Dodental aanslag Tsjetsjenië stijgt

Het dodental van de zelfmoordaanslag met een vrachtwagen in het Tsjetsjeense stadje Znamenskoje gisteren is opgelopen tot 54. Er vielen minstens 300 gewonden. Dat maakte de Tsjetsjeense minister van Rampenbestrijding bekend.

Diverse gebouwen en huizen werden met de grond gelijk gemaakt, toen de vrachtwagen volgestouwd met explosieven tot ontploffing werd gebracht. De meeste doden zijn burgers, onder wie zestien vrouwen en zeven kinderen. Van de 300 gewonden zijn er 114 opgenomen in het ziekenhuis. De helft daarvan verkeert in kritische toestand. Het officiële dodental is opgelopen tot 54. De Russische staatstelevisie toonde gisteravond beelden van verpulverde huizen, opengescheurde gebouwen en een vader die met zijn handen in stof groef op zoek naar zijn baby.

Hulpverleners, die vierentwintig uur na de ontploffing hun reddingswerken nagenoeg hadden beëindigd, gaven aan dat het onwaarschijnlijk is dat er nog nieuwe lichamen worden ontdekt.

Achmad Kadirov, hoofd van het Tsjetsjeense bestuur, uitte vandaag kritiek op het feit dat een tweede grote terroristische aanval tegen regeringsdoelwitten binnen zes maanden mogelijk was. Hij pleit voor veranderingen in de aanpak van operaties om terreur te bestrijden. De verantwoordelijkheid voor de strijd tegen de rebellen moet volgens Kadirov gelegd worden bij de Tsjetsjeense minister van Binnenlandse Zaken, in plaats van bij de veiligheidsdienst (FSB) in Moskou. Hij stelde gisteren dat de rebellen proberen ,,te tonen dat ze sterk zijn'' – hetgeen volgens hem niet het geval is. Het dagblad Izvestia noemt de meeste overheidsgebouwen `praktisch onverdedigbaar tegen terroristen'.

Kadirov verdenkt voormalig president en huidig rebellenleider Aslan Maschadov ervan het brein te zijn achter de aanval. Maschadov zelf ontkent elke betrokkenheid. Stanislav Iljasov, de Russische minister voor Tsjetsjenië, beschuldigde ook rebellenleider Sjamil Basajev.

De aanslag komt enkele dagen voor de `rede tot natie', van president Poetin. Omdat 2003 een verkiezingsjaar is, wordt daaraan veel waarde gehecht. Poetins' politiek in Tsjetsjenië vindt, op een korte opleving tijdens de gijzelingscrisis in Moskou na, de afgelopen anderhalf jaar weinig steun onder het Russische volk, zonder dat het zijn persoonlijke populariteit overigens aantast.

Kadirov dringt er op aan zoveel mogelijk macht over te hevelen aan het Tsjetsjeense bestuur. De oorlog in Tsjetsjenië is naast een Russisch-Tsjetsjeens conflict ook een burgeroorlog tussen Tsjetsjeense clans. Moskou lijkt wel oren te hebben naar dergelijke een `Tsjetsjenisering' van het conflict. Zo circuleren er in de Russische pers geruchten dat het conflict een nieuwe titel krijgt. Antiterreuroperaties zouden voortaan `vredeshandhaving' tussen de verschillende Tsjetsjeense facties moeten gaan heten.