Deus Passus van Rihm boekt enorm succes

`Bid, Heer. Wij zijn nabij', luiden de laatste woorden van Wolfgang Rihms Deus Passus (de God, die geleden heeft). Passions-Stücke nach Lukas is de ondertitel van het werk, geschreven voor het project Passion 2000. Vrijdagavond beleefde dit uitgesproken communicatieve werk met overdonderend succes zijn Nederlandse première bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Brabant Koor in de Rotterdamse De Doelen.

Het programma vermeldde een pauze, maar dirigent Markus Stenz, die soevereine controle uitoefende, zag daar terecht vanaf. Want hoewel Rihm van passiestukken spreekt, een gewone passie is het zeker niet en losse stukken zijn het evenmin. Deus Passus is een compositie uit één stuk en ondanks enkele expressionistische uithalen, sober en sereen, strak en sterk.

`Bete, Herr. Wir sind nah.' Met deze beklemmende boodschap citeert Rihm Tenebrae (1959) van Paul Celan. `Bid tot óns, Heer', eist Celan, verwijzend naar de holocaust. En zo ontstond een soort van oecumenische dienst, gehoord de rooms-katholieke graduale zetting, Stabat Mater dolorosa, de Luthervertaling en het joodse Celan-complement.

`Wir haben getrunken, Herr. Das Blut und das Bild, das im Blut war.' Met deze woorden slaat de componist een brug van het bloed in de kelk van het Nieuwe Testament naar het beeld in het bloed waarop Celan doelt. Stravinsky-achtig bovenpersoonlijk is het houtblazerstussenspel na de Kelkscène. Onverbiddelijk is de Schönberg-stijl in de zware strijkersgang die de weg naar de Olijfberg schildert; het drama kan beginnen.

`O, mein Seele war ein Wald' is echter onvervreemdbaar Rihm. Dit lied op een tekst van Else Lasker-Schüller componeerde hij al eerder in 1994 en verwerkte hij nu in zijn passiestukken tot een ontroerend Stabat Mater dolorosa. Het heeft de vorm van melancholiek duet voor alt en mezzosopraan, door Maryana Myanovic en Cécile van de Sant zowel teder als intens voorgedragen. En zeker niet minder Rihm-achtig is de begeleiding in de venijnige opstandige accenten van de harp en de donker gonzende strijkerssoli.

De woorden van Christus worden over de vijf solisten verdeeld – met nog de stralende sopraan Esther Heideman en de meer geroutineerde Christoph Prégardien en Andreas Schmidt. De alt is de enige die een rol krijgt toebedeeld, omdat het Rihm opviel dat Maria

bij Lucas een speciale plaats inneemt.

`Vater ich befehle meinem Geist in deine Hände', verwijst vooral naar Bach. De bezetting zonder moderne klarinetten imiteert het barokorkest. Naast het vocale aandeel van een sterk Brabant Koor namen fluit en altfluit een steeds belangrijker aandeel, zich discreet voegend in de muziek bij Celans tekst over het glanzende bloed als afspiegeling van de holocaust. Lange tijd stond Stenz onbewogen stil, ruw verbrak het applaus de gewijde sfeer.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Markus Stenz. Gehoord: 9/5 De Doelen Rotterdam.