Nederland wil strafrecht in Europa niet harmoniseren

Nederland verzet zich voorlopig tegen verdere harmonisering en uniformering van Europese regelgeving op strafrechtelijk terrein. Dit zegt demissionair minister van Justitie Donner in een vraaggesprek met deze krant.

Donner kondigt aan dat Nederland hiervan in de lopende onderhandelingen over een Europese grondwet ,,een hard punt'' maakt. Zo'n grondwet wordt momenteel voorbereid door de Europese Conventie, die over ruim een maand wordt afgesloten. Donners opstelling betekent dat Nederland op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken (politie) vasthoudt aan Europese besluitvorming op basis van unanimiteit (vetomacht). Nederland verzet zich dus tegen plannen om op dit terrein meer meerderheidsbesluitvorming te introduceren.

Tot dusver stond Nederland overwegend welwillend tegenover verdere integratie op strafrechtelijk terrein binnen de Europese Unie. Maar Nederland trapt nu, op initiatief van Donner, op de rem. Verdere harmonisering en uniformering leiden niet automatisch tot effectievere bestrijding van de criminaliteit, aldus Donner.

De minister wil eerst een brede Europese discussie over de wijze waarop de EU-landen de samenwerking van politie en justitie op strafrechtelijk gebied het best gestalte kunnen geven. Hij stelt voor onderscheid te maken tussen twee categorieën delicten. Delicten met een grensoverschrijdende dimensie en delicten met een louter `nationaal' karakter. Alleen voor de eerste categorie, volgens Donners schatting tien procent van de totale criminaliteit, zou uniformering van de strafrechtstelsels van de EU nog nagestreefd moeten worden. Hij denkt daarbij aan terrorisme, mensensmokkel, grootschalige drugshandel en valsemunterij. De minister erkent laat te zijn met zijn interventie in Brussel, maar wijst erop dat na de Conventie het laatste woord over de Europese grondwet aan de regeringsleiders van de EU-landen is. Donner ontvouwde zijn ideeën twee weken geleden bij de opening van het hoofdkantoor van Eurojust, de instantie die de justitiële samenwerking in de EU coördineert.

Interview: pagina 2

Hoofdartikel: pagina 7