Kisangani in Congo, een stad van martelaren

Rwanda en Oeganda hebben jarenlang oorlog gevoerd op Congolese bodem. Daarom is Kisangani een stad zonder ruiten. En de Rwandezen zijn er nog steeds, al dragen ze tegenwoordig andere uniformen.

Het olifantengras heeft de begraafplaats iets buiten Kisangani niet kunnen overwoekeren. Heimelijk behoeden de bewoners van Congo's derde stad dit halve voetbalveld, gevuld met witte kruisen, voor de oprukkende jungle. Stiekem, want de autoriteiten van de rebellenstad willen niet dat de inwoners eer betuigen aan de honderden burgerslachtoffers die vielen in gevechten tussen Oegandese en Rwandese regeringslegers en door de slachtpartijen van Congolese rebellen.

Papa Leo durft alleen te praten tussen de bananenbomen aan de rand van de begraafplaats. ,,Onder ieder kruis ligt meer dan een dozijn lijken. Kijk daar, in die hoek dumpten ze lijken van de eerste veldslag tussen de Rwandezen en Oegandezen in 1999. En daar, van hun volgende oorlog een jaar later. Bij die boom beginnen de graven van de derde veldslag, ook in 2000.''

De begraafplaats was volgeraakt toen vorig jaar mei de bevolking demonstreerde tegen de Rwandezen en hun handlangers van de rebellenbeweging RCD. Die slachtpartij staat bij de bewoners het meest in het geheugen gegrift. Bij eerdere gevechten tussen Rwandezen en Oegandezen kwamen zij soms klem te zitten tussen de strijdende partijen, maar vorig jaar werden ze direct doelwit van de RCD-soldaten. Die gingen de inwoners met geweren en hakbijlen te lijf, vertellen talrijke ooggetuigen. ,,Bij de waterkrachtcentrale executeerden ze mannen, vrouwen en kinderen en gooiden de lijken in de rivier'', vertelt een restauranthouder. ,,Om de lijken onherkenbaar te maken hakten ze de hoofden af en wierpen die in het waterreservoir. Wekenlang had het drinkwater een weeïge smaak.''

Aartsbisschop van Kisangani is monseigneur Monsengwo. ,,Kisangani is een stad van martelaren geworden'', zegt hij, en voegt daar onmiddellijk aan toe: ,,Niemand houdt er van bezet te worden.'' Plunderingen en de gevechten tussen Rwandezen en Oegandezen hebben alleen al aan gebouwen van de katholieke kerk volgens hem voor vijf miljoen dollar schade aangericht.

Rwandese en Oegandese regeringslegers trokken in 1998 Congo binnen om, naar eigen zeggen, hun grenzen te beschermen tegen rebellen die vanuit Congo opereren tegen hun regeringen. Ze raakten vervolgens onderling slaags. ,,Buitenlanders hebben op ons grondgebied hun oorlogen uitgevochten'', fulmineert Monsengwo.

De pokdalige muren in de stad vertellen het verhaal van de massale vernietigingen. Kisangani is een stad zonder ruiten. ,,Die kunnen we niet blijven repareren, daar is geen beginnen aan'', zegt een zakenman met een zuur lachje. De vochtigheid heeft de verf van de gebouwen geweekt en er een asgrauwe mantel over gelegd. De handel is gewurgd sinds de stad afgesloten raakte van de rest van het land, waar Congolese regeringstroepen of andere rebellengroepen heersen.

De paar overgebleven auto's die over de geerodeerde wegen hobbelen, stoppen braaf bij de rotondes. Om een handjevol luierende politieagenten wat geld toe te schuiven. ,,We hebben honger, mijnheer, geef ons nog wat meer franken'', bedelen de agenten. Sinds de oorlog in 1998 uitbrak, ontving geen enkele overheidsfunctionarius van de rebellenautoriteiten meer salaris. Een rechter vertelt hoe hij zijn vonnis laat afhangen van hoeveel de verdachte hem kan betalen. ,,Ik moet toch ook eten'', zegt hij met een ondertoon van schaamte. Burgers klagen over hoe RCD-soldaten hen bestelen. Want ook de militairen moeten eten.

In een wolk van insecten zitten vrouwen te studeren onder een neonbuis aan de buitenmuur van de katholieke missiepost. Ze kunnen zich niet de brandstof permitteren voor de olielamp thuis. De universiteit aan de rand van de de stad oogt als een plantage. Professoren zorgen voor hun kippen en kalkoenen, studenten planten maïs en cassave. Want op een lege maag valt niet te studeren. Niet dat er veel te studeren valt. In de bibliotheek leent een student het boek `Het ware gezicht van de Afrikaan', een racistisch boek uit de koloniale tijd. ,,Al jaren ontvangen we geen nieuwe boeken meer'', vertelt de bibliothecaris. ,,we leven volledig geïsoleerd van de moderne wereld.''

Jean Leonard Ridja is directeur van een grote textielfabriek. Hij windt er geen doekjes om. ,,De Oegandezen en Rwandezen vochten in Kisangani om de controle van de diamantenmarkt. Toen de Oegandezen uiteindelijk werden verslagen, trokken zij zich terug in andere diamantengebieden. De Rwandezen hebben hier vervolgens in samenwerking met het RCD een systeem van uitbuiting gevestigd. De Rwandezen oefenen nog steeds de macht uit.''

Officieel hebben de Rwandese troepen zich vorig jaar uit Oost-Congo teruggetrokken. Maar de bewoners weten beter. ,,Ik kan ze u precies aanwijzen'', zegt de zakenman Jean Marie. ,,De Rwandese officieren trokken hun uniformen uit en verruilden die voor een pak van de RCD.''

Rwanda zegt Congo te zijn binnengevallen uit zelfverdediging: om te vechten tegen de Interahamwe, de militie die verantwoordelijk voor de genocide in Rwanda in 1994. Maar volgens Jean Leonard Ridja is dat onzin. ,,Wij hebben hier al jaren geen Interahamwe meer gezien. Goud, diamanten en coltan, daarvoor kwamen de Rwandezen hier.'' Zakenlui vertellen hoe Congolese handlangers van de Rwandezen grondstoffen naar de grensplaats Goma en vandaar naar de Rwandese hoofdstad vervoeren.

De woede over de Rwandese en Oegandese bezetting, direct of via door hen geschapen rebellengroepen, is algemeen in Oost-Congo. Iedereen heeft familieleden of vrienden verloren. Buitenlandse hulpverleners schatten het aantal slachtoffers in Congo sinds 1998 op tussen de twee en vier miljoen. Abe Makelele is priester uit een dorpje honderd kilometer van Kisangani. Heel voorzichtig lurkt hij aan een flesje bier. ,,Ik kan me een fles per maand veroorloven dus ik wil er lang over doen.'' Hij vertelt hoe de Rwandezen en de RCD ook in zijn dorp burgers hebben gedood. ,,Mijnheer, ik weet dat ik als geestelijke vrede moet prediken. Maar de Rwandezen hebben ons land gekoloniseerd. Als ik zou kunnen, zou ik hen vermoorden.''