Het orgastische geweld van Cipo

Mario Cipollini hoeft in de zaterdag begonnen Ronde van Italië nog maar één etappe te winnen om op gelijke hoogte te komen met Alfredo Binda, die 41 etappes in de Giro won. In het zuiden van Italië kende de wereldkampioen in het openingsweekend een valse start.

In de hak van de Italiaanse laars liet de wereldkampioen zaterdag niet alleen een fraaie kans liggen om zijn regenboogtrui in te ruilen voor de roze leiderstrui in de 86ste Giro. Mario Cipollini leek aan het slot van de eerste etappe van de Ronde van Italië in Lecce op de overwinning af te gaan. Als eerste dook hij de laatste bocht in. Nog maar tweehonderd meter was hij daar verwijderd van een bijzondere prestatie: de evenaring van het recordaantal etappezeges in de Ronde van Italië, dat al sinds 1933 met 41 op naam staat van Alfredo Binda. Maar Cipollini's landgenoot Alessandro Petacchi had geen zin om aan het feestje van de wereldkampioen mee te werken.

Iedereen gaat ervan uit dat Cipollini in deze Giro het record van Binda zal evenaren en verbeteren, maar zo eenvoudig is dat nog niet. Gisteren kwam Cipollini er in de geaccidenteerde tweede rit niet aan te pas – hij arriveerde op bijna vijf minuten van ritwinnaar Fabio Baldato – en ook vandaag is het vrijwel uitgesloten dat de 36-jarige Toscaan aan de westkust van de laars als winnaar de finish zal passeren. Waar het voorafgaand aan de Giro nog een kwestie van tijd leek te zijn voordat Cipollini zich (mede)recordhouder zou kunnen noemen – ook al beschikt hij nauwelijks over wedstrijdritme – wordt nu hardop de twijfel uitgesproken of hij ooit nog op gelijke hoogte komt met de in 1986 overleden Binda, 83 jaar oud.

En dat terwijl organisator Carmine Castellano de voorwaarden had geschapen om de Giro voor `Cipo' een droomstart te geven. Tegen de gewoonte in kende de Ronde van Italië op dag 1 geen proloog, maar een vlakke etappe. Cipollini in de roze trui, dat zou immers de mooiste reclame voor de Giro zijn.

Een jaar geleden liet hij talloze keren zijn spierballen rollen in zijn vaderland. Maar liefst zes etappes won de renner uit de buurt van Lucca, waarmee het legendarische record van Binda opeens heel dichtbij kwam.

Zijn eerste etappezege in de Ronde van Italië, vanzelfsprekend het resultaat van een sprint, behaalde Cipollini al in 1989, zijn eerste jaar als beroepsrenner. In die rit van Mantova naar Mira eindigde Jean-Paul van Poppel toen als derde. Andere leden uit de sprintelite in die jaren waren Abdoesjaparov en Freuler. Vervolgens kwam de generatie met sprinters als Zabel, Steels, Blijlevens en O'Grady. Nu zijn het explosieve collega's als zijn landgenoot Petacchi en McEwen met wie hij de strijd moet aanbinden. In het weekend werd duidelijk dat deze twee geen cadeautjes zullen weggeven.

Cipollini noemde sprinten ooit ,,een mentaal orgasme''. Het voorspel is cruciaal en voor de sprinters speelt zich dat in de laatste tien kilometers van een (vlakke) etappe af. In een zetel wordt Cipo dan door zijn ploeggenoten in de finale naar de streep gereden. Zoals dat zaterdag zo mooi gebeurde, waarbij om beurten ploeggenoten als Bennati, Scarponi, Scirea en Lombardi kopwerk deden. Hoe dichter de renners bij de finish kwamen, hoe hoger de snelheid werd opgevoerd. Met Scirea voorop, ongeveer twee kilometer voor de streep, gaf de kilometerteller zeventig kilometer per uur aan. Toen Lombardi zich, als laatste uit de ploeg van Domina Vacanze, aan kop nestelde, denderde het peloton met 75 per uur op de laatste bocht af. Maar Cipollini kon het niet afmaken. Petacchi versloeg hem met een fietslengte.

Hoe anders was het vorig jaar, op zondag 13 oktober bij het wereldkampioenschap in Zolder. Als topfavoriet ging Cipollini van start op het Belgische circuit. Verschil met nu: toen reden alle Italianen in zijn dienst, inclusief Petacchi, en bekroonde hij zijn carrière met de wereldtitel. Weer kwam er seksuele beeldspraak aan te pas, ditmaal bij een wielerverslaggever van het Franse sportdagblad l'Equipe: `Zijn sprints zijn zegevierende erecties, de lengten voorsprong die hij haalt de meetbare demonstratie van zijn fallische superioriteit.'

