Zoetemelk

Ik woon in Rotterdam. Leuke stad, mooie skyline, authentieke martelaars van het vrije woord, al dan niet in brons gegoten en, natuurlijk, te gekke bruggen. Trouwens: raap alle hoofdstedelijke bruggen bij elkaar, stapel ze desnoods op elkaar en zet vervolgens De Zwaan ernaast. Dan pas begrijp je iets van het Rotterdamse superioriteitsgevoel.

Niets verkeerds hieraan: de menselijke ziel zoekt altijd zijn ankerpunten in een zeer nabije omgeving. Zo heb ik mezelf moeiteloos ervan kunnen overtuigen dat mijn geliefde singel de Champs Elysées van mijn buurt vormt, mijn buurt de bruisendste van de stad is en dat Rotterdam als een vuurtoren van verlichting boven het Nederlandse maaiveld van obscurantisme uitsteekt. Tussen de breedgeschouderde en brommende Opstelten en de softe en slappe Cohen is mijn burgemeesterskeus snel gemaakt. Maar evenals een alcoholist die zijn gebruik in de hand weet te houden, fulmineer ik altijd met maat tegen Amsterdam en heb ik mijn stedelijke chauvinisme vrij goed onder controle. Zo bezit ik nog steeds een rekening bij ABN-Amro ondanks de Ajax-diarree die de bank via haar reclamespotjes al jaren over ons kiepert.

In het bijzonder denk ik aan het laatste exemplaar waarin sjoemelaar Koeman, geassisteerd door een HDAD-gremlin met sproetjes, tot boegbeeld van het bedrijf is verheven. Ik gun iedereen zijn smakeloosheid en wacht geduldig af tot mijn bankier aan malversaties, voorkennis, cynisme en nepotisme ten onder is gegaan. Ook ben ik niet van mijn apropos te brengen als ik lees en hoor hoe Amsterdamse recesenten het schuim aan de mondhoeken krijgen wanneer ze moeten verteren dat de Rotterdamse schrijver Abdelkader Benali een literatuurprijs heeft gewonnen. Max Pam mag best schrijven dat met de kromme zinnen uit het boek van Benali een krantenpagina gevuld zou kunnen worden en Elsbeth Etty op de radio zeggen dat het boek van Abdelkader de Libris-prijs niet verdient. Ik gun Ajax-devoot Frits Abrahams zijn obsessionele Rotterdamse haat met al zijn contradicties. Dus evengoed zijn Fortuyneske afkeer als zijn xenofobische overpeinzingen, als hij weer eens met zijn Amsterdamse paraplu over onze West-Kruiskade tussen onze allochtonen bibberend komt aangelopen. C'est ça!

Maar om mij nu als een vooringenomen Feyenoorder neer te zetten, een partijdige Kuip-fanaat omdat ik het vorige week voor die arme Pierre van Hooijdonk heb opgenomen, gaat een tikkeltje te ver. Kan ik er wat aan doen dat Pierre in hoger beroep van natrappen in de wedstrijd Feyenoord-Ajax is vrijgesproken? Dat Ajacied Van Damme een Judas bleek te zijn, Koeman een slechte consigliere en Ajax een levensgroot complot? Is het mijn schuld dat naar aanleiding van mijn vorige stukje waarin ik de beeldenneukerij van de KNVB-tuchters aan de kaak stelde, nu iedereen om de afschaffing van de tuchtcommissie schreeuwt?

Ik wil eigenlijk nog verder gaan. De rivaliteit tussen Feyenoord en Ajax, zoals die in deze nadagen van de competitie wordt opgeklopt, doet me niets. Zelden heb ik zoveel minachting voor de werkelijkheid, kunstmatig opgevoerde spanning en surrealistische manipulatie in kranten gelezen als nu. Deze volstrekt marginale gebeurtenis, de strijd om de tweede plaats tussen Ajax en Feyenoord, wordt al weken door randstedelijke journalisten opgeklopt.

Hallo confraters, die tweede plek geeft misschien toegang tot de Champions League, maar het blijft een dorre en miserabele tweede plek – in alle sporten de slechts denkbare positie om de finish te passeren. En terwijl Zoetemelk en Poulidor aan hun laatste beklimming beginnen, is Merckx al onder de douche. Wakker worden! Er is toevallig nog een ploeg met zes, zeven punten voorsprong op die twee slakken. Maar hierover wordt steeds minder geschreven. Vandaag zijn de sportkaternen met die twee belabberde wedstrijden van Ajax en Feyenoord rijkelijk gevuld. Maar als je goed zoekt, ergens in een hoekje, dan lees je dat PSV dit weekeinde met 7-0 zijn grootste zege van het seizoen heeft behaald.