Op kruistocht voor de empathie

Wat voor de meeste scenarioschrijvers een utopie zal blijven, lukt Maria Goos (Oud Geld, Familie, Cloaca) schijnbaar moeiteloos. Met de toneelhit Cloaca trekt zij avond aan avond volle zalen, en óók de critici zijn vol lof over haar producties. ,,Goos schept personages van wie je gaat houden''.

Als het einde van het toneelstuk Cloaca nadert, neemt acteur Peter Blok wel eens zijn mobiele telefoon mee het toneel op. Terwijl hij zijn laatste zinnen zegt, draait hij ongemerkt het nummer van schrijfster Maria Goos. Zo kan zij thuis op de bank horen hoe die avond ergens in Nederland het publiek minutenlang om haar toneelstuk juicht. Zo is zij er toch een beetje bij.

Komende vrijdag begint in de Amsterdamse Stadsschouwburg de allerlaatste reeks extra voorstellingen van Cloaca, een wrange komedie over een vriendenkring in midlifecrisis. Als de reeks is afgelopen, hebben 62.000 Nederlanders het toneelstuk gezien; eenentachtig uitverkochte zalen. Voor toneel, laat staan voor nieuw Nederlands drama, is dat een ongekend hoog aantal. Cloaca maakt in juni een grote kans op de NRC Handelsblad Toneelpublieksprijs, en drie spelers zijn genomineerd voor de prestigieuze acteursprijzen, de Louis d'Or en de Colombina.

Maria Goos werd bekend door de veelbekroonde tv-serie Oud Geld (1995-1997). Daarnaast schreef ze het toneelstuk Familie, dat werd bewerkt tot een film. Bij de VPRO is de tv-serie Lieve mensen in voorbereiding, over een stel alcoholisten. Ook worden dit jaar de filmversie van Cloaca en de nieuwe speelfilm Leef! opgenomen.

,,Zoals een moeder moeiteloos de onderbroek van haar kind in een berg vreemd wasgoed herkent, zo herken ik uit duizenden een dialoog van Maria Goos,'' zegt Hugo Heinen, de tv-dramaschrijver die Goos ontdekte en die samen met haar Pleidooi en Oud geld schreef. Haar grote kracht ligt in wat Heinen `de brille van haar dialogen, het loepzuivere gevoel voor dagelijks taalgebruik' noemt. Haar dialogen bestaan uit onafgemaakte, grammaticaal onjuiste zinnen; net als in het echte leven. Uit de dialogen bouwt Goos personages op die sprekend op echte mensen lijken. Collega-scenarioschrijver Frank Ketelaar (Mevrouw de minister, Bij ons in de Jordaan): ,,Goos schept personages van wie je gaat houden. Gek genoeg zet ze haar personages dik aan, tegen het karikaturale aan, en toch zijn ze geloofwaardig.'' Acteur Gijs Scholten van Aschat: ,,Het lijken stereotypes, tot ze door het ijs zakken en ze toch anders blijken te zijn. Het zijn personages met vele kanten die niet meteen duidelijk zijn. Voor een acteur speelt dat prettig.'' Als voorbeeld noemt hij de politicus Joep die hij speelt in Cloaca: een huilerige sukkel die een troep maakt van zijn gezinsleven, die mededogen voelt met een Pools hoertje, maar ook een ambitieus man die berekenend en koud zijn vriend laat vallen.

Goos werd in 1956 in Breda geboren als nakomeling in een `katholiek, net arbeidersgezin'. Althans, zo ziet zij het. Volgens haar tien jaar oudere zus Annemarie Keller was het eigenlijk een middenstandersgezin. Vader Jan Goos was immers smid. Omdat hij leed aan een nierziekte moest hij de smederij verkopen en leefde het gezin van een uitkering. Keller: ,,Als we in een volksstraat hadden gewoond waar iedereen arm was, was dat geen probleem geweest. Maar we woonden tussen mensen met een bovenmodaal inkomen. Het zat mijn ouders altijd dwars dat ze ons niet konden geven wat de anderen kregen. Wij gingen nooit op vakantie, en de buurmeisjes wel.''

