Op kamers is te duur

Dilemma 2. Opgroeiende kinderen zijn een forse kostenpost in het huishouden. Wat kunnen ouders doen om de kosten te verlagen? Een goedkopere school? En moeten uitwonende kinderen weer thuis gaan wonen?

Wim (45) en Katja (43) hebben twee dochters. Vier jaar geleden stapte Wim op bij zijn werkgever, een hoveniersbedrijf, om zijn eigen bureau voor tuinarchitectuur op te zetten. ,,Het gaat goed met de economie en mensen geven grif geld uit aan `luxeproducten' als een aangelegde tuin'', zo was zijn redenering. Maar het tij keerde zo'n anderhalf jaar geleden. Opdrachten werden afgezegd, uitgesteld of beperkt: geen Japanse vijver met Koi-karpers, maar gewoon een bak met goudvissen.

Wims inkomsten daalden met zo'n 40 procent, zo schat hij. Katja gaf tweeënhalf jaar geleden haar baan als bejaardenverzorgster op. ,,Wim kon toen het werk nauwelijks aan. Het leek een goed idee mijn tijd in zijn zaak te investeren. Inmiddels ben ik weer aan het werk in een verzorgingshuis, om de huishoudkas enigszins te spekken. Ik werk een dag per week. Meer konden ze me niet bieden.''

Hun twee dochters van 19 en 17 wonen beiden thuis. Ilse gaat in september Engels studeren in Amsterdam en wil het liefst op kamers gaan wonen. Haar ouders denken daar anders over. ,,Een paar jaar geleden hadden we gezegd: duik maar lekker het studentenleven in. Nu zien we op tegen de kosten. Natuurlijk krijgt ze wel een beurs, maar uitwonende studenten geven ook veel geld uit en dan hebben ze aan het eind van de maand toch een financieel steuntje in de rug nodig'', denkt Wim. ,,En vergeet de inrichting van een studentenkamer niet. Je wilt je kind ook niet in een onverzorgde bezemkast laten wonen.''

De redenering van Wim en Katja klopt. Hoewel een uitwonende student een hogere beurs krijgt dan een thuiswonende, blijkt de eerste vaker rood te staan. De belangrijkste oorzaken: geld rolt gemakkelijker als de bankafschriften en aanmaningen niet op de deurmat van de ouders belanden én studenten op kamers gaan aanzienlijk vaker uit eten en drinken dan studenten die meedraaien in een `gewoon' gezinsleven. Het Nibud constateerde dat de uitwonende categorie vaker een financieel beroep doet op ouders dan de thuiswonende. Kortom, een thuiswonend kind is uiteindelijk vaak `goedkoper.'

Marieke ,,baalt'' dat haar oudere zus voorlopig niet op kamers mag, ,,want dan kan ik dat zeker ook vergeten na mijn eindexamen.'' Volgend schooljaar hoopt ze haar VWO af te ronden, waarna ze fysiotherapie wil studeren. Het eindexamenjaar begint op Marieke's school traditioneel met een schoolreis van een week naar het buitenland, waaraan de ouders worden geacht 200 euro bij te dragen. ,,Opgeteld bij het lesgeld van ruim 800 euro, wordt dat ons te veel.'' Dat lesgeld is een jaarlijkse bijdrage vanaf het schooljaar waarin het kind 16 jaar of ouder is.

Katja is onder luid protest van haar dochter al wezen praten op school en zij kan een beroep doen op een fonds dat minder vermogende ouders van leerlingen tegemoetkomt, bijvoorbeeld bij een schoolreis. ,,Je schaamt je ernaar te moeten vragen. En Marieke dacht dat haar hele klas ervan zou weten. Maar de regeling is anoniem. Marieke krijgt net als haar klasgenoten gewoon een bevestiging uitgereikt dat het geld voor de reis is ontvangen.''

Een rondje langs een aantal middelbare scholen levert op dat ouders spaarzaam gebruikmaken van regelingen voor projecten en schoolreizen. Schaamte lijkt de grootste drempel, al weten waarschijnlijk veel ouders niet eens dat dergelijke `potjes' op scholen bestaan. Wel wordt het huren in plaats van het jaarlijks kopen van schoolmateriaal steeds meer gemeengoed. ,,Boeken huren deden we al jaren'', vertelt Katja. ,,Niet omdat we nieuwe boeken niet konden betalen, maar omdat de school van Ilse en Marieke het zelf alle ouders aanraadde.''

Behalve bij de scholen zelf kunnen ouders van scholieren ook terecht bij de gemeente, mochten zij financieel in de knel raken. Bij de afdeling Onderwijs kunnen zij een verzoek indienen voor een bijdrage uit het gemeentelijk studiefonds. Ook de Informatie Beheer Groep (IBG) kan soelaas bieden en een Tegemoetkoming Schoolkosten uitkeren. Voorwaarde is dat het schoolgaande kind jonger is dan achttien jaar en een reguliere (dus geen particuliere) school bezoekt. Om het komende schooljaar in aanmerking te komen voor maximale tegemoetkomingen in schoolkosten en lesgeld, mag het inkomen in 2001 niet hoger zijn geweest dan 26.967 euro. Overigens kunnen ouders bij een plotselinge daling van het inkomen ná 2001 een verzoek indienen om 2002 als ijkjaar te nemen.

Wim en Katja kenden deze mogelijkheden van tevoren niet. ,,Er gaat stukje bij beetje een wereld voor ons open, nu het slecht gaat'', zegt Wim. ,,Het punt is dat je pas goed gaat onderzoeken wat er mogelijk is, als het eigenlijk al te laat is, als het water je al aan de lippen staat.''

Die mogelijkheden voor extra ondersteuning zijn er overigens niet alleen voor ouders van middelbare scholieren. Ook voor leerlingen van basisscholen zijn er allemaal potjes waaruit sportkleding, schoolreisjes en onderwijsmateriaal kunnen worden betaald als ouders dat zelf niet kunnen. En er valt nog meer te besparen op onderwijskosten op de basisschool: de ouderbijdrage (scholen vragen gemiddeld 28 euro per kind) is vrijwillig en geen verplichte kostenpost. Een op de drie ouders weet dat niet, constateerde het Sociaal en Cultureel Planbureau vorig jaar, en een op de zes scholen verzuimt het vrijwillige karakter van de bijdrage in haar informatiemateriaal te vermelden. De onderwijsinspectie gaat deze scholen voortaan wijzen op hun nalatigheid.

Om privacyredenen blijft de achternaam van het gezin onvermeld.