Estonia

Binnenkort is de verschijning te verwachten van (weer) een boek over de mogelijke oorzaak van de ramp met de `Estonia' in de nacht van 27 op 28 september 1994 (NRC Handelsblad, 26 april).

Reeds de dag na de ramp werd een interregionale onderzoekscommissie ingesteld (Estland, Finland en Zweden) die in december 1997 haar eindrapport het licht deed zien.

Het rapport geeft een zeer geloofwaardige uiteenzetting van de verdere ontwikkelingen, waarin overtuigend wordt gesteld dat de constructie van de ophanging van de zogenoemde ramp (oprit), die in opgehesen positie tevens de tweede barrière is tegen het zeewater, er toe kon leiden dat het afbreken van de boegklep het falen van de ramp als afsluiting heeft veroorzaakt.

Tevens is het rapport helder in de constatering dat het arrangement van de afsluitingen van het rijdek in het voorschip in geen enkel opzicht voldeed aan de internationale eisen terzake, zoals die zijn opgenomen in het zogenoemde SOLAS 1974 Verdrag.

In 1981 werden die eisen per amendement wat versoepeld, maar ook aan die eisen kon het arrangement niet voldoen. Desondanks kreeg het schip van zowel zijn eerste vlaggenstaat (Finland) als van de volgende (Estland) geldige, internationale certificaten. Een oordeel over deze, kennelijk onjuiste, gang van zaken laat het onderzoeksrapport achterwege. Ook een duidelijke conclusie over het oorzakelijke verband tussen de zich ontwikkelende rampsituatie en het gewraakte arrangement in het voorschip ontbreekt. Wellicht dat daardoor ook ruimte ontstond voor allerlei speculaties over de oorzaak of oorzaken van de ramp, waarbij ook een of meer complottheorieën.

Dat echter, zoals deze krant in bovengenoemd artikel aanhaalt, een hoge Zweedse ambtenaar de enige autoriteit zou zijn geweest die een schip onder Estlandse vlag kon verhinderen om uit te varen uit een Estlandse haven, is gezien de in het SOLAS-Verdrag opgenomen verplichtingen van vlaggenstaat en havenstaat, weinig geloofwaardig.