Vader stierf toen zij elf jaar was. Datzelfde jaar gingen haar zus en twaalf jaar oudere broer Fons het huis uit, Goos bleef alleen achter met haar 56-jarige moeder. Ze vond de grote vrijheid en de exclusieve aandacht van haar moeder geweldig. Toch heeft ze het gezellige, drukke familieleven gemist. Volgens Ronald Klamer van Het Toneel Speelt – het gezelschap waarvoor zij Familie en Cloaca schreef – is dat de reden waarom zij altijd probeert `het familiegevoel in haar werk te krijgen'. Goos werkt het liefst met vrienden: ,,Ze is altijd bezig familietjes te maken.''

Toen acteur Gijs Scholten van Aschat haar in 1978 leerde kennen op de Toneelschool Maastricht, viel hem ook meteen die kwaliteit op. ,,Ze was het moedertje van de vriendenkring. Als je wat had, ging je naar haar toe. Voor wijze raad, eten, gezelligheid. Ze liep altijd in het huis te tuttemieën, een stoeltje bekleden, dat soort dingen.'' Haar vaste regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen behoorde ook tot de vaste gasten: ,,Zij werd altijd kwaad als we plakken kaas zonder boterham aten.''

De vriendenkring die eind jaren zeventig in Maastricht werd gevormd, is nog steeds bij elkaar en maakte samen Cloaca. Naast Scholten van Aschat en Van de Sande Bakhuyzen behoren daartoe ook de acteurs Pierre Bokma en Peter Blok. Met Blok ging ze als studente al samenwonen, en dat doet ze nog steeds. Scholten van Aschat: ,,Wij waren allemaal vrijgezellen dus we trokken automatisch naar het huis van Peter en Maria toe, die al een soort gezin vormden. Ik heb ooit op een nacht onder haar raam staan zingen, maar ze liet me niet binnen.''

Wat volgens haar vrienden toen reeds opviel, was Goos' grote empathische vermogen. Ze haalde doorlopend zwerverachtige types in huis, waar ze urenlang, en tot tranen geroerd naar kon luisteren. Blok: ,,Wij zijn zo'n mannenclub waarin het gebruikelijk is altijd ietsje slimmer te doen dan de rest. Maar dat scherpe, bijdehante was Maria volkomen vreemd. Ze kan eigenlijk voor alle mensen compassie opbrengen.''

Na haar opleiding voor regisseur en dramadocent werkte Goos voor toneelgroep Centrum, en richtte toneelgroep De Kompaan op. Maar haar grote gave viel pas op toen ze begin jaren negentig voor de televisie ging schrijven. Ze ging in de leer bij veteraan Hugo Heinen, en werd op zijn voorspraak toegevoegd aan het schrijversteam van de nieuwe advocatenserie Pleidooi. Heinen bedacht de serie en deed de eindredactie, Pieter van de Waterbeemd schreef de scènes die zich op kantoor afspeelden, en Goos schreef de privé-gedeeltes. Na drie succesrijke seizoenen, begonnen Heinen en Goos aan de serie Oud geld, over een bankiersfamilie die de familiebank in vreemde handen ziet verdwijnen. Het regende prijzen en lof: eindelijk een kwaliteitsserie voor het grote publiek.

Oud geld zou een langlopende serie van tenminste dertig afleveringen worden. Maar na de negentiende voelde Goos zich al leeg geschreven. Ze wilde graag een extra lange slotaflevering van Oud Geld maken, een epiloog opgezet als tv-film, waarin Pup, een der hoofdrolspeelsters, trouwt met een Egyptische olieprins. Maar daar was geen geld voor.

