Puzzelen met de belastingen

Dilemma 6. Je baan kwijt na een reorganisatie, maar wel anderhalf jaarsalaris mee als vertrekpremie. Wat moet je met dat geld doen? Direct incasseren, investeren in een lijfrentepolis of in een creatievere fiscale constructie?

Elk jaar komen zo'n 130.000 werknemers gedwongen op straat te staan. Meer dan de helft van die ontslagzaken wordt via de kantonrechter afgehandeld – veelal met de uitkomst dat de werknemer per direct zijn baan kwijt is en in ruil daarvoor een aantal maanden of jaren salaris meekrijgt. Slaagt de werknemer erin snel weer aan de slag te komen, dan is zo'n `gouden handdruk' een prettig extraatje. Maar als de zoektocht langer duurt of de nieuwe baan heeft slechtere pensioenvoorzieningen, dan is die vertrekpremie opeens heel belangrijk.

Tot nu toe hadden ontvangers van een gouden handdruk drie keuzemogelijkheden: meteen belasting betalen over het bedrag, een lijfrentepolis afsluiten of een zogeheten stamrecht-BV opzetten. Daar is nu een vierde mogelijkheid bijgekomen: het Goudenhanddrukfonds. Het idee achter dit fonds is simpel, zegt bedenker Eric Kosters, fiscalist bij accountants- en belastingadvieskantoor de Jong & Laan. ,,Veel meer dan een (niet-notariële) oprichtingsakte en spelregels waar het fonds zich aan moet houden, heb je niet nodig.''

Sinds de Jong & Laan een maand geleden het Goudenhanddrukfonds wereldkundig maakte, heeft het bedrijf honderden telefoontjes gehad van belangstellenden. De verwachting is dat er eind dit jaar enkele honderden fondsen zullen zijn opgericht. Belangrijkste voordelen, volgens Kosters: lagere kosten en minder administratieve rompslomp.

Wie een vertrekpremie krijgt en daarvoor een goede bestemming zoekt, moet een aantal factoren in het oog houden. Allereerst de leeftijd, want die bepaalt deels je kansen op de arbeidsmarkt en dus de kans op een regulier inkomen. Ook de persoonlijke financiële situatie speelt een rol. Heeft de ontslagen werknemer een partner met inkomen? En een eigen huis? Het zijn allemaal zaken die iemands financiële behoefte op korte termijn bepalen. Dat is namelijk het allerbelangrijkste, onderstrepen deskundigen: niet wat je na je zestigste wilt, maar wat je nu nodig hebt.

Stel, iemand heeft 50.000 euro gekregen bij zijn vertrek en heeft dat bedrag direct nodig. ,,Dan kun je ervoor kiezen om in één keer af te rekenen met de fiscus'', legt Jeroen Meeboer, fiscalist bij KPMG Meijburg, uit. ,,Meestal is dat 52 procent. Het voordeel van afrekenen is dat de situatie meteen helder is, je weet precies wat je hebt.'' Meeboer kent het Gouden Handdrukfonds niet en kan daar dus geen oordeel over geven.

Wie het geld niet direct nodig heeft, kan het bedrag in porties laten uitkeren in de vorm van een lijfrente, ook wel stamrecht geheten. Voordeel is dat je minder kans hebt om in de hoogste belastinggroep te vallen. Maar er zijn wel voorwaarden aan verbonden, volgens Meeboer: ,,De periodieke uitkering moet uiterlijk ingaan in het jaar dat de rechthebbende 65 wordt en kan dus worden gebruikt als pensioenaanvulling. Bovendien gaat de kring van mensen die recht hebben op de uitkering niet verder dan de werknemer zelf, de partner en eventuele kinderen tot 30 jaar.''

De lijfrente kan worden uitgekeerd door de ex-werkgever. Meeboer: ,,Maar als je met slaande ruzie bent vertrokken bent of het bedrijf is failliet, dan kan het geld ook worden ondergebracht bij een verzekeraar. Nadeel daarvan is dat een verzekeraar niet voor niets werkt. Die kosten kunnen behoorlijk oplopen. Het is dan ook raadzaam om verschillende offertes aan te vragen.''

Wie een gouden handdruk heeft ontvangen, kan de periodieke uitkering ook in eigen hand houden. Daarvoor moet een zogeheten stamrecht-BV worden opgericht. Meeboer: ,,De ex-werknemer gaat optreden als verzekeraar voor zichzelf.'' Voor een paar duizend euro regelt de notaris de oprichting van de stamrecht-BV.

Een dergelijke constructie biedt veel voordelen, volgens Meeboer. ,,Je hebt geen beheerkosten, zoals bij de verzekeraar. Bovendien heb je veel meer vrijheid in de wijze van beleggen. Je kunt het geld bijvoorbeeld gebruiken om de hypotheek op je huis te financieren. Je kunt ook een lening afsluiten bij de eigen BV of het geld gebruiken om een bedrijf op te zetten. In dat laatste geval betaal je geen belasting: het bedrijf zit in de BV en belasting ga je pas betalen als je het geld uit de BV haalt.''

Een stamrecht-BV biedt ook voordelen boven een lijfrente in geval van overlijden. Overlijdt de ex-werknemer vóór zijn of haar 65ste en zijn er geen partner en zijn de kinderen ouder dan dertig jaar, dan `erft' niet de verzekeringsmaatschappij, zoals bij een lijfrente, maar erven de kinderen. Zij betalen weliswaar successierechten én belasting over aanmerkelijk belang én 35 procent vennootschapsbelasting, maar, stelt Meeboer, ,,in totaal is dat vrijwel gelijk aan de belasting die je had betaald als je meteen had afgerekend met de fiscus.''

Nadelen zijn er ook. Zo moet jaarlijks een winst- en verliesrekening worden opgesteld. Er moet vennootschapsbelasting worden betaald en de BV brengt kosten van de Kamer van Koophandel met zich mee. Een stamrecht-BV is voordeliger naarmate de afkoopsom van de werkgever hoger is: een verzekeraar rekent namelijk meestal een percentage over de ingelegde som, terwijl een BV altijd dezelfde kosten met zich meebrengt.

Die kosten waren voor accountants- en belastingadvieskantoor de Jong & Laan reden om het Goudenhanddrukfonds in het leven te roepen. Eric Kosters: ,,Er zijn maar weinig mensen die in één keer belasting betalen over hun gouden handdruk, misschien 1 procent van alle gevallen. Lijfrentepolissen zijn nu minder in trek, omdat de rente laag is, de kosten al gauw 3 tot 10 procent bedragen en je weinig flexibiliteit hebt. En bij de stamrecht-BV heb je voor de oprichting alleen al 18.000 euro nodig en dan hebben we het nog niet gehad over de bijkomende kosten van zo'n 4.000 euro.''

Voor het Goudenhanddrukfonds is een inlegkapitaal van ten minste duizend euro nodig. Aan de Belastingdienst wordt toestemming gevraagd en zodra die binnen is, wordt een oprichtingsakte opgesteld. Kosten: zo'n 2.500 euro. Daarna opent de particulier een bankrekening op naam van het fonds, waarop de werkgever stort. In overleg met de bank regelt de klant wat er verder met het geld gebeurt. Beleggen bijvoorbeeld. Net als bij de stamrecht-BV geldt dat je pas belasting gaat betalen zodra je geld onttrekt aan het fonds. En bij overlijden is een briefje aan de bank en de fiscus voldoende om het fonds op te heffen.