Het jaar 2002 was al zo mooi begonnen voor Cipollini. Met een overwinning in de klassieker Milaan-Sanremo (zijn eerste) en winst in Gent-Wevelgem, gevolgd door zes etappe-overwinningen in de Giro.

Onder de gelukwensen voor de nieuwe wereldkampioen was een brief van Jean-Marie Leblanc. Tot twee keer toe had de Tourdirecteur Cipollini's ploeg niet uitgenodigd voor de grootste wielerwedstrijd. In 2001 liet Leblanc de ploeg van Saeco links liggen, als gevolg van de (naar later bleek) onterechte uitsluiting uit de Giro van kopman Gilberto Simoni, twee maanden voor de Tour. Cipollini maakte destijds deel uit van Saeco. De Italiaan had nog nooit de Tour uitgereden en hij had bovendien, zo meende Leblanc, zijn beste tijd gehad. De Fransman kon niet bevroeden dat Cipo's mooiste successen nog moesten komen. Vorig jaar reed Cipollini in dienst van Acqua & Sapone. Cipollini en zijn helpers waren niet welkom, omdat die ploeg geen rol kon spelen in de bergen, zei Leblanc. `Op m'n 35ste', verweerde Cipollini zich begin dit jaar in een vraaggesprek met het Franse wielertijdschrift Vélo, `ben ik nog steeds competitief omdat ik altijd goed voor mezelf heb gezorgd in m'n carrière. Ik weet wat m'n lichaam aankan. Mijn kracht, dat is de sprint. Ik kan best de bergen wel over, maar dat is een tegennatuurlijke prestatie voor een sprinter. Denk je dat het publiek het belangrijk vindt dat ik de Tour uitrijd? Ze verwachten van mij niet hetzelfde als van Armstrong, Ullrich en Pantani. Van mij verwachten ze dat ik sprints win en daar alles voor geef.'

De gelukwensen van Leblanc hebben geen verandering in de situatie gebracht, zei Cipollini in Vélo. `Hij heeft me niet uitgenodigd voor de Tour de France. Hij heeft me niet eens uitgenodigd voor de presentatie in oktober van de Tour van 2003.' De Leeuwenkoning voelde zich zwaar beledigd. Hoewel de relatie tussen de Tourdirecteur en de sprinter ernstig voor verbetering vatbaar is – zo stelde Cipollini de Tourorganisatie op één lijn met een dictatuur – is het onwaarschijnlijk dat Leblanc de wereldkampioen zal passeren als hij volgende week de resterende wildcards verdeelt voor de volgende Tour.

Omdat zijn sponsor hem na zijn zes etappe-overwinningen in de Giro niet extra wilde belonen – zelfs niets van zich liet horen na zijn opmerkelijke successen in de Ronde van Italië – en omdat zijn ploeg niet mocht deelnemen aan de Tour, speelde Cipollini met het idee om te stoppen met wielrennen. In de aanloop naar het wereldkampioenschap – op een parkoers dat hem op het lijf geschreven was – liet hij dat onzalige idee echter varen. In de Ronde van Spanje, in het najaar, liet hij zich weer zien. Met drie etappezeges maakte hij zijn intenties voor het wereldkampioenschap duidelijk.

Bondscoach Franco Ballerini, een vriend van `Cipo' en ooit ploeggenoten bij Del Tongo, creëerde een hechte Italiaanse formatie voor Zolder. Cipollini mag de eer van zijn wereldtitel graag met zijn ploeggenoten delen. Op treffende wijze vergeleek hij zijn prestatie met die van een voetballer. ,,Die dag in Zolder heeft een voetbalploeg een fantastische wedstrijd gespeeld en ik heb de kans gehad om het beslissende doelpunt te maken'', sprak hij bescheiden.

Hoewel hij nu in één adem wordt genoemd met de coureur uit de eerste helft van de vorige eeuw, kent `Il Magnifico' zijn plaats. Binda was een echte allrounder en won de Giro vijfmaal, tussen 1925 en 1933. In 1927 reed hij van de eerste tot en met de laatste dag in de leiderstrui. Die had toen nog geen roze kleur: pas in 1931 werd de maglia rosa geïntroduceerd, de kleur van de hoofdsponsor, dagblad La Gazzetta dello Sport. Binda won toen twaalf van de vijftien etappes en datzelfde jaar werd hij wereldkampioen, net als Cipollini op een circuit. Binda triomfeerde op de pas geopende Nürburgring.

Ook al bereikt Cipollini in de Giro zijn doel, een Binda zal hij nooit worden, laat staan een Eddy Merckx, `de kannibaal' die net als Binda vijf keer de Giro won. Cipollini kent zijn plaats. ,,Ik zou ze hooguit een espressootje mogen brengen'', zei de man die ook zo graag een campionissimo wil worden genoemd.