Mens wordt supersnelle vis

Een duikbootje om achter te hangen. Een pretmachine met een serieuze markt in Nederland. Er is belangstelling van redders, biologen, marine en Greenpeace.

Duitsers aan zee. Het was bij Bordeaux en tien jaar geleden. Ze zagen mannen van de Franse reddingsbrigade klungelen met een waterscooter en duikersspeelgoed. Doortastend reddingswerk was het niet. De Duitsers, twee broers met technische gaven, vonden dat het anders moest en ontwierpen een nieuw stuk gereedschap dat van een mens een snelle vis maakt. De Delfjet.

Zomaar ging dat ontwerpen niet. Ze deden er tien jaar over, veranderden de modellen en pas nu kan het vaar- en duiktuig in productie genomen worden. Nu geldschieters er iets in zien als pretmachine. De markt van spullen voor de fun is groter dan die van gereedschap voor ernstig werk, denken investeerders. Maar de Delfjet lijkt in Nederland toch vooral serieus bekeken te worden. Drie Haagse ondernemers in de waterrecreatie ontdekten in Duitsland het nieuwe waterspeelgoed. Een elektrisch duikbootje waar de bestuurder niet in zit, maar achter hangt.

De Hagenaars zagen het als een goed alternatief voor de waterscooter met benzinemotor die vreselijk lawaai maakt, stinkt, in Nederland vrijwel overal verboden is en levensgevaarlijk. Dit jaar worden de eerste Delfjets in serie geproduceerd. De Nederlanders verwierven de verkooprechten voor de Benelux en de Antillen en zijn nu op zoek naar afnemers. De hebzucht bij waterkantrecreanten is hier nog niet overdonderend. Des te groter is de belangstelling van marine, politie en de reddingsbrigade. Ook mensen van Greenpeace tonen interesse.

Er zijn al wel sleep- en duikbootjes die mensen door het water kunnen trekken, met een verbrandingsmotortje dat maar heel even onder water kan, of met een elektromotor. Maar ze zijn er uitsluitend voor de pret. Vliegtuig- en treinenbouwer Bombardier in Canada heeft er nog onlangs eentje gemaakt, de Sea-Doo, te bekijken op internet. Een waterdichte elektromotor met een batterij en een scheepsschroefje er achter in een kooi. De kooi om de schroef is noodzakelijk. De zwemmer/duiker houdt met twee handen het watertrekkertje voor zich uit, de schroef wentelt rond, gevaarlijk dicht bij zijn hoofd, de kooi beschermt hem tegen een klap tegen zijn kin. Geen ding, deze Canadees, voor zwaar werk. Hij haalt hooguit drie kilometer per uur en de batterij is snel leeg.

De Delfjet, die gemaakt wordt in Stuttgart, is veel sneller en kan het langer volhouden. De vorm van de kunststof romp is afgekeken van de vorm van een dolfijn. Er hangt geen schroef achter zoals bij het speelgoed van Bombardier, maar in het hart van de Delfjet zit een elektromotor die een schoepenrad ronddraait. Het rad maakt veel toeren en doet denken aan het schoepenrad van een straalmotor. Het zuigt water aan door twee openingen opzij van de romp en perst het door een buis naar achter. Het is dezelfde voortstuwing als van snelle boten die in ondiep water moeten varen: de jetstream.

De energie voor de motor van de Delfjet komt uit acht of meer lithiumbatterijen, cilinders van ongeveer een liter groot, die minstens 2.000 keer opnieuw geladen kunnen worden.

Aan het oppervlak trekt de machine een mens met 20 kilometer per uur door het water en het kan ook langzamer. De bestuurder kan met een tiptoets het gewenste toerental instellen.

Onder water is de maximumsnelheid 12 kilometer. Dat verklaart de belangstelling van reddingsbrigade en marine. Duikers zijn niet snel zonder dit soort hulp, ze moeten het van hun zwemvliezen hebben. Vooral het verplaatsen over enige afstand vinden duikers vermoeiend. De trekker vergroot hun actieradius aanzienlijk.

De bediening is zo eenvoudig dat iedereen er na vijf minuten wennen mee overweg kan. Stamt de mens van de vis? We blijken in elk geval wat van vissen in de genen te hebben, we kunnen in het water sturen alsof we een staart hebben. Het lichaam van de zwemmer stuurt de machine die geen roer heeft en ook geen andere wendbare onderdelen. Dat sturen gaat vanzelf, nadenken is er niet bij. Fietsen is moeilijker.

Er zijn verschillende uitvoeringen van de Delfjet, die van maximaal 30 meter tot maximaal 120 meter kunnen duiken. De duikdiepte is tevoren in te stellen zodat het ding een onervaren duiker niet ongemerkt naar gevaarlijke diepten sleurt. De motor stopt als de machine de ingestelde maximum diepte bereikt, de dieptemeter schakelt hem uit.

Het zijn niet alleen duikers met luchtflessen, die zich door de Delfjet kunnen laten voortslepen. Door de snelheid en de kracht van de watertrekker kan iemand met een hap lucht, mond stijf dicht en een brilletje op, een flinke afstand onder water afleggen. De snelheid is formidabel. De brandweer kan sneller dan ooit bij een onfortuinlijke automobilist onder water komen, de reddingsbrigadier is sneller bij een drenkeling in zee. De Delfjet is sterk genoeg om redder en drenkeling samen terug naar het strand of de kant te brengen. Duikers kunnen nu veel sneller een scheepsromp inspecteren om een olielek te vinden. Visbiologen kunnen eindelijk met een school vissen mee om het gedrag te bestuderen en met een camera op de neus van de Delfjet kunnen betere onderwaterfilms gemaakt worden dan ooit. Omdat de cameraman zich sneller kan verplaatsen en wendbaar is als een ansjovis.

Maar wat moet de marine er mee? Die kan er in alle stilte bommen mee leggen. Het is al bijna vergeten, maar de Franse flikten het Greenpeace in Nieuw Zeeland. Ze plakten een bom onder water tegen de romp van een schip van Greenpeace dat de Fransen dwars zat bij hun atoomproeven. De boot zonk, een opvarende kwam om.

Daarom is de Delfjet ook voor Greenpeace een uitkomst. Snel even kijken of er Franse tijdbommen onder de boot zijn geplakt en ze meteen terugbrengen naar de afzender.

Website: info@delfjet.nl