TRAINING: vrouwenvoetbal

Een lenteavond. Binnen, in de voetbalkantine, staan mannen lusteloos pijltjes in een bord te gooien terwijl buiten op het veld hartstochtelijk wordt getraind.

Door vrouwen. Er worden hartgrondige verwensingen richting trainer, bal en tegenstandsters geslingerd, aangekomen in het doel wordt er nòg naast- en overgeschoten, ballen verdwijnen in sloten, struiken en over hekken. Tot zover zou het mannenvoetbal kunnen zijn. Maar hier wordt gemotiveerder en feller getraind, instructies worden zonder morren opgevolgd, er zijn geen elleboogstoten of aanslagen op het lichaam van de tegenstandster, technisch ziet het er verzorgd en aantrekkelijk uit. 70.000 meisjes, vrouwen en veterinnen (veteranen-vriendinnen) spelen voetbal in competitieverband en waarom horen en zien we daar zo weinig van? In het verleden en dan vooral in Nederland zijn pogingen gedaan om het damesvoetbal ter elimineren. En dat alles onder het motto: bij het voetbal is de beste plaats van de vrouw op de tribune. En natuurlijk is ze ook nog uitermate geschikt voor het aanreiken van pils en nootjes aan manlief voor de buis, wanneer hij onderuithangend de zoveelste wedstrijd consumeert. Een man krijgt een buik en sterft of wordt erelid in ruste, een vrouw krijgt een buik en baart vervolgens een nieuwe generatie voetballers en voetbalsters. Want volgens Sepp Blatter, de machtige voorzitter van de wereldvoetbalbond Fifa, heeft vrouwenvoetbal uiteindelijk tóch de toekomst.

Dit is aflevering elf in een serie over trainen.