Krijgsmacht

Het opinie-artikel `Krijgsmacht is ondoelmatig' van Frans Timmermans (NRC Handelsblad, 5 mei) is in drie opzichten opvallend: de beperkte analyse en daardoor foutieve conclusies die hij trekt, de nogal populistische toonzetting en tot slot het gemak waarmee Timmermans zich van zijn eigen verantwoordelijkheid distantieert.

Timmermans constateert terecht dat de Nederlandse krijgsmacht nog steeds is georganiseerd op basis van veronderstellingen uit de Koude Oorlog en niet over de juiste capaciteiten beschikt. Hierdoor wordt de politieke en militaire relevantie van de krijgsmacht aangetast.

Zorgwekkend is inderdaad dat de instandhouding van deze capaciteiten onevenredig beslag legt op de steeds beperktere financiële middelen van Defensie. Dit gaat weer ten koste van de exploitatie van de krijgsmacht waardoor de geoefendheid van de operationele eenheden wordt aangetast en bij elke uitzending discussie ontstaat over de financiering ervan, zoals ook nu weer bij een eventuele inzet in Irak.

Maar Timmermans wijst te makkelijk met een beschuldigende vinger naar de defensietop. De visie en veranderingsbereidheid van defensie laten inderdaad te wensen over, maar dat geldt zeker ook Timmermans incluis voor de politiek die de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt voor de gesignaleerde tekortkomingen. De politiek – ik doel daarbij op achtereenvolgende regeringen, ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken en parlementariërs – heeft namelijk nagelaten om op basis van een integrale visie de juiste randvoorwaarden te creëren om de effectiviteit én doelmatigheid van de krijgsmacht te kunnen waarborgen.

De hoogstnoodzakelijke herstructurering van Defensie kan alleen worden gerealiseerd als de defensietop en verantwoordelijke politici gezamenlijk een dergelijke integrale visie ontwikkelen en deze daadkrachtig implementeren. Dit vereist betere samenwerking tussen de krijgsmachtdelen onderling en de politiek.