Veroordeeld tot Frankrijk

In 1938 schreef professor Walter Schubart uit Riga het boek `De komende Europesche mensch'. Daarin zet hij de Fransen als volgt neer. ,,Het is kenmerkend dat bij hen de strijd tegen de altijd in hen woelende oerangst zich overwegend binnen de perken van het verstand afspeelt, niet binnen die van het handelen. Zij zijn statisch, niet dynamisch. De gedachte stellen zij boven de daad, het zijn boven het worden. Terwijl voor Angelsaksers en Duitschers het denken aan het handelen vooraf gaat, is voor Franschen de daad een toevoeging aan de gedachte. Men denkt over het nieuwe na, doch doet het niet.''

Er lijkt in Frankrijk weinig veranderd in 65 jaar. ,,Tot hier en geen stap verder'', zullen sportieve lezers geërgerd denken. En dat bijna onverslaanbare nationale Franse voetbalteam dan? Precies, dat bewijst het gelijk van de professor, want dat zijn mannen die buiten Frankrijk spelen en daar hun daadkracht mogen meten met niet-Fransen. Vandaar.

Toch zoeken lezers uitgerekend in Frankrijk een tweede huis, of zelfs een permanent onderkomen, blijkt uit hun reacties. Niet in Duitsland, Engeland of het doodstille Noorwegen, waar je in je vakantie niks kan doen, omdat er is niks te doen is. Waarom? Er is zoveel wat pleit tegen een tweede huis, en al helemaal in Frankrijk. Maar je leest in boeken over dit onderwerp nooit de waarschuwing: doe het niet en sla dit boek dicht! Vandaar wat (financieel) tegengif.

Franse verkopers kennen de dromerige blik in de ogen van Hollanders en die misbruiken ze. Een bouwval waar zelfs koeien de neus voor ophalen, zien die kopers nog als een paleisje, waar nog wat aan moet gebeuren. Voor je het weet, betaal je veel te veel. Denk ook aan de kosten voor het opknappen, dat maar niet opschiet en steeds duurder wordt. Franse aannemers schatten het op een maand werk en doen er rustig twee jaar over. Je moet overal bij zijn, anders word je belazerd, meldt een lezeres. Zij waarschuwt ook met klem tegen ouwe mannetjes in ouwe Renaultjes, die rijden als zelfmoord terroristen. Verder de belastingen, verzekeringen, reiskosten voor heen en weer rijden, toezicht enzovoort. Voor je het weet moet je geld lenen, waarvan de rente niet aftrekbaar is.

Je rekent op inkomsten uit zo'n huis. Familie en kennissen zijn razend enthousiast over je kasteel en willen het graag een paar weken huren, zeggen ze. Natuurlijk net wanneer jij er naar toe wilt. ,,Je rekent ons toch wel een vriendenprijsje?'' Ja, ja. Twee dagen van te voren bellen ze af: ,,De kinderen gaan liever naar Spanje. Sorry.'' En zo ben je voortdurend bezig je tweede hut aan de man te brengen.

Ben je na een paar jaar op orde, dan breekt fase twee aan: de gewenning. De omgeving boeit niet meer. Het dorp is een broeinest vol vervelende, luidruchtige Hollanders. De kinderen willen weleens naar een ander land: `moeten we er alweer naar toe? Jullie zijn daar altijd aan het klussen.' Kinderen, gekken en dronken lui zeggen de waarheid, en die is: je bent door dat rothuis veroordeeld tot Frankrijk.

Of het weer valt tegen. Een gezin kocht hun tweede geluk tijdens zo'n stralend blauwe Franse zomer uit de reisgids. Daarna regende het vier jaar lang achtereen, net in de maanden dat zij er waren. Ierse taferelen.

Voor die pechvogels breekt fase drie aan: de (gedwongen) verkoop, want er zitten tonnen in dat huis en die moeten eruit. Dan liever naar zonnig Spanje. Maar hoeveel krijg je er voor terug? Deze mensen wachten al jaren op een potentiële koper, die de moeite neemt om te komen kijken. Het is met huizen net als met aandelen: kopen is geen kunst, maar met winst verkopen wel.

Zo kun je verder gaan met een lijst van bezwaren. Neem het ijskoude, verlaten Franse platteland in de winter. Daar staat jouw huis te vernikkelen, wachtend op gezellig bezoek uit Holland. Maar hoe krijg je zo'n iglo warm?

Dan nog het heikele punt van de belastingen. Ook in Frankrijk worden die geheven. Er zijn Hollanders die denken dat wanneer je je daar maar muisstil houdt, die bui wel overwaait. Zo is het niet. Je moet je melden bij de fiscus. Doe je dat niet, dan volgt er een boete. ,,Je suis de Pays Bas et mon Francais est pas bon'', geldt niet als excuus.

Nederlandse belastingplichtigen hoeven in Nederland geen huurwaardeforfait bij te tellen over het tweede huis en de huurinkomsten niet op te geven. De onderhoudskosten en leningsrente zijn niet aftrekbaar. De huiswaarde (minus schuld) valt in box 3, maar de belastingheffing over het huis komt toe aan de Fransen, volgens het verdrag tussen de twee landen. Meer hierover in de hierna vermelde boeken.

Weerhoudt deze litanie van klachten lezers van een tweede huis in Frankrijk? Neen. Vandaar twee recent verschenen boeken om die ongelovigen te helpen: La Maison, praktische gids voor het zoeken naar en bewonen van een huis in Frankrijk, van Wim Bavelaar (Spectrum) 22,95 euro, isbn 90 274 8435 x. En: Handboek wonen en kopen in Frankrijk, van P. L. Gillissen (uitgeverij Guide Lines), 19,95 euro, isbn 90 74646 222 0.

En het Larense advocatenkantoor Steinz (www.steinz.nl) houdt zich nagenoeg uitsluitend bezig met het begeleiden van Nederlanders die Frans onroerend goed willen aanschaffen. U bent gewaarschuwd!