`Ik ga van ene naar andere minderheid'

Kars Veling, oud-leider van de ChristenUnie, wordt directeur van een zwarte school. ,,Je hoeft niet je traditie te verloochenen om betrokken te zijn.''

,,Ik wil graag werk dat er toe doet en dat niet saai is. Anders word ik lui.'' Volgende maand begint voormalig christenpoliticus Kars Veling als directeur van het openbare Johann de Witt college in Den Haag. Jarenlang was Veling (54) rector van de Gereformeerde Scholengemeenschap Greijdanus in Zwolle, een school op vrijgemaakt-gereformeerde grondslag de kerkelijke gezindte waartoe hij zelf ook behoort. Daarnaast was hij Eerste-Kamerlid namens het GPV en vervolgens lijsttrekker van de ChristenUnie bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 2002. ,,Prachtig werk, maar enigszins beperkt'', zegt hij over zijn oude baan op het Greijdanus College. ,,Je werkt slechts in een bepaald segment van de samenleving.''

Het Johan de Witt College, een school voor vmbo, havo en vwo, kampt met maatschappelijke en politieke problemen die Veling in Zwolle amper tegenkwam. De school, in de volksmond bekend als `het Johan de Zwart', biedt verspreid over zes vestigingen onderwijs aan ruim 2.500 leerlingen, vooral van allochtone afkomst.

In zijn tijd als lijsttrekker van de ChristenUnie kreeg Veling veel kritiek uit eigen kring, onder andere na zijn opmerking dat het kopen van een ijsje op zondag te billijken was. Dat hij nu niet terugkeert naar het gereformeerde onderwijs, heeft daar echter niets mee te maken, zegt hij. ,,Ik krijg ook uit eigen omgeving veel positieve reacties op deze overstap.'' En omdat de school bekend staat als een lastige, krijgt hij vaak te horen dat het ,,moedig en dapper is''. Zelf ziet hij het meer als een mooie school waar hij goed werk kan doen.

Zijn ervaring in het gereformeerd onderwijs kan hem helpen, verwacht Veling. ,,Veel moslimleerlingen voelen zich apart gezet. Het gereformeerd onderwijs heeft ook een aparte positie.'' Het vooroordeel dat een gereformeerde school een ,,soort paradijsje'' is waar iedereen ,,fluitend'' rondloopt, is volgens hem onzin.

Maar hoe gaat hij straks om met de verschillen in overtuiging tussen hemzelf en de meeste kinderen van het Johan de Witt College, bijvoorbeeld als het gaat over de evolutieleer versus het scheppingsverhaal? ,,Je hoeft niet je eigen traditie te verloochen om betrokken te zijn. Dat mensen in aan andere richting denken, betekent niet dat je niet kan samenwerken.''

De oud-lijsttrekker heeft ,,erg veel zin'' om de leerlingen met al die verschillende achtergronden te ontmoeten. ,,Tuurlijk heb ik mijn overtuiging, maar ik stap onbekommerd de wereld in.'' Het belangrijkste daarbij is om met respect voor de verschillende achtergronden te werken. Veling: ,,Het gaat erom in dienst van de kinderen te werken. Met belangstelling en enthousiasme.''

Veling erkent dat er wezenlijk verschil is tussen onderwijs op gereformeerde grondslag en openbaar onderwijs, maar hij wil liever de verwantschap benadrukken. In Zwolle had hij te maken met een ,,specifieke groep ouders'' die vanuit dezelfde ,,christelijke overtuiging'' de kinderen willen laten opgroeien en de school steunen. Dat zal in Den Haag anders zijn, maar ,,ook daar krijg ik te maken met ouders die willen dat hun kinderen een goede plek in de samenleving krijgen''. Uiteindelijk gaat het maar om één ding. ,,Samen met de ouders jonge mensen aanmoedigen om zich te ontwikkelen.'' [Vervolg VELING: pagina 2]

VELING

'Zwarte school niet zielig'

[Vervolg van pagina 1] Net als veel andere zwarte scholen scholen die voor meer dan de helft uit allochtone leerlingen bestaan kampt het Johan de Witt College met integratieproblemen. Leerlingen die slecht Nederlands spreken, lagere cijfers halen, of zonder diploma van school gaan. Veling ziet deze problemen als ,,een enorme uitdaging''.

,,In de praktijk zie ik dat de discussie over integratie vaak neer komt op de vraag: moet ik een beetje op jou lijken of jij een beetje op mij. Dus moet ik witter worden, of jij zwarter.'' Een ,,tamelijk treurige discussie'', vindt hij. ,,Op een gereformeerde school zeg je toch ook niet tegen een leerling dat zijn gedrag op zaterdagavond niet voldoende lijkt op dat van leeftijdsgenoten?''

In plaats daarvan wil Veling de kinderen een toekomstperspectief bieden. ,,Als ik met de leerlingen in Den Haag ga praten, zeg ik dat zíj er iets van moeten maken, omdat anders de stad in elkaar zakt.'' Kinderen hebben altijd ambities en plannen, die wil hij naar boven zien te halen. Daarin verschilt het volgens hem ook niet van een gereformeerde school. ,,Daar vraag je ook aan leerlingen die straks het stokje in de samenleving moeten overnemen: wat ga je er van maken?'' Daarná komen volgens Veling de integratieproblemen aan de orde, want ,,die zijn er genoeg.''

Hij heeft zijn ideeën nog niet met de school besproken, maar Veling wil leerlingen ,,nooit de maat nemen''. Beter is het duidelijk te maken wat voor hen het beste is. Een gezichtssluier is daarom ongewenst, vindt hij. ,,Als je er op school samen iets van wil maken, is het nodig dat je elkaar ziet. Een gezichtssluier belemmert dat.''

En willen ze zich echt ontwikkelen dan is er ook geen discussie mogelijk over de taal. ,,Wil je een plekje krijgen in de maatschappij, moet je de taal kennen – Nederlands dus.'' Daarnaast is het ook belangrijk dat een zwarte school zich niet een gemankeerde witte school gaat voelen, vindt hij. Geen ressentiment en zielig gedoe. ,,Dit is de situatie en we gaan er iets moois van maken.''

Kinderen uitdagen en motiveren, dat is het motto. ,,Je moet kinderen iets concreets geven.'' Praktijkopdrachten moeten daarbij helpen. Dus kan een leerling uit het vmbo-autotechniek bijvoorbeeld de opdracht krijgen een auto van de sloop te halen, die apk-gekeurd te krijgen en vervolgens te verkopen. Volgens Veling kun je voor elke vorm van onderwijs dit soort prestaties verzinnen. ,,Dit blijkt ook te werken in de praktijk.'' Te lang heeft het idee bestaan dat je ,,kinderen een beetje met rust'' moet laten. ,,Maar daar bewijs je niemand een dienst mee. Je kunt ze beter op hun tenen laten lopen.''