Ondanks het succes van Oud geld mocht Goos geen opvolger maken. Zij stelde voor een serie over twee alcoholisten te schrijven. Justine Paauw, hoofd drama van de AVRO: ,,Twee alcoholisten, dat was niet wat wij zochten. Het paste niet in het AVRO-beleid.'' De vaste producent van Goos, Anton Smit van IDTV-Film: ,,De omroepen hebben weinig belangstelling voor drama, en als het toch moet, dan liever goedkope, langlopende series volgens een zwaar format, een dwingende formule. Goos is daar minder geschikt voor, zo'n format geeft haar personages te weinig vrijheid om hun gang te gaan.''

Goos voelde zich afgewezen door de AVRO. En was verbolgen over het feit dat een plan van schrijfpartner Hugo Heinen, voor de serie Wet & Waan, wél werd goedgekeurd. Zij beschouwt het nog altijd als `verraad'. Zij en Hugo zouden immers sámen onderhandelen met de Avro, en zo sámen sterk staan met hun eisenpakket: volledige artistieke vrijheid om een wat duurdere dramaserie van beperkte duur te maken. Maar Goos had zelf Heinen ook niet betrokken in haar plan voor de serie over de alcoholisten. Toch neemt Goos Heinen zijn `verraad' zo kwalijk dat zij sindsdien niet meer met haar vroegere leraar en ontdekker gesproken heeft. Hugo Heinen: ,,Haar plan werd afgewezen, het mijne niet. Ik zie niet in wat ik daar verkeerd aan heb gedaan.'' Op de achtergrond speelde volgens Heinen dat Goos genoeg had van het samenwerken, ze wilde alleen verder. Sinds de verwijdering ziet Heinen met lede ogen aan hoe alle lof voor Pleidooi en Oud geld naar Goos gaat: ,,Ik acht Maria Goos hoog, en ik geef onmiddellijk toe dat zij het genie achter Oud geld was, maar dat ik niet meer wordt genoemd op prijsuitreikingen vind ik pijnlijk. Op een gegeven moment moet je van de leermeester af, zo gaat dat.''

Kwaad en teleurgesteld in de televisiewereld, keerde Goos terug naar het toneel. Nu niet langer rommelend in kleine zalen, maar meteen in de volle aandacht. Ronald Klamer, directeur van Het Toneel Speelt, een gezelschap gespecialiseerd in nieuw Nederlands publiekstoneel, vroeg haar om een groot werk te schrijven. Dat werd Familie, meteen een grote hit.

Volgens Peter Blok, die altijd als eerste lezer van haar stukken fungeert, is het geheim van Goos dat ze haar personages `slordig' laat praten en op die manier `echt' maakt. In haar teksten wemelt het van de onafgemaakte en kromme zinnen. Blok: ,,Mensen praten niet efficiënt. Ze zeggen maar zelden wat ze willen, omdat ze dat zelf ook niet weten. Andere schrijvers werken met hun dialogen naar een bepaald punt toe, zo bouwen zij hun plot op. Maar Maria werkt intuïtiever, ze durft het aan om niet te weten waar het naartoe gaat.'' Scholten van Aschat ziet ook een nadeel in de vlotte spreektaal: ,,ik zou willen dat ze eens iets abstracter zou schrijven, kunstzinniger, met meer poëzie erin. Wat ik bijvoorbeeld bij Shakespeare vind: een lekker plot, maar een geconstrueerde, poëtische taal, zodat vorm en inhoud langs elkaar schuren en het drama een extra laag krijgt.''

Volgens Heinen heeft Goos minder aandacht voor plot en structuur. De intriges rondom de Bussink Bank in Oud geld konden haar bijvoorbeeld weinig schelen. Heinen: ,,ze wil de ménsen tekenen. Ze had steeds van die rare kronkels in het plot. Dan kwam een personage een straatzanger tegen die haar meenam naar een feest, en zo was ze in een paar bladzijdes mijlenver van de hoofdlijn verwijderd.'' Volgens Scholten van Aschat is ook Cloaca zeker geen well made play en heeft het juist een weerbarstige vorm. Het begint bijvoorbeeld met drie achter elkaar geplakte, lange monologen. Dat het stuk toch soepel voorbij glijdt is volgens hem de verdienste van regisseur Van de Sande Bakhuyzen.

