Iraakse kopstukken in handen VS

De Amerikaanse bezettingsmacht in Irak heeft gisteren in Bagdad opnieuw twee belangrijke kopstukken uit het gevallen bewind van Saddam Hussein ingerekend.

Het gaat om de voormalige stafchef van de Iraakse strijdkrachten, Ibrahim Abd al-Sattar al-Tikriti, en de biologische wapenexpert Rihab Rashid Taha. Beiden worden van groot belang geacht voor de verstrekkingen van informatie over de voormalige Iraakse wapenprogramma's.

Amerikaanse militairen rekenden Taha gisteren in nadat zij zich zelf had aangegeven. Daaraan gingen dagen van onderhandelingen vooraf, aldus Brad Lowell van het Central Command, het Amerikaanse militaire commando in Qatar. Hoewel Taha niet op de Amerikaanse lijst van 55 meest gezochte Iraakse leiders staat, hebben Amerikaanse militairen al eerder een poging gedaan haar te arresteren. Taha, echtgenoot van de voormalige Iraakse minister van Olie, generaal Amir Mohammed Rashid, geldt volgens de Verenigde Staten als een belangrijke bron van informatie aangaande de vermeende Iraakse massavernietigingswapens. Washington hoopt dat zij behulpzaam kan zijn bij het lokaliseren van die wapens. Die zijn tot dusver nog niet aangetroffen.

Amir Rashid, die verantwoordelijk is geweest bij de ontwikkeling van het Iraakse raketprogramma, gaf zich op 28 april over, twaalf dagen nadat Amerikaanse militairen een onsuccesvolle inval hadden gedaan in het woonhuis van het echtpaar.

Over de achtergrond van de arrestatie van al-Sattar hebben de Amerikaanse defensiewoordvoerders geen informatie verstrekt. Hij is de nummer elf op de lijst van meest gezochte Iraakse leiders.

Hans Blix, chef-wapeninspecteur van de Verenigde Naties, heeft onlangs nog gezegd dat het echtpaar Rashid waarschijnlijk tot de interessantste mensen behoren die over de Iraakse wapenprogramma's ondervraagd kunnen worden.

Andere Iraakse leiders of wapenexperts die in het verleden door de Verenigde Naties of de Amerikaanse autoriteiten zijn ondervraagd hebben de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak grotendeels ontkend. In een interview in februari met het Britse televisienetwerk BBC zei Taha dat zij een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de Iraakse biologische wapenprogramma's in de jaren tachtig en negentig, maar dat die programma's alleen ,,defensief van karakter'' zijn geweest.

Er is de Amerikaanse regering veel aan gelegen concrete bewijzen te vinden voor de aanwezigheid van massavernietingingswapens in Irak. Uitblijven van Iraakse bewijzen dat het dergelijke wapens niet had, was aanleiding voor de Amerikaans-Britse aanval op Irak.

De arrestatie van de vooraanstaande Irakezen had plaats op de dag dat Paul Bremer, de nieuwe hoogste Amerikaanse civiele bestuurder voor Irak, in Bagdad arriveerde. De oud-beroepsdiplomaat en terrorisme-expert reisde na een bezoek aan Basra, samen met generaal Richard Myers, voorzitter van de Amerikaanse chefs van staven, en generaal b.d.Jay Garner, de voormalige hoogste civiele bestuurder, naar Bagdad. Bij aankomst in de Iraakse hoofdstad zei Bremer dat het zijn doel is het Iraakse volk te helpen bij het verkijgen van ,,controle over zijn eigen lot'', na jaren van dictatoriaal bestuur onder Saddam Hussein. Bremer heeft de opdracht van Washington gekregen de wederopbouw van Irak versneld voort te zetten.