Parelwit

De Achterpagina bezoekt bijzonder kleedkamers. Vandaag de laatste, die van de Toneelschuur in Haarlem, het nieuwe theater dat vandaag officieel wordt geopend.

Parelwit zijn de muren, grijs is de vloer, de vlakverdeling van de wanden is strak en geometrisch. Het is of we een schilderij van Mondriaan binnenstappen, zo transparant dient de kleedkamer zich aan van de Haarlemse Toneelschuur aan de Lange Begijnestraat, sinds maart van dit jaar in gebruik en daarom ook vol enthousiasme de Nieuwe Toneelschuur genoemd. De entourage is elementair.

Striptekenaar Joost Swarte is architect van dit theater, en dus ook architect van de kleedkamer. Die valt op door alles wat er niet is. Geen rustbed (,,Dat moet er nog komen'', aldus Swarte), evenmin een bankstel om voor, tijdens of na de voorstelling de gespannenheid van lichaam en geest te temperen. Opvallend is onmogelijkheid kleren en zelfs kostuums kwijt te kunnen, behalve aan die ene kapstok met, wederom, één knaapje. Dat hebben we eerder geconstateerd op onze tocht langs tien Nederlandse kleedkamers; telkens één droef hangertje.

Joost Swarte is nog regelmatig in zijn nieuwe gebouw te vinden. ,,Wat ik allereerst wilde'', zegt hij, ,,is dat daglicht de kleedkamer binnenkomt. De acteurs en actrices moeten weten wat voor weer het is, zelfs de zaal heeft contact met buiten. De Toneelschuur heeft de taak nieuwe vormen van theater te ontwikkelen, en daar hoort het daglicht bij. Niet altijd het donkere, dat van de buitenwereld afgesneden zijn.''

In de nieuwe behuizing, waar al tal van voorstellingen zijn uitgebracht, hebben de kunstenaars geen enkel spoor nagelaten. De beide kleedkamers van de grote zaal liggen gespiegeld tegenover elkaar met een natte ruimte (toiletten, vier douches, een wasmachine en droger, een koelkast met flessen mineraalwater) ertussen. Via een intercom is er contact met de zaal die een verdieping lager ligt, dus alleen te bereiken via twee trappen. Per kleedkamer acht spiegels met 35 gloeilampen in een krans eromheen. De stijlvolle stoelen zijn van de Vlaamse ontwerper Maarten Van Severen. Het enige kleuraccent komt van een fruitschaal met helgroene appels, granny smiths.

,,Dat grijs en parelwit'', vertelt Swarte nog, ,,moet de sfeer weghalen waarin veel vrijgezellen wonen. Die kunnen net een zwarte vloer aan, witte muren en chromen meubelen. Dat wilde ik niet.''

Zijn broer, de theatermaker Rieks Swarte, deed hem enkele goede ideeën aan de hand. De gloeilampen bijvoorbeeld boven de schminktafels mogen niet te laag geplaatst zijn. Acteurs en actrices schuiven hun toilettas gemakkelijk tegen de hete lamp aan met als gevolg een kleedkamerbrandje. Staat iedereen op het toneel, dan kan zo'n kleinigheid ernstige gevolgen hebben.

De smetteloosheid van deze kleedkamer staat niet toe dat welke kunstenaar dan ook zijn sporen nalaat. Er is zelfs geen gastenboek voorhanden, zoals in de kleedkamer van het Amsterdamse Concertgebouw. En je handtekening plaatsen op die prachtige vlakken van de wanden, helder als schrijfpapier, zal wel niemand wagen. Nee, deze gloednieuwe kleedkamer is de anoniemste en de strengste van dit land. Er is geen mogelijkheid voor de toneelspelers getuigenis af te leggen van hun aanwezigheid hier. Joost Swarte heeft hen de rol gegeven die hen toekomt: `vluchtige kroniekschrijvers te zijn van hun tijd', zoals Shakespeare zegt. Ze mogen opkomen en weer verdwijnen op de speelvloer en in de kleedkamer.