Verzet politici tegen ambtenaren is gratuit

Minder ambtenaren! Hoe vaak hebben we dat niet gehoord? Minder bureaucratie als oplossing voor alle kwalen wie kan daar tegen zijn? Balkenende in elk geval niet. Stralend meldde hij dat hij meer vrijheid en minder regels wilde ,,om het land terug te geven aan de burgers'' ook al komt dit bij het CDA vooral neer op het weggeven van het land aan het geïnstitutionaliseerde, veelal niet minder verbureaucratiseerde en door geen enkele burger gecontroleerde middenveld.

Minder ambtenaren als er bezuinigd moet worden, is dat een keuze die er bij de kiezer altijd ingaat als koek. Het voornemen is dan ook niet echt nieuw: Zalm rekende zich reeds eerder rijk, en vóór Zalm deed Fortuyn dat eveneens. Het is al vaker vergeefs geprobeerd, en dat zou de huidige kabinetsformeerders tot voorzichtigheid moeten manen.

Want hoe zal dat in de praktijk gaan? Ambtenaren zijn net mensen. Zij hechten dus aan een goedbetaalde baan en vinden zichzelf zelden overbodig. Zij zullen, om die eigen baan te redden, veel papier en praatwerk gaan steken in het aantonen van hun eigen nut. En zij hebben daar meer dan andere mensen de gelegenheid toe, want met `minder ambtenaren' wordt vast niet op minder leraren of agenten, maar op minder beleidsambtenaren gedoeld: op mensen wier dagelijks werk toch al sterk bestaat uit praten en de productie van papier. Dat kan tot twee zaken leiden: ófwel dat zij aan beleid niet meer toekomen doordat zij alle energie steken in interne loopgravenoorlogen, ófwel dat zij juist veel méér beleid gaan maken om hun eigen onmisbaarheid aan te tonen en daardoor de onder de last van circulaires en oekazes bezwijkende uitvoerders leraren, agenten nog verder van hún werk afhouden. En laat nou net die overvloed aan circulaires en oekazes een hoofdargument vormen in de strijd tegen `de bureaucratie'.

In het verleden werden bezuinigingen vooral op `het veld' afgewenteld: het zijn immers de departementale beleidsmakers die de in dit opzicht gemaakte afspraken concreet moesten invullen, en slechts hoogstzelden offerden zij hun eigen baan als eerste op. Het valt te voorspellen dat dit ook nu zal gebeuren. Dat valt hooguit te voorkomen wanneer de minister in eigen persoon van ambtenaar tot ambtenaar nagaat of hij nog wel nuttig is. De kans daarop is niet zo groot. Het vergt namelijk een minister die én verstand van zaken heeft én stevig in zijn schoenen staat. De verhouding met zijn ambtenaren (van wie hij voor succesvol beleid tegelijk afhankelijk blijft) raakt immers vanzelfsprekend onder zware druk. Om de conflicten met de bonden te beperken zal men de lasten op komende generaties ambtenaren afwentelen en gedwongen ontslagen zoveel mogelijk willen voorkomen, ook met het oog op de wachtgeldproblematiek. Dat betekent dat de toevallige leeftijdsopbouw van afdelingen medebepalend wordt en er weinig ruimte komt voor personele verversing, terwijl er tegelijk zo vaak geklaagd wordt over kwaliteitsgebrek: de overheid kan minder perspectief bieden dan het bedrijfsleven en vist bij het zoeken naar de beste krachten daardoor vaak achter het net.

Voor de individuele minister zal de verleiding groot zijn om op andere wijze de afgesproken ontslagronde rond te krijgen. Mogelijkheden te over, al komt veel neer op zelfbedrog. Maak van de gevangenissen zelfstandige instellingen, en je hebt op papier meteen een hoop ambtenaren minder. Maar ook bij een quango blijft het wel om ons belastinggeld gaan.

Andere optie: schaf al die adviesraden af. Daar is iets voor te zeggen. Maar het vergt van politici een schaarse eigenschap: de moed om zelf een pijnlijke beslissing te nemen zonder zich te verschuilen achter deskundigen die worden in Den Haag nu eenmaal graag in de arm genomen worden om een besluit te legitimeren dat onvermijdelijk was maar dat niemand durfde te nemen of het nu om de uit de hand gelopen WAO-problematiek of de dito hypotheekrenteaftrek gaat.

Taken en regels schrappen, dat scheelt ambtenaren, zo wordt er dan geroepen maar zolang men niet concreet wordt, blijft die roep gratuit. Want het zijn de politici zélf die deze taken en regels hebben verzonnen meestal onder druk vanuit de maatschappij, die maatregelen van de overheid verlangde zodra er een misstand werd geconstateerd. Minder regels en meer eigen verantwoordelijkheid: in abstracto klinkt dat altijd mooi. Tot er weer eens een asociaal gezin de buurt op stelten zet, een café met wat pubers erin afbrandt, of ergens een balkon instort. Dan heet het direct: waar was de overheid?

Thomas von der Dunk is publicist