Joost Swartes nieuwe Toneelschuur geopend

In Haarlem was zaterdag de opening van de nieuwe Toneelschuur, ontworpen door striptekenaar Joost Swarte. Zijn broer hield de rondleiding en directeur Lommerse kreeg een lintje van zijn moeder.

Met het in de toneelvloer timmeren van de `Koperen Kees' door wethouder R. Grondel (Cultuur) is zaterdagmiddag in Haarlem de nieuwe Toneelschuur geopend. De `Koperen Kees' is de spijker die voor technici het midden van de toneelvloer aangeeft. Grondel sloeg de Kees er scheef in, zodat het nog een keertje over moet. De wethouder voelde zich toch al niet op zijn gemak op het podium: ondanks de uitstekende akoestiek van de nieuwe zaal, was zijn toespraak over het belang van cultuur voor Haarlem slecht verstaanbaar.

De nieuwbouw van de Toneelschuur, ontworpen door striptekenaar Joost Swarte en architectenbureau Mecanoo, duurde twee jaar en heeft bijna 13 miljoen euro gekost. Het transparante complex, dat twee theaterzalen, twee filmzalen en een café bevat, was al twee maanden open voor het publiek.

De opening werd gepresenteerd door actrice Malou Gorter, die met een eigen bewerking van Willeke Alberti's Ik mis die tijd van toen een ode bracht aan de oude Toneelschuur (1973-2003), het gebouw waarin haar moeder opgroeide, en waar zij haar carrière begon als garderobemeisje. Regisseur Rieks Swarte, broer van de architect, verzorgde een rondleiding door met een videocamera hijgend door het gebouw te rennen. De bezoekers konden zijn verrichtingen `live' volgen op een projectiescherm. Aan de details (geen fietsen voor de gevel, een opgeruimd café) was echter te zien dat de video van tevoren was opgenomen.

Na het slaan van de Koperen Kees verscheen actrice Tjitske Reidinga in een metershoge jurk om: ,,Aanvang. Vijf minuten na nu!'' te roepen. Vervolgens gingen de schuifdeuren open en liepen tientallen theatermakers het toneel op, onder wie oprichter Hans Man in 't Veld, regisseurs Gerardjan Rijnders, Mirjam Koen en Olivier Provily, casting director Hans Kemna en popzanger Huub van der Lubbe. Vijf minuten drentelden ze rond, om vervolgens enige tijd doodstil te staan. ,,Frans!'', kuchtte Gorter en allen wezen naar Frans Lommerse, de directeur die op de eerste rij toekeek. Daarna deed het gebouw van zich spreken: de verduistering voor de bovenramen schoof open en het daglicht viel royaal naar binnen, wat in een theaterzaal zelden te zien is.

Burgemeester J. Pop zorgde voor een verrassing door Lommerse namens H.M. de koningin te benoemen tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. De moeder van Lommerse speldde behendig de hierbij behorende versierselen op zijn zwarte windjack.