Liever boos dan depressief

Tegen mensen die makkelijk boos worden wordt vaak opgekeken, schrijft Ellen de Bruin. Wel lopen ze meer kans op een scheiding of een hartaanval.

Het zal niet helemaal toevallig zijn: in deze tijd van nogal agressieve Amerikaanse buitenlandpolitiek bevat het huisorgaan van de Amerikaanse Psychologische Associatie (APA) plotseling een special over boosheid, met daarin onder meer een artikel over de positieve kanten van deze emotie (`When anger's a plus').

Boosheid heeft een imagoprobleem, als we de APA Monitor mogen geloven. En dat terwijl boosheid in slechts één op de tien gevallen met fysiek geweld samengaat, aldus de Monitor, en dan nog voornamelijk in de vorm van `het gooien met kleine voorwerpen, zoals potloden'. Dat blijkt uit onderzoek van boosheidspsychologen Howard Kassinove en Chip Tafrate. In 58 procent van de gevallen wordt er slechts gegild en geschreeuwd. Bovendien kan boosheid een hele cultuur ten goede keren, zegt psychologe Carol Travis (auteur van Anger: The Misunderstood Emotion). De vrouwenbeweging was immers nergens gekomen als ze had gepiept: jongens, het is zo oneerlijk allemaal, wij zijn ook mensen, luister nou toch en geef ons stemrecht.

Het mag allemaal zo zijn, het onderzoek dat de Monitor aanhaalt om boosheid definitief van zijn slechte reputatie te bevrijden is niet echt overtuigend. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de meeste mensen die boos geworden zijn, daar op de lange termijn vooral de positieve gevolgen van inzien. Maar hetzelfde gebeurt bij mensen die overspannen zijn geweest, en de meeste mensen kijken zelfs vrolijk terug op hun vervelendste vakantie-ervaringen – zo zit ons psychologisch afweersysteem nu eenmaal in elkaar. Verder blijkt dat mensen die boos worden, daaraan status ontlenen: er wordt meer tegen hen opgekeken dan tegen mensen die hun verdriet of schuldgevoelens laten zien. Maar is dat nou zo constructief?

Wel gezond is dat mensen die gemakkelijk boos worden, zich over het algemeen zekerder voelen en een sterker gevoel van controle over de wereld hebben dan de wat bangere tiepjes. Maar daar staat weer tegenover dat ze meer kans lopen op een scheiding of een hartaanval, al denken ze zelf juist van niet. En volgens een ander artikel in de Monitor-boosheidsspecial kan het ongeremd ventileren van je boosheid ertoe leiden dat je een steeds grimmiger, vijandiger mens wordt. Boosheid lucht dus niet echt op.

Wanneer is boosheid wél goed? Als je het als signaal opvat dat er iets moet veranderen, aldus de Monitor, en als je dat vervolgens op een constructieve manier probeert te doen. Je eigen boosheid negeren is in elk geval ook niet constructief. Vooral vrouwen hebben daar nogal eens een handje van, zo blijkt, en daar worden ze nerveus, paniekerig en depressief van.

Dan inderdaad maar beter boos.