Blok: ,,Ze weet van lang niet alles wat ze er precies mee bedoelt. En ze houdt vaak ook geen rekening met de beperkingen van het toneel. Als er dertien kamelen langskomen, schrijft ze die op. Met een sterk plot, een goed doortimmerde constructie raakt ze bekneld als schrijfster. Ze wil het verhaal als een riviertje de berg af laten meanderen. Door ervaring weet ze dondersgoed waar het naartoe gaat, het is niet zo van: ik kwak er maar wat op en ik doe maar wat. Maar ze wil er niet teveel bij stilstaan.''

Ronald Klamer van Het Toneel Speelt: ,,Een talent als zij hebben we eigenlijk niet in Nederland. Ze is een kruising tussen een Scandinavische en een Angelsaksische schrijver. Als haar karakters elkaar hard de waarheid zeggen, lijkt ze op de Zweed Lars Norén. Maar Goos geeft geen commentaar, geen Freudiaanse analyses, zoals de Zweden doen. Wat dat betreft lijkt ze meer op een Britse schrijver als Alan Ayckbourne die het leven ook zo genadeloos kan ontleden. Haar grote voorbeeld is Albee's ruzieklassieker Who's afraid of Virginia Woolf? Verder houdt ze erg van de Anton Tsjechov.''

Slavist Karel van het Reve schreef ,,niemand is zo aardig voor zijn helden als Tsjechov. Niemand ontneemt ze zo meedogenloos alle mogelijkheden tot geluk.'' Dat zou ook over Goos kunnen gaan. Ze mag dan een moederlijke figuur zijn die begaan is met de wereld; in haar werk is ze meedogenloos. In een oneindige psychologische oorlog maken haar personages elkaar af. Splinter Bussink behandelt in Oud Geld zijn kinderen als ondankbare werknemers. In Familie wordt de moeder door haar uiteengevallen gezin de vriesdood ingestuurd. Cloaca gaat over het verraad van vier boezemvrienden. Klamer: ,,Goos heeft het lef om de dingen te zeggen zoals ze zijn. Ze laat de dilemma's zien en geeft geen oplossing. Het heeft niets zoetsappigs.''

Blok: ,,Zijzelf lijkt misschien meedogenloos, maar haar personages zijn dat niet. Die zijn eerder laf, in het nauw gebracht. De stukken pakken vaak ook harder uit dan zij ze zelf bedoeld had. Ze gaat echt niet van tevoren bedenken: `Ik wil dat het keihard wordt'. Je moet ook niet vergeten dat het komedies zijn. Ze heeft nog nooit iets geschreven waar ik niet om de tien minuten keihard om moest lachen.''

Volgens Klamer schrijft zij vanuit een diep engagement: ,,Ze wil dat de mensen na een avondje toneel aan de keukentafel gaan zitten om over hun leven te praten.'' Goos beaamt dat en zegt dat ze `missiewerk' verricht: ,,Mijn werk laat zien wat er gebeurt als je je empathische vermogen niet ontwikkelt. Als je naar drama kijkt, krijg je de mogelijkheid om afstandelijk en oordeelvrij een karakter te beschouwen. Zo kom je tot zelfinzicht.'' Ze zegt dat ze geen noodlotdrama's schrijft, haar karakters doen het zichzelf aan. ,,Maar ik laat ook zien hoe weinig er voor nodig is om het beter te doen.''

Haar kruistocht voor de empathie is volgens Goos geworteld in woede: ,,Woede over iedereen die geen verantwoordelijkheid neemt voor de wereld. Over de wereld van het grote geld: in Oud Geld vernietigt de Holland Bank de Bussink Bank, en om de hoek vernietigt Albert Heyn de kleine zelfstandige. Woede op mensen als in Cloaca die verblind door ambitie afschuwelijke egoïsten zijn geworden. Als ik niet zou schrijven, zou ik zo'n vrouwtje zijn dat op pantoffels door het centrum loopt en alles en iedereen voor rot scheldt.''