Palestijnen hopen op vrede maar geloven er niet in

De Amerikaanse minister Powell heeft in Jericho met de nieuwe Palestijnse premier Abu Mazen gesproken. Veel Palestijnen zijn zeer sceptisch.

Het Intercontinental Hotel in de Palestijnse stad Jericho is een eiland van landelijke rust te midden van het dagelijkse geweld tussen Israël en de Palestijnen. Dat dit wat afgelegen hotel als locatie moest dienen voor de eerste ontmoeting van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell met de kersverse Palestijnse premier Abu Mazen was geen toeval. Ramallah, de de facto Palestijnse hoofdstad, was ongeschikt door de aanwezigheid van de Palestijnse leider Yasser Arafat, voor de Amerikanen persona non grata. Zeker nadat leden van Arafats organisatie Al-Fatah ter gelegenheid van de komst van Powell hadden opgeroepen tot een algemene staking vóór Arafat.

Jericho is de enige (nog) niet door Israël herbezette Palestijnse stad. Dat de ontmoeting met Powell hier plaatshad symboliseerde meteen hoe groot de kloof wel is tussen de gewelddadige dagelijkse realiteit in de bezette Palestijnse gebieden en het diplomatieke proces in het kader van de `routekaart', de internationale stappenkaart die naar vrede moet leiden. Afstandelijk, zo kijken veel Palestijnen er ook tegenaan.

Na zijn gesprek met de premier kreeg Powell van een delegatie Palestijnse parlementsleden te horen wat de voornaamste grieven en minimumeisen zijn. ,,De VS moeten druk blijven uitoefenen, actief bemiddelen, anders glijden we binnen de kortste keren opnieuw af, net zoals bij het Oslo-proces in de jaren negentig. Als de beginfase maar blijft voortduren, wordt ook dit nieuwe vredesproces gegijzeld. De extremisten hebben dan vrij spel'', waarschuwde Mustafa Bargouthi, leider van de PPP (de vroegere communisten). ,,Wij eisen de snelle vrijlating van de duizenden Palestijnse gevangenen en het opdoeken van alle illegale nederzettingen. Powell weet nu dat dit plan zonder snelle en tastbare vooruitgang een doodgeboren kind is.''

Volgens Hanan Ashrawi, vroeger in de publiciteit als woordvoerster van Palestijnse vredesonderhandelaars, ging het om een open gesprek waarbij vooral Powell moeite heeft gedaan: ,,Hij kwam ons vooral overtuigen dat het Washington ernst is. We zullen zien.''

Onder Palestijnse burgers bestaat even grote scepsis over het nieuwe vredesproces. ,,Waarom komt hij hier? Hij durft niet naar een bezette Palestijnse stad te gaan. Wij leven drie jaar onder het Israëlische juk, maar onze premier komt naar hier voor deze vertoning met de Amerikanen'', zegt Jamil smalend op een terras in Jericho. ,,Toch hopen ook wij dat het lukt. We willen vrede en vooral ook dat Powell van Sharon iets voor ons meebrengt, want Israël heeft ons alles afgenomen.''

Pessimistisch is George, directeur van de middelbare school van Beit Sahour en met zijn leerlingen in Jericho op schoolreis. ,,Die jongens zijn sinds de start van de intifadah nog amper buiten gekomen. Hier kunnen ze een dagje adem halen.'' ,,Wij eisen gerechtigheid. We willen vrede en onafhankelijkheid. Maar Sharon is niet tot concessies bereid'', zegt hij. ,,En zolang Sharons troepen ons land bezetten zal het Abu Mazen niet lukken iets tegen Hamas of de Islamitische Jihad te ondernemen.'' Deze moslim-extremistische groepen hebben geweigerd een einde te maken aan het geweld tegen Israël – terwijl Israël vooralsnog weigert enig vredesproces te beginnen zolang het geweld voortduurt.

,,Abu Mazen of Arafat? Ze deugen geen van beide, maar Arafat is beter dan Abbas. Abu Mazen wil afrekenen met Hamas en de Islamitische Jihad en daar ben ik tegen. Het Palestijnse volk heeft geen soldaten, en die van Hamas zijn als het ware onze soldaten'', zegt in Ramallah Zaki, werkzaam in een plaatselijk handelscentrum. ,,Ik wil vrede, maar niet zoals Abu Mazen het ziet. We moeten niet nog meer toegeven. De grenzen van voor 1967 en Oost-Jeruzalem, en niets minder.''

,,Ik hoop dat het lukt, maar er zijn hier veel mensen die Abu Mazen niet in het hart dragen'', zegt de juwelier Yusef. Vanuit een passerende auto wordt met een megafoon opgeroepen tot de pro-Arafat staking. ,,Ze willen dat Colin Powell Yasser Arafat bezoekt en niet Abu Mazen.'' Alle winkels moeten dicht. Hij toont eem pamflet van Fatah. ,,Je kunt hen maar beter gehoorzamen'', zegt hij.

Yusef hoopt wel dat het Abu Mazen lukt Hamas en Islamitische Jihad onder controle te krijgen. ,,We hebben al voldoende geleden. Het volk heeft geen probleem met vrede. Wat mij betreft mag Arafat morgen van het toneel verdwijnen als dat nodig is om vrede te krijgen. Voor mij is iedere regering goed die ervoor kan zorgen dat al die Israëlische controleposten verdwijnen. Ik ben afkomstig van Nablus, maar ik kan niet naar mijn ouders. Drie jaar geleden zag ik mijn moeder voor het laatst.''

Langs de weg van Ramallah naar Jeruzalem hangt een portret van Saddam Hussein. De kleuren zijn volkomen vervaagd door de zon. De foto is het enige tastbare teken dat er in het Midden-Oosten iets veranderd is, en dat is juist voor de meeste Palestijnen niet echt een hoopvolle ontwikkeling. ,,Wij voelen ons door die oorlog vernederd. We kijken geen tv meer, we willen het niet meer zien. Het is als na de Arabische nederlaag in de oorlog van 1967'', zegt Khader, een vertaler uit Oost-Jerusalem.