OM verliest weer voorkenniszaak

Justitie heeft opnieuw tegenslag in de strijd tegen voorkennis. Een van de weinige voorkenniszaken die het openbaar ministerie (OM) met succes had vervolgd is deze week teruggedraaid. De Hoge Raad heeft een uitspraak van het hof in Amsterdam, waarbij twee Rotterdammers werden veroordeeld voor handel met voorwetenschap in opties Nedlloyd, vernietigd.

Dat heeft de raadsman van de twee particuliere beleggers, D. Doorenbos, gisteren bevestigd. Vorige week kreeg het openbaar ministerie nul op het rekest in een voorkenniszaak tegen voormalig Philips-president Cor Boonstra. Met de vernietiging van het Nedlloyd-arrest wordt het aantal voorkenniszaken in Nederland dat ooit tot een veroordeling heeft geleid teruggebracht tot twee. In de Nedlloyd-zaak werden de verdachten destijds veroordeeld op basis van indirecte bewijsvoering en opmerkelijke omstandigheden en feiten. De Hoge Raad stelt in het arrest van afgelopen week dat er niet genoeg bewijsmiddelen zijn aangedragen waaruit blijkt dat de twee Rotterdammers over voorkennis beschikten.

Raadsman Doorenbos zegt desgevraagd tevreden te zijn met de uitspraak, hoewel ,,de Hoge Raad wel kritischer had mogen zijn''. Het openbaar ministerie vindt het ,,jammer'' dat de zaak weer moet worden voorgebracht.

In april 1999 werden in de Nedlloyd-zaak een vader en zijn schoonzoon tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, veroordeeld. In hoger beroep werd dit vonnis in februari 2001 bevestigd. De celstraf werd daarbij omgezet in 240 uur dienstverlening. De Hoge Raad heeft de zaak nu terugverwezen naar het gerechtshof.

De twee verdachten kochten in november 1995 voor het eerst in hun leven vijfhonderd put-opties Nedlloyd (waarmee op een koersdaling werd gespeculeerd), daags voordat het transportbedrijf met slecht nieuws kwam. Zij verdienden daarmee ruim 63.000 euro.