Peen hanniken

Burmania. Door alle aandacht in deze rubriek voor oorlogstaal was er de afgelopen weken geen ruimte voor nieuws van het wetenschappelijke taalfront, terwijl daar juist het nodige is gebeurd. Zo is er een voorbeeldig proefschrift verschenen over de zogenoemde Burmania-spreekwoorden. Het gaat om een collectie van 1.195 spreekwoorden en uitdrukkingen, die naar alle waarschijnlijkheid zijn verzameld door de Friese edelman Georgius van Burmania. Een nadeel van deze verzameling, die in 1614 in handschrift is overgeleverd en in 1641 voor het eerst in druk is verschenen, is dat er vrijwel geen betekenisverklaringen bij staan. Die zijn er nu, op basis van een fors aantal bronnen uit voornamelijk de zestiende en zeventiende eeuw, alsnog aan toegevoegd door de Friese taalkundige Frits van der Kuip. Jammer is dat dit kloeke boek, dat ruim zevenhonderd pagina's telt, in het Fries is geschreven, maar in de Nederlandse samenvatting legt Van der Kuip nauwkeurig uit hoe hij te werk is gegaan en hoe zijn verklaringen zijn opgebouwd, dus ook zonder kennis van het Fries kom je een heel eind. Aan het belang van deze spreekwoordencollectie hoef je niet te twijfelen. Van der Kuip noemt het een ,,uniek taalmonument, waarzonder het Fries uit die tijd amper bestudeerd kon en kan worden''. Behalve spreekwoorden en uitdrukkingen (die overigens slechts voor zo'n dertig procent exclusief Fries zijn), bevat de Burmania-collectie ook enkele scheldwoorden, uitroepen, vloeken en verwijzingen naar oude Friese gebruiken. De Burmania-sprekwurden is uitgegeven door de Fryske Akademy in Leeuwarden en kost 45,50 euro, inclusief verzendkosten.

Veth. Nog een gave wetenschappelijke prestatie die niet ongenoemd mag blijven: de heruitgave van Uit Oost en West uit 1889 van P.J. Veth door de Utrechtse etymologe Nicoline van der Sijs. In feite is het meer dan een heruitgave: aan de tweehonderd verhaaltjes die Veth aan het eind van de negentiende eeuw schreef over woorden die wij voornamelijk uit Nederlands-Indië in het Nederlands hebben overgenomen, heeft Van der Sijs twee andere verzamelingen toegevoegd, die van H. Kern en van F.P.H. Prick van Wely. Veth (1814-1895) was de eerste Nederlandse hoogleraar antropologie en hij gold in zijn tijd als de grootste kenner van Nederlands-Indië. Kern (1833-1917) was een internationaal vermaard wetenschapper en etymoloog, gespecialiseerd in Sanskriet, en Prick van Wely (1867-1926) was een zeer gedegen en kritische woordenboekenmaker, die zich samen met Veth rot ergerde aan de stiefmoederlijke behandeling van `Indische' leenwoorden in onder meer Koenen en Van Dale. Door Veths Uit Oost en West nu samen te voegen met aanvullende publicaties van Prick van Wely en Kern, presenteert Van der Sijs een boek waarin ruim duizend woorden uit Nederlands-Indië etymologisch worden verklaard. De verklaringen van Veth zijn kleine verhaaltjes vol historische wetenswaardigheden – hij schreef ze ooit als columns voor de Arnhemsche Courant. Die van Prick van Wely en Kern zijn korter en zakelijker, maar ook hun verklaringen staan nog altijd als een huis en bij de paar woorden waarbij dat niet het geval is, biedt Van der Sijs soelaas in een voetnoot. Het is een prachtige verzameling, waarin je kunt lezen over woorden als amok, branie, gladakker, bakkeleien, bakkeljauw, gutta-percha en oorlam.

Van Gogh. Tot slot nog een vraag uit wetenschappelijke hoek. Sinds enkele jaren wordt er hard gewerkt aan een nieuwe, geannoteerde uitgave van de correspondentie van Vincent van Gogh. In een van die brieven komt een frase voor waarvan tot nu toe niemand de betekenis heeft kunnen vinden. Op 20 februari 1874 schrijft Vincent vanuit Londen aan zijn broer Theo: ,,Ik ben blij [dat] je het bij Roos [Theo's kosthuis] zoo goed hebt, zoo als ik je reeds door Anna Carbentus heb laten zeggen heb je groot gelijk aangaande de peen hanniken. Ik ben 't ook met je eens aangaande B.H., pas echter op je hart, kerel.'' Wat bedoelt Van Gogh in hemelsnaam met de peen hanniken of peenhanniken?

Voor meer details zie donderdag op www.nrc.nl/woordhoek. Reacties naar sanders@nrc.nl