Britse bedrijven: geen uitstel van referendum euro

Pro-Europese ondernemers in het Verenigd Koninkrijk zetten premier Blair onder druk om een referendum over toetreding tot de euro niet uit te stellen tot na de verkiezingen in 2005. Dat zou leiden tot grote schade aan de Britse economie door het uitblijven van buitenlandse investeringen, aldus de groep in een brief aan Blair. De brief is ondertekend door 25 chefs van bedrijven, waaronder Vodafone, BP, British Airways, Ford, Siemens, Boeing en defensiebedrijf BAE Systems.

De oproep intensiveert het debat over deelname aan de euro, voorafgaand aan een cruciale rapportage door minister Gordon Brown (Financiën), begin juni, over de vraag in hoeverre een Britse instap economisch is gerechtvaardigd. Algemeen wordt aangenomen dat Brown dan een `nog niet' zal uitspreken, onder meer omdat hij vindt dat de Britse economie nog te weinig in de pas loopt met die van het vasteland. Blair zou juist een voorstander zijn van snelle deelname, omdat Londen daarmee zijn politieke invloed op het vasteland kan maximaliseren.

De belangrijkste pro-Europese lobbygroep, Britain in Europe (BiE), waarschuwde dit weekeinde dat zijn campagne niet is vol te houden als een referendum nog langer wordt uitgesteld. Simon Buckby, campagnedirecteur van BiE, zei tegen de BBC dat Blair dan als een ,,twijfelaar'' de geschiedenis zal ingaan. Volgens hem is een meerderheid van onafhankelijke economen ervan overtuigd dat een Britse toetreding geen grote economische problemen zal opleveren.

Brown rechtvaardigde uitstel twee jaar geleden met de noodzaak de euro te toetsen aan vijf criteria. De zogeheten five tests zijn: Britse en continentale convergentie van inflatie en rente, de schokbestendigheid van de euro, gunstige vooruitzichten voor binnenlandse investeringen, idem voor de City en een algeheel gunstige invloed van de euro op werkgelegenheid en welvaart. Voorstanders van toetreding houden echter vol dat de belangrijkste test niet economisch maar politiek is: de Britse wil om zijn politieke en economische lot te verbinden aan dat van continentaal Europa.

Ook uit het kabinet kwamen dit weekeinde signalen over een oplopende strijd. John Reid, voorzitter van de Labourfractie en kabinetslid, zei dat Browns aanstaande beslissing ,,tijdelijk'' is en dat de werkelijke vraag niet is of, maar wanneer de Britten toetreden. Brown zei vrijdag weliswaar dat hij ,,geen anti-Europeaan'' is en sloot gisteren uit de euro ,,om dogmatische redenen'' af te wijzen. Maar hij zei ook dat verdere Europese hervormingen cruciaal zijn.

Eén daarvan is een transparanter bestuur van de Europese centrale Bank (ECB), naar het model van de Bank of England (BoE), die notulen van rentebeslissingen openbaar maakt. Aan een andere wens van Brown – een niet-rigide `inflatiedoelstelling' met een marge naar Brits model – leek de ECB juist deze maand tegemoet te komen.