Dood tij in kunstbeleid verloopt snel

De terughoudendheid die het kabinet-Balkenende I zich op kunstgebied kon veroorloven, is voor Balkenende II niet meer mogelijk. Een nieuwe cultuurnota moet keuzes tot 2008 vastleggen. Bezuinigingen zijn niet te vermijden, meent Kasper Jansen.

Het land wordt al langer dan een jaar nauwelijks geregeerd en de kunstpolitiek bestaat al helemaal niet meer. Maar terwijl het politieke debat over financiële en economische zaken nog wel doorgaat, heersen op cultuurgebied sinds het vertrek van de tumultueuze staatssecretaris Rick van der Ploeg dood tij en windstilte tegelijkertijd.

Zelfs toen het kabinet-Balkenende I nog officieel regeerde, was er bij de regering geen belangstelling voor kunstpolitiek. In de Troonrede van vorig jaar september was geen enkele zin, hoe obligaat ook, opgenomen over het belang van kunst en cultuur voor de samenleving en het perspectief van een nieuw cultuurbeleid van de net aangetreden regeringsploeg.

Staatssecretaris Van Leeuwen (LPF) vond het zelf ,,beschamend'' dat zijn beleidsterrein in de Troonrede geheel was genegeerd, zo zei hij in een verkiezingsdebat nadat het kabinet-Balkenende was gevallen. Dat tekent de marginale positie van een staatssecretaris voor kunst, cultuur en media. Van Leeuwen pleitte dan ook voor een minister met cultuur in de portefeuille. Een minister zit tenminste in de ministerraad, maar dan moet die ook wel zijn mond open doen over kunst en cultuur. Van Leeuwen was zelf niet zo'n bewindsman. Toen de Tweede Kamer hem voorhield dat Pim Fortuyn juist minder ministers wilde, krabbelde hij alweer terug: ,,U moet niet te veel belang toedichten aan mijn zijdelingse opmerking.'' Maar het kan niet anders dan dat de kunstpolitiek de komende maanden weer hoog op de agenda komt te staan al is het dan niet bij het nieuwe kabinet, dan toch in de kunstwereld. Want het lijkt onmogelijk dat met een record-bezuiniging op de landsbegroting in aantocht, de kunstbegroting nu ongeschonden blijft, zoals Van Leeuwen vorig jaar nog voor elkaar kreeg. Ook ingrepen in de Melkertbanen kunnen de kunstsector flink treffen.

D66, dat onder leiding van Dittrich altijd pleitte voor een forse verhoging van het kunstbudget, heeft daarvan bij de kabinetsformatie geen speerpunt gemaakt. CDA en VVD zagen daar al in verkiezingstijd geen financiële ruimte voor. Omdat de kunstbegroting toch al geen vetpot is, leveren die voorspelbare bezuinigingen relatief weinig geld op en roepen ze relatief veel commotie op. Kunstenaars weten immers het publiek èn de Kamerleden te bespelen. Dankzij protestconcerten en `Wij moeten blijven'-acties is de afgelopen decennia veel blijven bestaan. Als het aan de kunstadviseurs had gelegen, was de Haagse toneelgroep De Appel al lang geleden opgedoekt, maar hij bestaat nog steeds.

Van Leeuwen had bij de Miljoenennota voor dit jaar niet veel moeite om de kunstbegroting in stand te houden, want verreweg de meeste kunstsubsidies liggen voor vier jaar spijkerhard vast in de Cultuurnota 2001-2004. Voor de periode 2005-2008 moet er een nieuwe Cultuurnota komen, met een nieuwe verdeling van de kunstsubsidies op grond van een nieuw kunstbeleid. Met het formuleren daarvan zal het kabinet-Balkenende II al ruim een jaar achterliggen op het toch al krappe schema dat moet leiden tot een goede afhandeling van de vele honderden subsidie-aanvragen.

Staatssecretaris Van Leeuwen zei gisteren in het tv-programma Buitenhof dan ook, dat die nieuwe Cultuurnota de eerste taak is van de nieuwe staatssecretaris van cultuur. Hij is er zelf maar alvast aan begonnen en hij hoopt die nog voor de zomer te presenteren. Maar premier Balkenende wil óók nog voor de zomer zijn nieuwe kabinet rond hebben, mét een andere staatssecretaris van cultuur. De status van het huiswerk van de demissionaire LPF-bewindsman is vooralsnog onduidelijk: een kunstpolitiek testament, een culturele utopie of de basis voor het kunstbeleid van een nieuw kabinet zonder de LPF. De regering ligt door de demissionaire inactiviteit al een belangrijke eerste ronde achter. Terwijl normaal de staatssecretaris de discussie start, vulde vorige maand de Raad voor Cultuur onder voorzitterschap van Winnie Sorgdrager het beleidsvacuüm, met een preadvies vol vaagheden in de sfeer dat er van alles nog meer en beter kan.

Eén standpunt van de Raad voor Cultuur sprong er wel duidelijk uit: `weg met het vorige kunstbeleid van PvdA-staatssecretaris Rick van der Ploeg'. Opzienbarend is dat niet, want dat zal ook het standpunt zijn van het huidige kabinet en van het volgende, beide zonder de PvdA. Van der Ploeg wilde onder andere allochtonen, jongeren en ouderen naar kunst en cultuur krijgen met tal van stimulansen en eisen aan de kunstinstellingen. De Raad voor Cultuur rekent af met de rompslomp van ,,de sterke politieke sturing van maatschappelijk bereik en toegang'', die leidt tot ,,ongewenst gedetaileerde regelgeving'' en ,,omvangrijke bureaucratische en administratieve processen''.

Terwijl op nationaal niveau het vorige kunstbeleid wordt afgeschaft, heeft het gedachtegoed van Rick van der Ploeg krachtig wortel geschoten in Amsterdam, de vestigingsplaats van vele nationale kunstinstellingen: de Nederlandse Opera, het Nationale Ballet, het Koninklijk Concertgebouworkest en het Holland Festival. Ze worden deels ook door de gemeente Amsterdam gesubsidieerd. Cultuurwethouder Hannah Belliot (PvdA) wil in het Holland Festival de volkse operette zien. Ook pleit ze voor het opheffen van de scheiding tussen amateurkunst en professionele kunst.

Terwijl Van der Ploeg bakzeil moest halen met het grondwettelijk onmogelijke plan om als overheid de variëteit van het publiek te gaan meten, stelde Belliot toch weer voor toeschouwers op uiterlijke kenmerken te beoordelen en te tellen. Zo zou het Holland Festival-publiek – nu ,,eenzijdig uit de witte middenklasse'' – anders moeten worden gekleurd: ,,Ik wil graag twintig à dertig procent meer representativiteit'', zei ze in deze krant. De PvdA doet dan wel niet mee aan het nieuwe kabinet, maar houdt krachtig stand in de kunstenstad Amsterdam.

Kasper Jansen is redacteur van NRC Handelsblad.

De Rotterdamse Kunststichting organiseert samen met NRC Handelsblad een kunstdebat met de cultuurwethouders van Amsterdam en Rotterdam, Hannah Belliot en Stefan Hulman. Datum: woensdag 14 mei; plaats: Museumparkkerk, Museumpark 3, Rotterdam; aanvang: 20 uur; toegang gratis; reserveren: 010 4333534.