`Nog geen gelijke lonen'

Hoewel openlijke discriminatie in veel landen van de werkvloer is verdwenen, verhinderen vooroordelen nog altijd dat vrouwen en mensen uit minderheisgroepen zich als werknemer volledig kunnen ontplooien. De discriminatie op de arbeidsmarkt heeft op een veel subtielere manier plaats dan voorheen.

Dit schrijft de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) in het vandaag verschenen rapport Time for equality at work (Tijd voor gelijkheid op het werk). Het rapport van de arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties is gebaseerd op gegevens van overheden en onderzoek van de Wereldbank en antidiscriminatiegroepen.

Bijna overal ter wereld erkennen regeringen nu dat discriminatie met name op grond van ras en geslacht een obstakel vormen om op de arbeidsmarkt te komen. ,,Bijna overal wordt discriminatie formeel veroordeeld en op veel plaatsen wordt gewerkt om discriminatie te stoppen'', zei ILO-voorzitter Somavia bij de presentatie van het rapport. Dat neemt niet weg dat er op de arbeidsmarkt nog steeds groepen worden achtergesteld. ,,Discriminatie blijft een `bewegend doel' en we hebben nog een lange weg te gaan tot de gelijkheid is bereikt'', zei Somavia. Rechtstreekse discriminatie is niet te traceren, maar de ILO heeft wel ,,aanwijzingen'' voor discriminatie. Een aanwijzing is het grote verschil in inkomen tussen de verschillende groepen.

Zo hebben mensen uit minderheidsgroepen de afgelopen jaren wel geprofiteerd van de discriminatiewetgeving, zoals de Afro-Amerikanen in de VS en de Roma en Sinti in Europa en de kastelozen in India en Nepal. Maar zij doen in het algemeen lager betaald en minder geschoold werk dan de werknemers uit de meerderheidsgroepen in hun land. De grootste groep achtergestelden is die van de vrouwen, 67 procent van de werkende beroepsbevolking in de wereld.