Critica van een `roekeloze' Blair

Het is niet voor het eerst dat Clare Short ontslag neemt. In 1988 stapte ze uit het Labour-schaduwkabinet toen toenmalig partijleider, Neil Kinnock, een verscherping van de anti-terreurwetgeving goedkeurde. Short (57) komt uit een katholieke arbeidersfamilie met wortels in Noord-Ierland. In 1991 deed ze het nog eens, uit protest tegen Labours steun aan de eerste Golf-oorlog.

De derde keer dat ze vertrekt, nu als minister van Ontwikkelingssamenwerking en opnieuw uit protest tegen de Britse steun aan een oorlog tegen Irak, kwam gisteren niet onverwacht. Vóór het begin van de oorlog noemde ze premier Blair al ,,roekeloos'' om zijn vermeend kritiekloze steun aan Amerika en dreigde met ontslag. Maar ze liet zich door hem overhalen in functie te blijven omdat ze een hoofdrol zou kunnen spelen bij de wederopbouw. Om zich te verdedigen tegen principieel-links, dat Short op handen draagt, kon Blair in zijn kabinet niet zonder haar.

,,Hypocriet'' is ze om die beslissing genoemd. Nu duidelijk wordt dat de Verenigde Naties in Irak een kleinere rol krijgen dan ze had geëist, had ze geen keus, vond ze. De ontwerpresolutie van de Veiligheidsraad over het na-oorlogse Irak ,,die jij [Blair] en Jack [Straw] zo geheimzinnig hebben uitonderhandeld is in strijd met de verzekeringen die mij in het Lagerhuis en elders zijn gegeven over het wettig gezag van de bezettingsautoriteiten en de noodzaak van een door de VN geleid proces om een wettige regering in Irak te vestigen'', aldus haar afscheidsbrief. ,,Dat maakt mijn positie onhoudbaar'', schreef Short. ,,Ik ben bedroefd dat het zo eindigt.''

In een toespraakje tot het Lagerhuis legde ze er nog een schepje bovenop met een harde aanval op het ,,presidentiële'' bestuur van Tony Blair, die weliswaar ,,veel heeft bereikt, maar die ook ,,geobsedeerd'' zou zijn door zijn ,,plek in de geschiedenis''. ,,Er is geen collectieve verantwoordelijkheid want er is geen collectief; alleen dictaten ten gunste van een steeds slechter doordacht beleid afkomstig van hogerop'', aldus Short.

In een bittere aanval op het leiderschap van Blair zegt Short vandaag in twee Britse kranten dat Blair ,,eervol moet plaatsmaken voor Gordon Brown''. De minister van Financiën, Old-Labour als zijzelf, is haar belangrijkste bondgenoot in het kabinet. Aan hem dankte ze de jaarlijkse verhoging van haar budget. Shorts kritiek was een echo van haar eerdere aanval op de man die zou bestaan uit `twee Tonies': een nice Tony, bij wie het hart links blijft kloppen en voor wie ze moederlijke gevoelens koesterde, en een nasty Tony, die wordt geleid door spin doctors die van hem een ,,egoïstische macho'' zouden willen maken. Het was ook en vooral een goede metafoor van de twee zielen die al langer in Shorts borst bleven schuilen: de traditionele partijvrouw en de aanhanger van Blairs New Labour.

In die laatste rol leek ze de laatste zes jaar te groeien. Ontwikkelingshulp was voor haar niet alleen liefdadigheid. Een paar maanden na haar aantreden in 1997 barstte de vulkaan op het Caraïbische eilandje Montserrat uit en eiste de geëvacueerde bevolking met een beroep op het Britse koloniale geweten steun om terug te keren naar hun huizen die bij een volgende uitbarsting zeker onder de lava zouden verdwijnen. ,,Gebeurt niet'', zei Short. ,,Straks willen ze nog gouden olifanten''. Wel trok ze geld uit om een nieuw deel van het eiland te ontwikkelen. Zij was het ook die Afrika bij Blair op de kaart heeft gezet. Diens oproepen om dat continent van schulden te kwijten in ruil voor politiek-economische hervorming komen uit Shorts koker.

Als het Blair-kamp geloofde dat het Short had ingepalmd, is het nu dus een illusie armer. Opgeruimd staat netjes, was het bittere commentaar dat doorklonk in de officiële lof van Jack Straw, minister van Buitenlandse Zaken, en van Blairs woordvoerder. Met barones Amos, de zwarte en ijzig-politiek correcte Londense sociologe die Short opvolgt, lijkt Blair zich over kabinetsdiscipline geen zorgen meer te hoeven maken.

Short was een eenzame worstelaar sinds ze haar zoon uit een eerste huwelijk ter adoptie gaf en ook daarna, toen haar tweede man jong stierf (aan Alzheimer). Als parlementariër namens het arbeidersdidstrict in Birmingham waar ze opgroeide, maakte ze naam met haar (tevergeefse) kruisvaart tegen blote borsten in de tabloids en haar bereidheid om méér in plaats van minder belasting te betalen. Met zulke, niet altijd even strak geleide acties, legitimeerde ze later in zekere zin Blairs gebrek aan ideologie. Daarom ook heeft de premier haar tot het laatst geprobeerd aan boord te houden. Maar uiteindelijk overwon haar neiging de kont tegen de krib te gooien, die volgens sommigen een gebrek is aan politieke survival-kunst. Dat laatste moet nog wel blijken. Het kan heel goed zijn dat ze buiten het kabinet met andere dissidenten zoals Robin Cook de komende tijd een katalysator wordt voor de groeiende onvrede onder linkse Britten. In dat geval heeft Clare Short ondanks al die kritiek op nasty Tony mogelijk vóór ze het weet weer een baan.