Column

Vreemd

Een Boekenbal of drie geleden raakte ik in gesprek met de schrijfster/columniste Heleen van Royen en ik kan niet anders zeggen dan dat het klikte. We spraken, dronken, lachten veel en vaak om de omhooggevallen aanwezige schrijvers en dichters met hun quasi-intellectuele prietpraatjes en we spraken af om een keer verder te praten.

De volgende dag stond ze al op mijn voice-mail. Ik op de hare. We lunchten in het Amsterdamse Excelsior. Wat zeg ik? We lunchten, dineerden en namen tot slot een kamer in het erbovengelegen pensionnetje Hotel de L’Europe, die ik contant afrekende. Mijn vrouw ziet namelijk mijn bankafschriften en vraagt zich anders af wat ik op een doordeweekse donderdag in een hotel op hemelsbreed een kleine vijfhonderd meter van ons huis moet. Ganzenborden? De lunch was heerlijk, het diner exquise en de seks ronduit bodemloos. Ze genoot van mijn goddelijke lijf en ik vond haar ook wel lekker. Het was louter lust. Wat is er op tegen?

Heleen en ik raakten aan elkaar verslaafd. We sms’ten de meest opwindende taal naar elkanders van genot trillende mobieltjes, belden of mailden elkaar uurlijks en we regelden de raarste stekken om het met elkaar te kunnen doen. Bedseks vonden we ronduit saai. Waar we het deden? In de Python van De Efteling, in de lift van het hoofdkantoor van de EO in Hilversum, terwijl Andries Knevel beneden ongeduldig op het knopje stond te drukken en achter het hoofdaltaar van de Sint-Jan in Den Bosch, terwijl bisschop Hurkmans de mis opdroeg.

Wat ik thuis vertelde? Ik ben geen kantoorklerk die overwerk kan verzinnen, dus het werd autopech, file of zelfs autopech in de file, waardoor de Wegenwacht me niet kon bereiken. Ik kan sinds onze verhouding niet zonder erectie naar de verkeersinformatie luisteren.

Wat Heleen verzon? Niks. Die vertelde het gewoon aan haar brave Ton. Die lieverd zat ‘s avonds trouw te wachten in de doorzon van Almere en maakte, als ze afgepeigerd thuiskwam, nog een kopje kruidenthee, zodat de hitsige huisvrouw een beetje tot rust kwam. En hij vroeg of het lekker was? En of we ook nog gepraat hadden? Ondertussen zag zij hoe hij de keuken had opgeruimd, de cd’s terug in de doosjes had gedaan, het speelgoed van de kinderen opnieuw had gesorteerd en dat hij de hoezen van de Ikea-bank had gewassen. Hij vertelde ook dat hij de bedden vast had opgemaakt.

Ik verzon films die ik zogenaamd had gezien, vertelde over nooit bezochte voorstellingen waarvan ik de recensies goed gelezen had, en ik had een vriend als alibi. Hij gebruikte mij thuis voor hetzelfde doel, niet wetende dat ik het regelmatig met zijn vrouw deed.

Op een dag hadden Heleen en ik een lunchafspraak in het reuzenrad van de Tilburgse kermis en al vrijend (opwindend uitzicht, onderbroekloos naar Tilburg kijken!) vroeg ik haar of ze met de trein was. Nee hoor. Ton had haar gebracht. Sterker nog: hij stond beneden te wachten. In de diepte zag ik een lullige Opel Vectra, het verplichte vervoermiddel in Almere. Ton stond naast de auto en zwaaide. Hij stak zijn duim op. Ze vroeg na afloop nog of ik mee wilde lopen naar de auto. Dan kon ik Ton de hand schudden. Ik wilde dat niet.

Twee weken later hadden we een afspraak in de bouwvallige parkeergarage van het Maastrichtse Vrijthof. Dat was in onze risicoseksperiode. Als we hadden geweten dat er toen vlakbij een paar gammele balkons waren geweest dan…, maar dat is achteraf gepraat. Toen we de aan alle kanten gescheurde parkeergarage verlieten, stond Ton met de kinderen op ons te wachten. De een had een suikerspin en de ander een zakje frites. Ze gingen nog even door naar Valkenburg. Ze hadden er een dagje van gemaakt. Hij vroeg of het lekker was? Hij vroeg het niet aan haar, maar aan mij. Hij gaf me ook nog een knipoog en zei: ,,Tot volgende week!”

De toon waarop hij dat zei. Wat een engerd. In een klap snapte ik Ton zijn ranzige SBS-programma’s en ben ik met haar gestopt. Sorry Heleen, het lag niet aan jou!