Sanne van Rijns `Langzaam tot nul' blijft traag

Het begint en er gebeurt niets. Tot een minuscuul rijtje cijfertjes zichtbaar wordt, dat gestaag uitdijt tot reusachtige proporties terwijl het getal zelf tegelijkertijd steeds lager wordt. Razendsnel naar nul gaat het, tot het aftellen abrupt stopt bij vijfhonderd. Het licht schiet aan en daar schrijden Sanne van Rijn en Roy Peters het toneel op. Zij in avondjurk, hij in mooi pak en ze gooien een sinaasappel over, keurig mikkend. Dat keurige blijft, ook nadat de sinaasappel gezelschap heeft gekregen van een hele grote oranje bal en talloze kleine en nog kleinere balletjes. Een bal en een avondjurk, zouden ze gaan dansen? Maar nee, daarvoor zijn ze te geconcentreerd bezig met het spelen van kleine spelletjes.

Wie houdt van theater waarin iets constructiefs of opwindends gebeurt, moet niet naar Langzaam tot nul gaan kijken.

Wie toch gaat, ziet vijftig minuten lang liefdevolle aandacht voor een kinderspel dat net iets meer lijkt te zijn dan onschuldig. Het levert door de grillige belichting mooie, bijna abstracte beelden op.

In steeds andere houdingen worden er ballen gestuiterd, gegooid, gerold, in rijtjes gelegd en gekoesterd, alsof er in de handeling het antwoord op een vraag schuilt. Vooral Sanne van Rijn weet met haar naar binnen gekeerde blik het zoete en tegelijk intense spelen van kleine meisjes op te roepen. Roy Peters maakt een wat onhandiger indruk. Steels blikt hij af en toe naar Van Rijn om te zien of ze al is uitgestuiterd en is dat niet het geval dan balt hij ook nog maar even door. Het moet niet eenvoudig zijn om de tijd zo te rekken en zo rustig en doelbewust over het toneel te wandelen naar weer een rond oranje stuk speelgoed.

Soms lijken het twee grote, eenzame kinderen die troost zoeken voor hun eenzaamheid. Troost door herhaling, troost door met volle aandacht zinloze handelingen uit te voeren. Troost die je in slaap wiegt, zo suggereert Van Rijn door in de dreunende en piepende geluidsband op de achtergrond een kinderliedje te verweven. Maar ongetwijfeld zijn er ook tal van andere interpretaties mogelijk voor dit raadselachtige samenzijn. Je zou over nulpunten kunnen gaan broeden, over formules om het leven zoveel mogelijk stil te zetten, of je gaat denken over de werking van het heelal.

Dat gepeins voelt echter al snel wat onzinnig aan, omdat Langzaam tot nul geen prikkel geeft die verklaringen verder te exploreren. Daarvoor is het niet spannend genoeg en niet zorgvuldig genoeg. Er zit bijvoorbeeld geen logica in het aftellen van de cijfers op het achterdoek en de hoeveelheid balletjes waar mee gespeeld wordt.

Er zit ook geen herkenbare logica in de hoeveelheid kleine balletjes ten opzichte van die ene grote bal. Zelfs de voorwerpen die gebruikt worden zijn niet consequent rond: de kleinste ballen worden nog in een rond schaaltje gehusseld, maar de sinaasappels dansen in een rechthoekig krat en later op de deksel van een kist. Dat is slordig. Het staat bovendien in schril contrast met de zorgvuldigheid die door de simpele handelingen en het lage speeltempo wordt gepretendeerd.

De voorstelling is saai waar geheimzinnigheid nuttig was geweest en onduidelijk waar juist helderheid had geholpen. Zo weet het publiek meteen dat het tweetal nooit iets tegen elkaar zal gaan zeggen, want ze komen op met stijf gesloten mimespelers-monden. Ze delen ook niets dan de balletjes; er is geen liefde, er is geen lust, er is geen ruzie. Alleen op het einde breekt een glimlach het gezicht van Van Rijn open en lacht ook haar medespeler opgelucht mee. Maar misschien is dat wel omdat ze blij zijn dat het is afgelopen.

Voorstelling: Langzaam tot nul door ZT Hollandia. Van en door: Sanne van Rijn, Roy Peters, Taco Stolk. Gezien: 3/5 Toneelacademie, Maastricht. Tournee t/m 7/6. Inl. (040) 2460656 of www.zthollandia.nl