Straatvechter, volksjongen en gedetineerde

Afgelopen donderdag, een dag voor de eilandraadsverkiezingen op Curaçao, zat hij nog in de cel. Verdacht van oplichting en het aannemen van smeergeld. Zijn detentie van vijf weken – het Hof van Justitie schorste zijn gevangenhouding voorwaardelijk – maakte hem nóg populairder bij de achterban van Frente Obrero Liberashon 30 di Mei (FOL). Toen hij de gevangenis Bon Futuro verliet, het vroegere Koraal Specht, werd hij opgewacht door een groep uitzinnige aanhangers. Met de bijbel in de hand maakte hij een rondgang langs de kerken van Willemstad ,,om God te danken'' voor zijn voorlopige vrijlating.

FOL-leider Anthony Godett (44), wiens partij de grote winnaar was van de verkiezingen, is een kleurrijke straatvechter. Een volksjongen die geregeld is beticht van ,,ongepast gedrag''. Die zegt wat hij denkt, zoals bij de vorige verkiezingscampagne. Toen hem in de Staten (het parlement) voor de voeten werd geworpen dat de `financiële moraal' van de FOL niet in de haak was, riep hij terug: ,,Corruptie? Bij je moeder thuis.'' In 1998 kreeg hij voor de televisie de vraag voorgelegd waarom hij niet was getrouwd. ,,Waarom zou ik een koe kopen, als ik het vlees ook per pond bij de slager kan krijgen?'', antwoordde hij.

De emotionele Godett, volgens de FOl in het bezit van het havo-diploma, is de zoon van de beroemde vakbondsleider Wilson `Papa' Godett, die in 1969 samen met Amador Nita en Stanley Brown de `zwarte' opstand leidde. Die rebellie was niet tegen Nederland gericht, zo heeft Godett junior steeds volgehouden, maar tegen het sociale onrecht op Curaçao. De rebellie leidde tot de oprichting van FOL.

Anthony Godett mijdt officiële verkiezingsdebatten zo veel mogelijk, omdat hij zich daar pleegt te vergalopperen. Zo deed hij, bij de parlementsverkiezingen van januari 2002, als enige partijleider niet mee aan het door dagblad Amigoe georganiseerde debat over hot items als criminaliteit en drugshandel, de voortzetting van het (bezuinigings)traject met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de staatkundige toekomst van de vijf eilanden.

Liever zocht hij ,,de armen'' van Curaçao op. Hij liet hun woongebieden volhangen met oranje vlaggen, toeters en bellen – oranje is de kleur van FOL, dat vorig jaar zo'n 600.000 euro zou hebben uitgegeven aan de campagne voor de Statenverkiezingen. En dat is veel voor een eiland met 170.000 inwoners. En hij kondigde aan hun straten te laten opknappen en lantarens te laten plaatsen. Verder beloofde hij de vele werklozen (zo'n 17 procent van de beroepsbevolking van de Antillen) een baan, de talloze analfabeten gouden bergen – maar zonder uit te leggen waar hij het benodigde geld vandaan haalde.

In Antilliaanse politieke kringen wordt Godett beschouwd als ,,een stroman'' van de eigenlijke FOL-topman, Nelson Monte. Deze zakenman trekt aan alle touwjes, maar kan niet als partijleider fungeren, omdat hij ooit tot een taakstraf is veroordeeld wegens fraude met suikertransporten.

Momenteel zit Monte vast. Net als Godett wordt hij verdacht van oplichting en het aannemen van smeergeld. Maar volgens het Hof van Justitie is Montes rol daarin zo ,,prominent'', dat hij niet in aanmerking komt voor een voorlopige invrijheidsstelling, waarvan Anthony Godett momenteel geniet. Voor zijn aanhangers was Godett trouwens geen `gewone' gevangene, maar een `politieke gevangene'.