Asfaltdraden

Het artikel `Zoeken naar vrijheid in weefsel van asfaltdraden' (NRC Handelsblad Thema, 3 mei) was een behoorlijke deuk in het plezier waarmee ik altijd de artikelen van Tracy Metz lees. Ook zij is in de valkuil van de autolobby getrapt: het idee dat autorijden steeds duurder wordt gemaakt maar dat dat die arme automobilist er niet van weerhoudt toch weer zijn eeuwige liefde aan zijn heilige koe te betuigen.

De financiële feiten liggen volstrekt anders: autorijden is in vergelijking tot bijvoorbeeld het begin van de jaren zestig spotgoedkoop geworden! Geen wonder dat zich toen maar enkele honderdduizenden een auto konden permitteren en nu zesenhalf miljoen. Zelfs de laatste twee decennia, waarin de kosten van het autorijden zich net zo hebben ontwikkeld als het prijsindexcijfer, is het aandeel van de autokosten in het gemiddelde inkomen sterk verminderd.

Het ontbreekt er nog maar aan dat niet ergens de eeuwige suggestie in het artikel opduikt dat er zo'n 30 miljard van de automobilist `geplukt' wordt en dat hij daar maar een klein deel van terug ziet in de vorm van nieuwe wegen. Dat daarbij de kosten van de milieuschade, wegonderhoud, verkeersonveiligheid en de gigantische belastingderving door lease- en bedrijfsauto's buiten beschouwing worden gelaten, is een oude en zeer succesvolle truc van diezelfde autolobby. Tellen we die kosten erbij op, dan zou er zelfs nog wel eens (gemeenschaps)geld bij moeten.

De in het artikel opgevoerde succesvolle congestieheffing in London is slechts een laatste voorbeeld van een rij van geslaagde pogingen in deze sfeer om de files te verminderen (zie ook www.verkeerskunde.nl). Het direct en liefst aan de mate van congestie gekoppeld voelbaar maken van de kosten van het autorijden, werkt wel degelijk. Zoals ook het beruchte `kwartje van Kok' al aantoonde.