Zestien Marokkanen

In Het Parool van 8 mei stond dat Marokkaanse jongens in het Amsterdamse Slotervaart gevoetbald hebben met de kransen en bloemstukken die waren gelegd voor de dodenherdenking op 4 mei. In de Baarsjesweg heeft, alweer een aantal Marokkanen, de twee minuten stilte verstoord door onder andere `Joden moeten we doden' te roepen. En bij het homomonument werd claxonnerend langs gereden.

Het is schokkend en bizar, maar laten we, voor we een oordeel vormen, even een paar punten in beschouwing nemen:

1. De kop in Het Parool luidde: `Allochtonen verstoren herdenking mei'. Ik weet dat koppen altijd wat algemeen zijn, maar juist bij dit soort raciaal beladen gebeurtenissen is exactheid geboden. Zelf wil ik ook altijd weten wat de afkomst is van daders en ik ben blij dat men sinds de moord op Pim Fortuyn daar meer open over is. Dat is een grote verdienste van de man. Maar wees alsjeblieft zo precies mogelijk: allochtonen? Surinamers, Chinezen, Turken en Ghanezen die voetballen met bloemstukken? Nee, zeven Marokkaanse jongens.

Hoeveel allochtonen verstoorden de twee minuten stilte in de Baarsjesweg? Vijf, blijkt bij nadere bestudering van het artikel. Hoeveel allochtonen claxonneerden bij het homomonument? Dat staat er niet bij, maar ik schat zo'n vier. Samen zestien. Die zestien Marokkanen zijn allochtonen, maar de 1,5 miljoen allochtonen zijn niet de zestien gefrustreerde Marokkanen.

En waarom zouden ze niet gefrustreerd zijn? We hoeven niet te beginnen over het gebrek aan scholing en de slechte economie om te begrijpen hoe uitzichtloos hun toekomst is. Deze jongens zitten opgesloten, al hun hele leven, in buurten waar we liever geen avondwandeling maken. Overal ligt het zwerfvuil aan te geven hoe hopeloos het hier is, uit de oude, kleine en tochtige huizen puilt de agressie, ze leven in een strafkamp in plaats van in een menselijke woonwijk. In een strafkamp is het geoorloofd de cipiers te pesten, althans, zo zien de Marokkaanse jongens dat.

2. Toen iemand in de Baarsjesweg de vijf roepende Marokkanen aansprak, riep een van hen: `Je bent mijn vader niet!' Het is een aandoenlijke kreet, waar een hele wereld achter schuilgaat. Ooit kwamen de vaders hoopvol naar het nieuwe land, soms denkend dat ze terug zouden keren als ze genoeg hadden verdiend. Ze raakten in de val van de plotselinge economische malaise en ze zouden nu nooit genoeg verdienen. Daarom haalden ze hun vrouwen en kinderen hiernaartoe, misschien nog altijd denkend ooit samen terug te gaan. Toen raakten ze in de val van de culturele neergang, de neergang van de Marokkaanse cultuur wel te verstaan. De kinderen die hier werden geboren, werden anders. De kinderen zagen het falen van hun vaders, ze zagen hun vaders als verraders, zeker als die als `buurtvaders' heulden met de autoriteiten.

In de ogen van de vaders faalden de zonen, omdat ze zich geen fatsoenlijk bestaan wisten te verwerven. Eten en slapen en verder kattenkwaad uithalen met vriendjes. Het levensdoel van de Marokkaanse vaders in Slotervaart of Baarsjes, om hun kinderen een goed leven te bezorgen, is aan diggelen geslagen. De stille woede richt zich regelmatig op hardhandige wijze op de zonen.

3. Herinneren we ons hoe we reageerden toen we in de jaren zeventig en tachtig geconfronteerd werden met skinheads en punks? `Joden moeten we doden', stampten de skinheads met hun legerlaarzen en de punks haalden alle middelen uit de kast om de burgers te shockeren, van veiligheidsspelden door de wangen tot swastika's aan de kleren. We noemden ze jeugdbewegingen of subculturen en we begrepen waar het om ging. Of zoals de onderzoeker Dick Hebdige over ze zei: ,,Ze hebben heimwee naar een tijd waarin de buurt nog een echte buurt was, met oma's en ooms en boezemvrienden. Toen je als ongeschoolde arbeider nog aan de slag kon, toen je wist waar je aan toe was en vrouwen nog vrouwen en mannen nog mannen waren. Het is een heimwee naar een droomwereld, maar heimwee vergroot soms de greep op het leven, het geeft mensen troost.''

Wat is het verschil tussen de subculturen van toen en de Marokkaanse jongeren van nu? Ze verheerlijken op dezelfde manier het verleden of een vermeend thuisland, ze benoemen op dezelfde manier hun vijanden, ze weigeren iedere vorm van aanpassing en ze verzinnen hun eigen mythologie. Niemand heeft nog geprobeerd de rituelen van de Marokkaanse jongens serieus in kaart te brengen en de betekenissen van die rituelen te ontleden. We snappen dus niets van hun gedrag.

4. Ze zijn bovendien moslims, een niet onbelangrijk feit. Moslims zijn sinds kort als probleem herkend, dankzij een stelletje terroristen van heel ver weg. Deze terroristen creëren een botsing, de botsing der beschavingen zoals dat deftig heet, maar er wordt nauwelijks gebotst, er wordt van een kant gemept en van de andere kant geïncasseerd.

Wat doen mensen in zo'n situatie? De meesten onderwerpen zich, maar sommigen gebruiken hun slachtofferschap juist in een spel waarin ze zich voordoen als ieders schrikbeeld. Ze dalen af in hun geloof, ze worden er extremer in, in het geloof zoeken ze alle houvast, door het geloof verwerven ze een identiteit, zonder hun geloof voelen ze zich kwetsbaar, bedreigd en gediscrimineerd.

Men kan zeggen: juist dankzij hun geloof worden ze gediscrimineerd, maar er zijn genoeg historische voorbeelden van mensen die liever sterven dan hun overtuiging opgeven. Afhankelijk van de kant waar de historici staan worden ze helden of idioten genoemd. Het moeilijke is dat een beschaafd land als Nederland iedereen juist aanspoort om voor zijn eigen overtuiging te staan. In die zin zijn de Marokkaanse jongens zeer aangepast. Dat ze anderen daarmee last veroorzaken is precies hun doel.

5. Lang niet alle punten hebben we genoemd. De sociale druk van kameraden, de seksuele verwarring waarin buiten alles mag en binnen niets, de overal aanwezige, tartende verleiding van luxe die onbereikbaar blijft.

Maar we moeten tot een oordeel komen.

Mijn oordeel luidt, na ampele overweging: sluit die zestien Marokkanen op. Mensen die voetballen met bloemstukken voor de doden en ceremoniële stiltes verstoren, moeten worden heropgevoed, streng en zonder pardon, totdat ze geen gevaar meer zijn voor zichzelf of voor anderen.

ramdas@nrc.nl