Prijzengeld lokt ook top springruiters

Sinds dit jaar kunnen springruiters geld verdienen in de landenwedstrijd. Die upgrading heeft de belangstelling aangewakkerd.

Aan de eer van volk en vaderland hebben de internationale springruiters zich nooit veel gelegen gelaten. Het zijn individualisten, die doorgaans de voorkeur gaven aan een zwaar gedoteerde wedstrijd boven een landenwedstrijd met als inzet een bokaal voor de nationale federatie. Maar de tijden zijn veranderd; de landenwedstrijd doet er weer toe. Met dank aan een sponsor.

Het Zuid-Koreaanse electronicabedrijf Samsung is sinds dit jaar een voorname nieuwe geldschieter van de internationale paardensportfederatie FEI. Als tegenprestatie heeft de FEI een competitie voor landenploegen uitgeschreven over zeven wedstrijden waaronder eind augustus ook het Rotterdamse CHIO met een finale. Naast de eer is er in de landenwedstrijd tegenwoordig veel geld te verdienen.

Er is nog een reden dat alle topruiters zich met hun toppaarden graag voor de serie landenwedstrijden beschikbaar stellen. Er is namelijk een promotie- en degradatieregeling aan de nieuwe competitie verbonden. Het laagst genoteerde land degradeert uit de zogenoemde Super League. Die plaats wordt ingenomen door het land dat de competitie wint van wedstrijden die niet tot de Super League behoren en waar het prijzengeld schamel is. Zwak presteren kan de springruiters dus niet alleen veel geld schelen, maar ook de kansen reduceren om zich adequaat voor te bereiden op internationale kampioenschappen.

Het prijzengeld is per wedstrijd vastgesteld op 140.000 euro, waarvan het winnende land 40.000 euro opstrijkt. Dat is 10.000 euro per ruiter. Voor de finale is de prijzenpot nog eens gevuld met 280.000 euro. Bij elkaar betekent het meer dan een verdubbelingen van de bedragen die voorheen konden worden geïncasseerd.

Bert Romp, bondscoach van de Nederlandse springruiters, is in zijn nopjes met de nieuwe competitie. ,,Wij hebben het afgelopen jaar alles op alles gezet om bij de acht landen te horen die in de Super League mogen uitkomen. We kunnen ons nu minimaal acht keer per seizoen meten met de sterkste ruiters van Europa. Optimaler kan een voorbereiding op de grote wedstrijden en volgend jaar de Olympische Spelen in Athene volgens mij niet zijn.''

De nieuwe competitie betekent wel een fysieke aanslag op de paarden, waarvoor het vrijwel onmogelijk is die in alle wedstrijden in te zetten. Om die reden zal Romp naast de ruiters uit het A-kader steeds een beroep doen op het B-kader. Prettig neveneffect is dat die categorie ervaring op het hoogste niveau kan opdoen.

Voor Romp is het echter een uitgemaakte zaak dat hij bij het CHIO van Aken, dat ook deel uitmaakt van de reeks, en de Europese kampioenschappen in het Duitse Donaueschingen alleen paarden uit de A-categorie zal inzetten. ,,In overleg met Angelique Hoorn, olympisch kampioen Jeroen Dubbeldam, Gert-Jan Bruggink, Gerco Schröder, Jan Tops en Eric van der Vleuten hebben we een individueel programma opgesteld dat het beste bij paard en ruiter past; met als doel optimaal presteren in Aken en bij de EK.''

Grote afwezige in de Super League is Zwitserland, dat door tegenvallende prestaties, vorig jaar bij de WK in Jerez buiten de de boot is gevallen. De Ieren snoepten die plaats van de Zwiters af, hoewel zij voor de toelastingseis in punten gelijk waren geëindigd. De hogere klassering van Ierland bij de WK gaf de doorslag.

De Zwitsers lieten het er niet bij zitten en spanden een zaak aan bij het internationale hof van arbitrage voor de sport (CAS) in Lausanne. Gistermiddag, minder dan 48 uur voordat in het Franse La Baule de eerste wedstrijd in de Super League wordt gehouden, kwam de uitspraak. De Zwitsers mogen niet meedoen.

In de Grote Prijs, waarmee gisteren in La Baule werd begonnen, drong van de Nederlanders alleen Gert-Jan Bruggink door tot de beste achttien ruiters in de tweede ronde. Dat had de Twentse ruiter te danken aan de snelle tijd die hij met Marome ten koste van een springfoutje realiseerde. Veel kans op een hoge klassering had hij niet, omdat maar liefst dertien combinaties foutloos bleven. In de tweede ronde haalde Bruggink de eindstreep niet. Hij eindigde als achttiende, terwijl de onbekende Ier Billy Twomey met Luidam de Grote Prijs won.