Rake toneelschetsen van De Brueijs

Soms raakte Fien de Brueijs zo geëmotioneerd door de gebeurtenissen op het toneel, dat ze haar tekenpen niet meer geheel in bedwang kon houden. Eén keer was ze zelfs zo diep onder de indruk, dat ze helemaal vergat te tekenen. Maar meestal zat ze oplettend registrerend tussen de coulissen, het tekenpapier op schoot en het potje inkt in de linkerhand, om zo snel mogelijk vast te leggen wat zich voor haar ogen afspeelde. Zodat er de volgende dag naast de recensie in de krant een rake tekening kon staan.

Fien de Brueijs (1925) was een van de laatste theatertekenaars van het land. In de tweede helft van de jaren vijftig, vlak voordat de theaterfotografie haar ambacht voorgoed zou verdringen, tekende ze vooral voor Het Vrije Volk – ook allang verdwenen. Veertig tekeningen op A4-formaat hangen nu als recente aanwinsten in een zaaltje van het Theater Instituut Nederland, begeleid door een boekje met herinneringen van de tekenares en citaten uit de recensies die destijds over die voorstellingen verschenen.

Omdat ze doorgaans in de Stadsschouwburg in Amsterdam zat, tekende De Brueijs tijdens opera-, ballet- en toneelvoorstellingen – het repertoire dat daar toen te zien was.

Wie de grote namen nog kent, vindt er hier heel wat terug: van Gré Brouwenstijn, Hans Kaart en Guus Hoekman, tot Johan Schmitz, Guus Hermus en Max Croiset.

Hoewel het de tekenares meer om de expressie en de aankleding van hun hele gestalte leek te gaan dan om het letterlijke portretteren – sommige gezichten zijn inwisselbaar – zijn sommigen onmiddellijk herkenbaar. Niemand anders dan Ko van Dijk (als Macbeth) had zo'n noeste kop, en het is onmiskenbaar Albert van Dalsum die zichzelf (als de verliefde Malvolio in Driekoningenavond) geen houding weet te geven. Weliswaar in zwart-wit, en toch lijkt er een dieprode blos op zijn wangen te staan.

In zwierige lijntjes zijn ze geschetst, met een krullerig tekenpennetje dat zo te zien in grote vaart over het papier ging. Het decor is zelden meegetekend; de meeste figuren staan in het wit, zodat de krant ze als speelse elementjes op de pagina kon zetten. Op het eerste gezicht doen ze daarom af en toe aan kostuumschetsen denken, maar De Brueijs tekende beweeglijker, levendiger en karakteristieker. Zie de bezwerende Badeloch van Ellen Vogel of de serene jongeling in de rij van edellieden in de Gijsbreght, gespeeld door de 24-jarige Ramses Shaffy.

Op één van de mooiste prenten is trouwens niet eens een gezicht te zien. Daar staat de acteur Ton van Duinhoven, als Reynier in Bredero's kluchtige Moortje, op de rug getekend terwijl hij staat te wateren: de benen iets uit elkaar, de hakken van de grond, het lijf naar voren gekanteld en de billen ingehouden – net zo vrolijk als die voorstelling moet zijn geweest.

Tentoonstelling: Schetsen tussen de coulissen. Theater Instituut Nederland, Amsterdam, t/m 10/8. Catalogus €6. Inl. 020-551 3300, www.tin.nl