Is dit fundamentalisme of terrorisme?

De rechtszaak tegen twaalf vermeende moslimterroristen liep gisteren uit op een theologische discussie.

Aan het einde van de lange, eerste zittingsdag ontstaat er enige beroering. Want ook de twaalf vermeende moslimextremisten hebben nog vragen aan de getuige-deskundige alhoewel, vragen? Theologische verhandelingen lijken het wel. ,,Weet de getuige'', vraagt de Libiër Khaled M., ,,dat er in de islam een verschil is tussen de kafir (ongelovige, red.) die iemand aanvalt en de kafir die zich afzijdig houdt?'' Het is dan zes uur geweest. ,,Wat is uw vráág?'' roept rechtbankpresident S. van Klaveren geïrriteerd.

Het is een grote verzameling materiaal die de politie heeft aangetroffen bij de twaalf verdachte moslimextremisten rond de Al-Fourqaan-moskee in Eindhoven. Er zijn videobanden met de verrichtingen van de mujahedeen en cassettes waarop islamitische geestelijken oproepen tot de jihad. Er zitten biografieën tussen van Abdullah Azzam, een van de grondleggers van Al-Qaeda. En er zijn cassettebandjes met `testamenten' van verdachten, die volgens de politie door de groep werden geronseld voor de heilige oorlog.

Islamoloog Antoine Basbous heeft het materiaal op verzoek van het openbaar ministerie geanalyseerd. Volgens hem zijn de documenten ,,oorlogsdocumenten'', die worden gebruikt bij de ,,mobilisatie'' ter voorbereiding van de jihad. Wat de Franse Libanees betreft geldt dit ook voor de `gewone', meer algemene islamitische preken, verhandelingen en essays de overgrote meerderheid van het in beslag genomen materiaal. Een discours de la haîne, zegt Basbous, een `betoog van haat', dat bedoeld is om de moslimminderheden in de westerse landen te isoleren en op te hitsen. ,,De documenten'', zo schrijft hij in zijn analyse, ,,zijn instrumenten die bedoeld zijn voor de ronseling voor de jihad en de creatie van een geheim leger om de adoptielanden te bestrijden''. ,,Er is geen pagina'', zegt hij in de rechtszaal, ,,geen regel, zonder verwijzing naar de jihad.''

Maar is het zo eenvoudig? De Amsterdamse hoogleraar Ruud Peters vindt van niet. Zeker, onder het in beslag genomen materiaal bevinden zich documenten waarin wordt opgeroepen tot de heilige oorlog. Maar theologische verhandelingen zijn wat de hoogleraar betreft gewoon theologische verhandelingen. Neem bijvoorbeeld het stuk De prioriteiten van het islamitisch handelen in het Westen, waarin wordt betoogd dat de moslims zich niet moeten `vermengen' met kafirs, de ongelovigen. Gewoon een fundamentalistische tekst, vindt Peters, waarin wordt opgeroepen de eigen identiteit te beschermen. Maar Basbous ziet dat anders. Als je iemand `kaffer' noemt, dan is dat ,,een rechtvaardiging om oorlog tegen hem te voeren''.

De verhoren van de twee getuige-deskundigen zijn ondertussen steeds meer veranderd in een academische discussie over moslimfundamentalisme en Arabische begrippen uit de koran. Want kan men het materiaal dat is aangetroffen bij de verdachten aanduiden als `salafistisch'? Hoe moet deze fundamentalistische stroming worden onderscheiden van het wahhabisme? Wat verstaat men eigenlijk onder de jihad en de takfir, de strijd tegen de `ketters'? Wat betekent fitna? ,,Burgeroorlog'', zegt Basbous. Peters: ,,Het kan ook `beproeving' betekenen.''

In de discussie is Basbous enigszins in het nadeel. De man uit Parijs is de vervanger van de Amerikaanse islamoloog Walid Phares, die op het laatste moment verstek heeft laten gaan. Basbous is niet verbonden aan een universiteit: om zijn academische gewicht te bewijzen heeft hij de rechtbank zijn boeken getoond.

De verdediging probeert de onpartijdigheid van de christelijke Libanees in twijfel te trekken. Officier van justitie J. Valente heeft dat ook al gedaan bij Peters, die een petitie tegen de oorlog in Irak ondertekende en pleitte voor het verbreken van de banden tussen de UvA en een Israëlische zusteruniversiteit. Hoe staat de Amsterdamse hoogleraar eigenlijk in het Israëlisch-Palestijnse conflict? ,,Dat is hier niet aan de orde'', onderbreekt de rechtbankpresident hem.

Tegen zessen mogen ook de verdachten zich in de discussie mengen waar ze dankbaar gebruik van maken. ,,Welke ulama (schriftgeleerde, red.)'', vraagt de Irakees Khalil al-A, ,,zegt dat ik meteen een kafir ben als ik een christelijk feest vier?'' Van Klaveren probeert het kort te houden tot woede van Libiër Khaled M. ,,Ik heb een klacht'', zegt hij zwarte, doordringende ogen boven een lange baard. ,,U behandelt mij als een gewone toeschouwer.'' ,,Stelt u uw vraag'', zegt Van Klaveren. Khaled: ,,Dank u. Is het niet zo dat de koran iedere moslim voorschrijft om een testament op te maken?''