Schijnoverwinning voor de natuur

De natuur is vaak de klos bij projecten die natuurbehoud én economische ontwikkeling nastreven. Volgens Paul Scholte moet men kiezen.

Ecoloog Paul Scholte was voor het Centrum voor Milieukunde in Leiden jarenlang een drijvende kracht achter het Waza Logone project in Noord-Kameroen, een spraakmakend Nederlands-Kameroenees samenwerkingsverband voor natuurherstel dat zowel dier als mens ten goede zou moeten komen. Hij werkte er als als ecologisch onderzoeker en projectleider. Scholte gelooft niet langer in `win-win situaties', de combinatie van biodiversiteitbehoud èn ontwikkeling in de Derde Wereld. Als één van de eersten durft hij openlijk kritiek te uiten op de `moderne' natuurbeschermingsaanpak. Scholte: ``Je hoort van negatieve ervaringen wanneer je eerlijk met collega's praat, maar ziet ze nauwelijks terug in de wetenschappelijke literatuur.''

In een recente publicatie in het tijdschrift Ambio (feb 2003) doorbrak Scholte dat taboe als een van de eersten. In het artikel levert hij niet alleen kritiek op zijn eigen Waza Logone project, maar geeft hij ook voorbeelden uit de Centraal Afrikaanse Republiek, Nigeria, Zimbabwe en de Galapagos-eilanden. Volgens zijn analyse stimuleert plaatselijke `ontwikkeling' en verhoging van levensstandaard de immigratie en dat brengt de stabiliteit en rust die nodig zijn voor natuurbehoud nu juist in gevaar. De goedbedoelde dubbele doelstelling werkt zo dus averechts. Scholte werkt aan een proefschrift over tegenvallers in de natuurbescherming, onder de titel `Vloedvlakte herstel voor mensen of wilde dieren?'

Borsthoogte

Het lijkt zo mooi. De deels herstelde vloedvlakte van de rivier Logone bij Nationaal Park Waza, in de noordelijke punt van Kameroen, maakt een levendige indruk. Plaatselijke vissers en hun kinderen waden tot op borsthoogte met netten in de waterwegen bij hun dorpen. Nomadische vissers van uiteenlopende etnische groepen leggen lange rijen meervallen te drogen in de zon. Daardoorheen beweegt zich een feestelijke wirwar aan vogels, van minieme ijsvogeltjes tot reuzenreigers.

Dit lijkt natuur op z'n best. Niettemin: rond weer droogvallende overstromingsplekken is het dringen geblazen voor mens en dier, met een voorspelbare winnaar. De bontgekleurde, plaatselijke veemarkten zijn omvangrijk. En wilde zoogdieren zijn er maar mondjesmaat. De hier ooit talrijke Kob-antilopen moet je met een lantaarntje zoeken. Olifanten leiden langs hun oude migratieroutes een opgejaagd bestaan als `probleem'-dieren. En of er in het waterrijke gebied nog nijlpaarden zijn, weet niemand zeker de periodieke droogten maken ze kwetsbaar voor stroperij.

Het Waza Logone project begon in 1992 als omvangrijk natuurherstelproject waarvan mensen mee zouden profiteren. Louter natuur beschermen riekt naar neokolonialisme, en daarom koos men voor een Integrated Conservation and Development Project. Redding van bedreigd dierenleven bleef het hoofddoel van herstel van de vloedvlakte, maar ontwikkeling en verhoging van de levensstandaard van de plaatselijke bevolking, liefst door duurzaam gebruik van de te beschermen hulpbronnen, werden belangrijke nevendoelen.

De waardevolle vloedvlakte van de rivier Logone werd in de jaren zeventig en tachtig vrijwel drooggelegd. Er werden dammen en een stuwmeer aangelgd voor een grootschalig rijstteeltprojectdat al snel mislukte. Herstel van de waterhuishouding van het gebied door gedeeltelijke herbevloeiing zou een Nationaal Park met zijn geslonken dierenaantallen kunnen redden en de plaatselijke bevolking weer van bestaansmogelijkheden kunnen voorzien. Het weer volledig verwijderen van dijken en stuwdam leek politiek niet haalbaar. Na de eerste weloverwogen doorbraak een gat in de rivierdam bij Tekele, na veel overleg aangebracht in 1994 werd een gebied van grofweg 180 vierkante kilometer weer vloedvlakte. En grofweg zevenhonderd vierkante kilometer uitgedroogd Sahelland werd beïnvloed door het nu weer verhoogde waterpeil.

Vanaf het begin was het project ingebed in nauwkeurige wetenschappelijke monitoring op ecologisch en demografisch vlak. Het herstel van de vegetatiedynamiek bleek, als gehoopt, behoorlijk. Ook de visstand en de aantallen aan water gebonden vogels kwamen weer op peil. Het gewenste herstel van wilde zoogdierpopulaties, zoals die van Kob- en Topi-antilopen, was aanvankelijk ook veelbelovend. Maar er was een flinke toestroom van nomadische herders en hun omvangrijke kudden. Scholte: ``Aan grotere zoogdieren heeft de herbevloeiing uiteindelijk bar weinig opgeleverd. Aanvankelijk was er even een toename van Kob-antilopen; maar toen kwam de concurrentiestrijd met toegestroomd vee. Dat gaan ze verliezen.''

De veehouderij in het projectgebied verdrievoudigde. Het aantal permanent gevestigde vissers steeg met eenderde. De tijdelijke aanwezigheid van rondtrekkende vissers verveelvoudigde. Ondertussen verdween vrijwel al het wild uit het nabijgelegen Kalamaloué Nationaal Park door de toestroom van mensen. Ook de toekomst van Waza Nationaal Park wankelt.

Wat is er tegen de toestroom van mensen, zij maakten iroeger toch ook al gebruik van de vloedvlakten? Scholte: ``Klopt. En het was ook ons doel dat zij konden terugkeren. Maar: mensen komen veel eerder terug dan het gebied zich kan herstellen. Antilopenpopulaties komen langzaam weer op peil maar het vee komt massaal en in één keer. Niet alleen het aantal mensen speelt een negatieve rol. Er vestigen zich vissers uit de verre omgeving met andere methoden en gewoonten. Vissers uit Mali zijn toevallig ook nog notoire kraanvogeljagers terwijl we nu juist de sterk bedreigde zwarte kroonkraanvogel wilden beschermen.''

Gangbaar recept

Zulke tegenvallers in Noord-Kameroen staan niet op zichzelf. Scholte kijkt verder dan het project waaraan hij jarenlang bevlogen bij was betrokken. Hij ziet wereldwijd sterke parallellen in ongewenste gevolgen van de integratie-aanpak. ``Stel je het scenario even op zijn simpelst voor. Een beschermd gebied is omgeven door een paar arme gemeenschappen, die afhankelijk zijn van de al dan niet legale exploitatie van de natuur. Dat weinig intensieve gebruik heeft nauwelijks invloed op de ecologie. Dan wordt met een project begonnen volgens het gangbare recept: integratie van natuurbescherming en ontwikkeling. Plaatselijke leefomstandigheden verbeteren. Dat trekt dan arme nieuwkomers aan die willen delen in de toegenomen voorspoed. Als er geen grenzen gesteld worden zal die immigratie voortduren, totdat iedereen weer dezelfde lage levensstandaard heeft. Het gevolg? Het gebied dat je wilde beschermen is nu omgeven door vele, in plaats van enkele arme gemeenschappen die de ecologie in de waagschaal stellen.''