Nachtmerrie hockeyclub Rotterdam

Een doemscenario overviel hockeyclub Rotterdam afgelopen weekeinde: eerst een muiterij bij de vrouwenploeg, gevolgd door de degradatie van de mannenploeg uit de hoofdklasse.

Het gezicht van de voorzitter stond op onweer en dat was geen wonder. Zelden beleefde Jan Hagendijk zulke sombere dagen. Eerst een muiterij binnen de vrouwenselectie van Rotterdam, vervolgens de degradatie van de mannenploeg. De voorzitter van de hockeyclub die zo graag voor `vol' aangezien wil worden heeft wel eens vrolijkere tijden doorgemaakt.

Alle ellende balde zich gisteren samen, toen op de slotdag van de reguliere competitie het nieuws vanuit Amsterdam doorsijpelde. De verrassende 3-2 overwinning van naaste concurrent Hurley op Den Bosch reduceerde de eigen en opvallend ruim uitgevallen zege (7-2) op het reeds gedegradeerde Hattem tot een statistisch niemendalletje. Al na één seizoen keert Rotterdam, net als twee jaar geleden, weer terug naar de afdeling die de ambitieuze club ontgroeid meende te zijn: de weinig inspirerende overgangsklasse.

Het gezamenlijke biertje-na-afloop met het gedemoraliseerde Hattem, dit seizoen met 94 treffers de schietschijf van de hoofdklasse, had dan ook veel weg van een begrafenis, waar iedereen elkaar tevergeefs een hart onder de riem probeerde te steken. Voorzitter Hagendijk verborg zijn ergernis achter zijn zonnebril en klampte zich noodgedwongen vast aan ,,een oude Rotterdamse wijsheid die zegt dat drie keer scheepsrecht is''.

Te vrezen valt echter dat het einde van de nachtmerrie nog niet in zicht is. Vier routiniers zwaaiden gisteren af, onder wie doelman Bart Looije en aanvoerder Anand van Deventer. Adequate vervangers zijn (nog) niet voorhanden en hebben bovendien een prijskaartje om de nek hangen. Het is daarnaast nog maar de vraag of die andere bovenmodale hockeyer van Rotterdam, topscorer Richard de Snaijer, bereid is volgend seizoen zijn kunsten in de overgangsklasse te vertonen.

Zorgwekkender is de topsportcultuur binnen de club. Of beter: het gebrek daaraan. Rotterdam mag zich graag profileren als de grootste hockeyclub van het land. Ruim 2.100 leden telt de vereniging die kan pronken met een van de fraaiste complexen van Nederland. Maar het uiterlijk vertoon kan niet verhullen dat topsport bij Rotterdam een vak is dat tot afgrijzen van Hagendijk door maar zeer weinigen wordt verstaan.

Dat bleek afgelopen donderdag, toen vier speelsters bij het bestuur aanschoven en het hoofd eisten van trainer-coach Donald Drost. Hagendijk: ,,Het was `wij eruit of hij eruit' volgens de dames. Toen ik dat hoorde, waren we uitgepraat.'' Drost trok op zijn beurt eveneens zijn conclusies toen het ultimatum hem ter ore kwam. ,,Donald was niet bereid zich een mes in de rug te laten duwen, en hij heeft groot gelijk'', aldus Hagendijk, die daarop contact opnam met Koen Pijpers. De voormalige assistent-bondscoach bleek bereid het seizoen af te maken als troubleshooter van de ploeg die zich gisteren dankzij een 2-1 overwinning op Kampong plaatste voor de play-offs.

Drost zelf onthield zich gisteren van commentaar. Ironisch genoeg treedt de verguisde oud-international binnenkort bij Rotterdam in dienst als manager topsport. Aan de noodzaak van die functie hoeft inmiddels niet meer getwijfeld te worden. Aan de vooravond van de play-offs frontaal de aanval openen op de technische staf het kan alleen bij de club die de afgelopen jaren zo explosief is gegroeid dat het hoog tijd wordt voor een (semi)-professioneel kader.

Zo woedend was Hagendijk over ,,het verraad'' en ,,het onvolwassen gedrag'' dat hij een dag later ten overstaan van de voltallige vrouwenselectie zijn hart liet spreken. De boodschap van de voorzitter liet zich raden: ,,Maar een paar speelsters houdt zich bezig met topsport, de rest volgt de eigen in plaats van de clubagenda'', zei de voorzitter.

Namen noemde Hagendijk niet, maar het is een publiek geheim dat twee (ex-)internationals (Fatima Moreira de Melo en Fleur van de Kieft) al langer aanstuurden op het vertrek van de coach met wie zij vorige maand nog de Europa Cup II wonnen. Drost zou volgens het tweetal `te negatief in de coaching' zijn, en de speelsters nodeloos hard aanspreken op hun verantwoordelijkheden.

Zijn spelers aansporen tot meer daadkracht deed dit seizoen ook Drosts collega bij de mannen, Ronald Hugers. Het mocht niet baten. In vijf weken verspeelde zijn ploeg een `veilige' voorsprong van vijf punten op concurrent Hurley, dat daardoor op het allerlaatste moment langszij kon komen. ,,Waar het aan ontbrak was een aantal ervaren spelers, jongens van het type-De Snaijer'', verzuchtte Hugers gisteren.

Stuitend was dit seizoen bijvoorbeeld het getreuzel in de cirkel. Om dat euvel te verhelpen riep Rotterdam vorig jaar de hulp in van een van Nederlands begaafste hockeyers ooit, Stephan Veen. Eén keer in de week nam de ex-aanvoerder van de nationale ploeg de spitsen onder zijn hoede, maar gisteren kwam Veen tot de conclusie dat ,,één keer in de week toch te weinig is geweest''.

Rotterdam speelde vooral niet naar de eigen beperkte mogelijkheden. Het alom verfoeide `afbraakhockey' van Hurley was aan Hugers niet besteed. ,,Dat wordt mij wel eens kwalijk genomen, maar ik geloof niet in de hoge bal als tactisch wapen. Ook al heeft Hurley bewezen dat die aanpak wel loont.''

Berusting vertoonde naderhand ook de na zeventien seizoenen afzwaaiende doelman Looije, in de wetenschap dat Rotterdam twee weken geleden in de uitwedstrijd tegen Hurley (2-1 nederlaag) de eigen glazen al had ingegooid. Looije: ,,Daar verloren we op mentale weerbaarheid, en dat is meteen ons grootste probleem. We hebben te weinig spelers die een wedstrijd kunnen lezen, spelers die weten wanneer je een overtreding moet maken om je tegenstander te ontregelen.''