunde en die óók instemde met die nieuwe bezuinigingsronde van 800 miljoen euro. Hoe zulke dingen met elkaar te rijmen zijn, moet de toekomst nog leren.

Op deze pagina stond vorige week maandag (5 mei) een treffend artikel van het Kamerlid Timmermans. Hij betoogt daarin, kortweg, dat ,,de politiek'' haar verantwoordelijkheid moet nemen voor een goede keuze van de gewenste opzet en omvang van de krijgsmacht. Dat moet zij niet overlaten aan ,,de generaals en admiraals'', waarschuwt hij, met links prettig scorend voor open doel. ,,[...] Een veiligheidspolitieke analyse, op basis van hetgeen in de EU en de NAVO al is uitgedacht, moet het beginpunt vormen van de discussie over de toekomstige taken van de Nederlandse krijgsmacht'', schrijft hij. Dat is helemaal juist, ja zelfs al vele jaren juist. Zó juist dat Timmermans kritiek niet allereerst de opperofficieren moet gelden maar vooral de politici die zich de afgelopen tien jaar met Defensie hebben bezig gehouden. Kritiek als zelfkritiek dan.