VS grijpen in Irak terug op oude vrienden

De vorming van een Iraaks interim-regime blijkt niet mee te vallen. De Amerikaanse autoriteiten hebben daarom teruggegrepen op de Iraakse oppositie-in-ballingschap.

Een rolling dialogue hadden de Verenigde Staten na de omverwerping van het regime van de Iraakse leider Saddam Hussein in de zin, een estafette van conferenties van Iraakse vertegenwoordigers uit binnen- en buitenland om een representatieve interim-autoriteit samen te stellen. Die zou dan onder het toeziend oog van Amerika en Groot-Brittannië een nieuwe grondwet opstellen en verkiezingen organiseren voor een stabiele, democratische regering, een lichtend voorbeeld voor de dictaturen in de buurt.

Maar Saddams regime was nog nauwelijks gevallen of hordes plunderaars wierpen zich overal op alles wat los en vast zat. In de resulterende chaos groeide onder de bevolking de afgelopen weken de onvrede over de Amerikanen. Wat heeft de oorlog nou helemaal opgeleverd? Saddam is dan wel ten val gebracht, maar miljoenen ambtenaren zitten werkeloos thuis omdat hun werkplek is leeggeplunderd. De meeste mensen durven hun huis nog steeds nauwelijks uit omdat buiten bandieten blijven heersen. Intussen zien oude vrienden van Saddam, tribale leiders en shi'itische ayatollahs hun kans schoon om zich plaatselijke machtsposities te verwerven. En de conferentie-estafette levert tot nog toe alleen tweespalt op.

Onder die omstandigheden hebben de Amerikanen deze week de rolling dialogue de facto gestaakt en teruggegrepen op oude vrienden, vijf leiders van de vroegere oppositie-in-ballingschap die zich in februari tijdens een conferentie in Noord-Irak in een `leiderschapscomité' verenigden. Toen was Washington nog niet zo blij met die stap, omdat het vreesde dat de daaruit sprekende aanspraak op de macht de geloofwaardigheid van de deelnemers bij de Iraakse bevolking zou aantasten. Maar dinsdag noemde generaal b.d. Jay Garner – die zojuist had gehoord dat hij zelf als hoogste civiele bestuurder in Irak werd vervangen door ex-ambassadeur Paul Bremer – toch Ahmed Chalabi van het Iraaks Nationaal Congres (INC), Massoud Barzani van de Koerdistan Democratische Partij (KDP), Jalal Talabani van de Patriottische Unie Koerdistan (PUK), Iyad Allawi van het Iraaks Nationaal Akkoord (INA) en Abdul Aziz Bakr al-Hakim van de fundamentalistisch-shi'itische Opperste Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak (SCIRI) als kern van een overgangsregering.

Deze leiders besloten woensdag hun `Raad van vijf' tot zeven uit te breiden, met een vertegenwoordiger van de eveneens fundamentalistisch-shi'itische partij Al-Dawa en de sunniet Nassif Kamel Chaderchi van de zojuist gereactiveerde Nationaal-Democratische Partij. Zoals de plannen nu zijn – en temidden van niet-verwachte ontwikkelingen veranderen die dus nog al eens – gaan deze zeven eind deze maand of begin volgende maand een grote vergadering organiseren die de voorlopige regering kiest.

Het is duidelijk dat deze leiders en hun partijen daarmee zeer grote invloed hebben gekregen op de vorming van de interim-autoriteit. Een woordvoerder van Chalabi bevestigde dat deze week ook met zoveel woorden tegenover The Los Angeles Times. Daarmee zijn zij precies aangeland waar zij al die jaren op hebben zitten wachten. Maar heeft de bevolking op hen zitten te wachten?

Van de kerngroep van vijf zijn de twee Koerdische leiders de enigen met een eigen achterban en strijders in Irak. Zij regeren ieder een eigen deel van Noord-Irak, dat sinds 1991 buiten Saddams greep viel. Generaal Garner prees hen als democratisch voorbeeld voor de rest van Irak, toen hij ruim twee weken geleden hun gebied bezocht: ,,U kunt een model zijn voor uw broeders en zusters in het zuiden''. In werkelijkheid zijn Barzani en Talabani feodale stamleiders, wier portretten in hun gebieden haast evenveel te zien zijn als dat van Saddam tot een maand geleden elders in Irak. Jarenlang hebben zij tegen elkaar oorlog gevoerd, tot de Amerikaanse interventie hen om pragmatische reden verenigde. Maar hun naijver groeit al weer.

De SCIRI heeft ook duizenden strijders, maar die zijn gebaseerd in Iran, lid van president Bush' As van het Kwaad. Om die reden mogen zij van Washington niet gewapend naar Irak terugkeren: tegen de achtergrond van de pleidooien van sommige (Iraakse) ayatollahs tot de vorming van een islamitische republiek Irak worden zij als Iraanse agenten gezien. Dat Abdul Aziz Bakr al-Hakim toch mag meedoen in het nieuwe kern-leiderschap komt doordat de SCIRI van oudsher deel uitmaakt van wat oorspronkelijk de grote zes waren van de Iraakse oppositie (de zesde, de monarchisten, houdt zich nog afzijdig van het machtsspel in Bagdad.)

De INA van Allawi, een groep van door de jaren heen overgelopen regeringsfunctionarissen en officieren, claimt een aanzienlijke achterban te bezitten in de Iraakse bureaucratie en het leger, van mensen die het heimelijk niet met Saddam Hussein eens waren.

Bovenstaande vier partijen stonden kort geleden nog recht tegenover Ahmed Chalabi. Zij hadden immers echte steun in Irak, Chalabi's INC – van oorsprong een overkoepelende organisatie die na ruzie op eigen benen is gaan staan – was huns inziens niet meer dan een virtuele groep die zich koest moest houden.

Inmiddels hebben zij – althans publiekelijk – hun kritiek op Chalabi ingeslikt. Zij hebben gezien hoe Chalabi, wegens zijn onversneden pro-Amerikaanse uitspraken (Irak moet van hem relaties met Israël aanknopen) altijd al de speciale favoriet van het Amerikaanse ministerie van Defensie, de afgelopen weken door dat ministerie speciaal is bevoordeeld. Onder andere heeft het Pentagon honderden manschappen voor hem getraind en her en der in Irak als begin van een nieuw leger ingezet. In Chalabi's schaduw hebben de anderen de beste kans mee te delen in de macht.

De bevolking heeft intussen nog geen enkele steun voor Chalabi uitgesproken. Integendeel, bij elke demonstratie worden teksten `Weg met Chalabi!' meegedragen.