Kaukasisch ongemak

STABILITEIT in de Kaukasus is een prioriteit die door de oorlog in Irak en de verbale heisa daaromheen maar al te gemakkelijk uit het oog verloren is. Maar de Tsjetsjeense rebellen zorgen er voor dat de wereld ze niet vergeet. Bij een terroristische aanslag met een vrachtauto volgeladen met explosieven kwamen vanmorgen in het noorden van Tsjetjsenië tientallen mensen om het leven. De Kaukasus als getroebleerde regio én het conflict in deze probleemrepubliek staan letterlijk met één klap weer op de kaart.

De aanslag is een regelrechte provocatie aan het adres van de Russische president Poetin. Hij beloofde daadkracht na de gijzelingsactie door Tjsetsjeense rebellen van een compleet Moskous theater in oktober vorig jaar. Het is bij woorden gebleven. Rusland is er nog steeds niet in geslaagd om de opstandige republiek in het gareel te krijgen. Het is omineus dat de aanslag gebeurde in het `platte' noorden, waarvan verondersteld werd dat de onafhankelijkheidsstrijd daar was gestopt, in tegenstelling tot in het bergachtige zuiden. Het Kremlin heeft er de afgelopen tijd alles aan gedaan om de indruk te wekken dat het normale leven in Tsjetsjenië zijn loop had hervat. Dit nieuwe terroristische geweld brengt Poetin in verlegenheid. Oude vragen zullen weer worden gesteld: waarom is nog steeds geen volledige opheldering verschaft over de gijzeling in Moskou? Waarom slagen Russische troepen er niet in de situatie in Tsjetsjenië onder controle te krijgen? Hoe zit het met de bekwaamheid en integriteit van de burgerlijke bestuurders ter plekke?

Vooralsnog zijn het clans, de lokale maffia en de rebellen – en doorgaans een combinatie van die drie – die de dienst uitmaken in de Kaukasus in het algemeen en in Tsjetsjenië in het bijzonder. De aanslag van vandaag is geen incident; in december werden in de hoofdstad Grozny bij een vergelijkbare terreurdaad zeventig mensen gedood. Het aanhoudende geweld toont het falen aan van Moskou en het Russische leger, alsmede dat van de plaatselijke autoriteiten en hun veiligheidsapparaat. De oorlog sleept zich al drieënhalf jaar voort en bij de aanpak ervan kunnen op z'n zachtst gezegd flinke vraagtekens worden gezet.

DE PROBLEMEN in het gebied schreeuwen om een oplossing. Tsjetsjenië en de Kaukasus zijn uitgegroeid tot geopolitieke vraagstukken van de eerste orde. Separatisme, terrorisme, wapens, drugs en vooral olie: ziedaar de brisante mix die tot de huidige staat van bandeloosheid heeft geleid. De Pankisivallei in het grensgebied tussen Georgië en Tsjetsjenië staat te boek als een streek waar internationale terroristen hun heil zoeken. Vorig jaar besloot de Amerikaanse regering op verzoek van de Georgische president Sjevardnadze tweehonderd militaire `adviseurs' naar Georgië te sturen om te helpen bij de bestrijding van de terreur. Of hun aanwezigheid geholpen heeft is onbekend. Maar als de presidenten Poetin en Bush elkaar ontmoeten op de top van de G-8, zondag 1 juni in het Franse Evian, dan is de Kaukasische instabiliteit het voor de hand liggende gespreksonderwerp. Poetin, die afstand nam van de oorlog in Irak en daarmee zijn positie ondergroef, moet aan overwinnaar Bush zijn falen op dit front erkennen. Het kan het ongemak tussen beide leiders vergroten. Bush weet dat het terrorisme in Ruslands weke onderbuik niet alleen Poetins probleem is, maar ook het zijne.