`Nederlandse top niet in trek'

Nederlandse topmannen zeggen dat ze dreigen te worden weggekocht door het buitenland als ze hier niet méér mogen verdienen. `Dat is onzin.'

Ben Verwaayen is de baas van British Telecom. Onno Ruding zit al jarenlang in de directie van Citibank, een Amerikaanse dochter van Citigroup. Nederlanders in de top van grote ondernemingen in het buitenland, ze zijn op één hand te tellen.

Niettemin is het beloningsniveau in het buitenland tegenwoordig de maatstaf voor de hoogte van de lonen van Nederlandse managers. Bij bank en verzekeraar ING gaat het salaris van de raad van bestuur binnen drie jaar met 60 procent omhoog. De beloning van bestuursvoorzitter Ewald Kist en consorten was te veel achtergebleven bij de concurrentie, vooral die uit buitenland. De discussie over het `graaien van de top' is sindsdien weer opgelaaid in Nederland. Grote ondernemingen schrappen dagelijks banen en werknemers moeten salaris inleveren. Maar de top ontvangt soms juist hogere beloningen.

Deze week heeft Kist voor het eerst een toelichting gegeven via Forum, het huisblad van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Er moeten volgens de topman afspraken in Nederland worden gemaakt over de wijze waarop de beloningen worden vastgesteld om excessen te voorkomen. Wel stelde hij dat het logisch is dat topmanagers bij ING de eis stellen marktconform te belonen. ,,Doen wij dat niet, dan raken we veel talent kwijt.''

De vraag is aan wie? Is Kist al benaderd voor een overstap door een buitenlandse concurrent? Jos van Hezewijk, directeur van onderzoeksbureau Elite Network Research, is sceptisch over het weglopen van topmanagers naar het buitenland. Hij komt in zijn database niet veel Nederlanders tegen op hoge plaatsen in buitenlandse ondernemingen. ,,Internationale concurrentie als argument voor hogere beloningen is onzin'', constateert Van Hezewijk. ,,Je ziet dat het buitenlandse bedrijfsleven eerder nationalistischer is, waardoor er weinig plaats is voor buitenlanders op hoge functies. Nederlanders worden bijna nooit weggekocht door buitenlandse concerns.''

Anders dan de managers, worden de Nederlandse topvoetballers wel weggekocht. Zij kunnen voor forse salarissen aan de slag in de Spaanse, Duits, Engelse of Italiaanse competitie. Maar een soortgelijke internationale arbeidsmarkt voor managers is er eigenlijk niet. ,,Je ziet hier geen buitenlandse ondernemingen in de rij staan voor Nederlandse managers'', zegt Rob Vinke, hoogleraar personeelsmanagement aan de Universiteit Nyenrode. ,,Een voetballer past in een spelconcept en kan zo beginnen, maar dat kan je niet zeggen van een manager. De bedrijfscultuur aanvoelen, de taal beheersen, de markt van een ander land goed kennen, je stapt als manager niet zo maar even over en succes is niet gegarandeerd.''

Er zijn wel Nederlandse managers te vinden in het buitenland. ,,In alle belangrijke financiële centra, bijvoorbeeld in Londen, New York of Hongkong, zitten managers van Nederlandse komaf'', zegt Chris de Groot, managing-director van Financial Assets, een headhunter voor de financiële sector. Vaak zijn ze al op jonge leeftijd vertrokken naar het buitenland, en hebben daar hun carrière gemaakt. De Groot: ,,Dan heb je toegevoegde waarde. In buitenland staat men neutraal tegenover Nederlandse managers, ze zijn niet bijzonder veel gevraagd. Als je in Nederland twintig jaar ervaring hebt als divisiedirecteur van een bank, dan ben je alleen om die reden echt niet interessant voor buitenlandse ondernemingen.''

Vinke van Nyenrode stelt voor om de beloningen eens te laten uitzoeken door een `waarheidscommissie'. Waarom moeten managers meer verdienen? Hoe zit het met de beloningen in natura, de auto's met chauffeur, de leningen van het bedrijf aan de topman die worden kwijtgescholden? ,,Je vindt als bestuurder altijd iemand anders die meer verdient dan jij of iemand die minder verdient. Maar daar verwijzen managers niet naar in deze discussie.''