EU-Hof verlaagt drempel voor zorg in buitenland

Het Europese Hof van Justitie heeft het vanmorgen voor patiënten gemakkelijker gemaakt om voor eenvoudige medische behandeling uit te wijken naar het buitenland op kosten van het ziekenfonds.

De oud-patiënten V.G. Müller-Fauré en E.E.M. van Riet hebben geschiedenis geschreven. Hun namen zullen voor altijd verbonden blijven aan het slechten van belemmeringen voor medische zorg binnen de Europese Unie.

Beide Nederlanders hadden het bestaan bij hun ziekenfondsen vergoedingen te claimen voor medische behandelingen in Duitsland en België, waarvoor deze fondsen geen toestemming hadden verleend. De fondsen weigerden danook te betalen, wat uiteindelijk leidde tot procedures bij het Europese Hof van Justitie.

De prinicpiële inzet was duidelijk: heeft een ziekenfondsverzekerde voorafgaande toestemming van het ziekenfonds nodig om zich op kosten van dat fonds te laten behandelen door een arts in een ander EU-land (met wie het fonds geen contract heeft)? Of is zo'n toestemmingseis in strijd met het beginsel van het vrije verkeer van diensten (waaronder medische zorg) zoals dat is vastgelegd in het EU-verdrag?

Al eerder (in juli 2001) heeft het Hof bepaald dat de eis van voorafgaande toestemming ziekenfondsverzekerden ,,afschrikt, zo niet belet, om zich tot medische hulpverleners in een andere dan de lidstaat van inschrijving te wenden''. Toen ging het om claims van patiënten (Smits en Peerbooms) die zich zonder voorafgaande toestemming van hun ziekenfondsen in buitenlandse ziekenhuizen hadden laten behandelen. Voor zulke intramurale zorg achtte het Hof de eis van voorafgaande toestemming toch te billijken, ondanks de inbreuk die dit oplevert voor het vrije verkeer van diensten.

Bij ziekenhuiszorg staan, zo redeneerde het Hof, zulke grote financiële risico's voor de nationale zorgstelsels op het spel, en is ook het behoud van een voor iedereen toegankelijk zorgstelsel zo zeer in het geding, dat het vrije verkeer van diensten wel mag worden belemmerd door voorafgaand toestemming te eisen.

In de twee actuele zaken ging het niet om ziekenhuisopname. Müller-Fuaré had tijdens een vakantie in het najaar van 1994 zes kronen en een frameprothese in haar bovenkaak laten plaatsen door een bevriende tandarts in de buurt van Keulen (Duitsland). En Van Riet had in het voorjaar van 1993 op eigen houtje een poliklinische kijkoperatie in haar rechterpols laten verrichten in het ziekenhuis van Deurne (België) waar ze sneller terechtkon dan in Nederland. De Nederlandse staat en de betrokken ziekenfondsen hadden tijdens het Luxemburgse proces aangevoerd dat er ,,een bom onder het Nederlandse zorgstelsel'' zou worden gelegd als de toestemmingseis voor extramurale zorg in een ander EU-land onrechtmatig zou worden verklaard. Maar het Hof maakte vanmorgen korte metten met deze alarmerende taal.

Niet is komen vast te staan, aldus het Hof, dat het schrappen van de eis van voorafgaande toestemming wezenlijke kenmerken van het Nederlandse stelsel van ziektekostenverzekering aantast en de toegang tot de gezondheidszorg in Nederland in gevaar brengt. Omdat ook andere EU-landen (Denemarken, Duitsland, Groot-Brittannië, Ierland, Italië, Spanje en Zweden) een vergelijkbaar systeem kennen, raakt dit arrest niet alleen het Nederlandse zorgstelsel.

Betekent de uitspraak van het Hof nu dat het patiënten, die bijvoorbeeld ontevreden zijn over hun plek op een wachtlijst, helemaal vrijstaat om op eigen houtje in een ander EU-land medisch te shoppen op kosten van hun ziekenfonds? Het antwoord is vooralsnog: nee.

Want in zijn overwegingen acht het Hof het alleszins gerechtvaardigd wanneer ziekenfondsen randvoorwaarden formuleren voor het vergoeden van extramurale medische zorg in het buitenland. Daarbij valt te denken aan het stellen van maximumbedragen, of het eisen van een verwijsbriefje van het `eigen' huisarts voor een consult bij een buitenlandse specialist. Met zulke randvoorwaarden kunnen de ziekenfondsen toch enige regie voeren over het grensoverschrijdend patiëntengedrag. Of Müller-Fauré en Van Riet hun destijds gemaakte kosten, 7.444,59 Duitse marken respectievelijk 93.782,oo Belgische franken, nu terugkrijgen van hun ziekenfondsen is na het Luxemburgse arrest opnieuw ter beoordeling van de Centrale Raad van Beroep. Maar hun kansen zijn sinds vanmorgen aanzienlijk gestegen.