Junior College

Het groningse college, onder leiding van burgemeester Wallage, heeft een notitie geschreven waarin gepleit wordt voor het invoeren van een tweejarige middenschool met als nieuwe benaming `junior college'. Het college benadrukt in zijn notitie herhaaldelijk dat de prioriteit ligt bij de kwetsbaren: de jongeren uit kansarme milieus, allochtonen, kortom de leerlingen die dreigen voortijdig uit te vallen en zonder enige beroepskwalificatie het onderwijs te verlaten. Vanuit dat junior college moet dan ook intensief worden samengewerkt met allerlei instanties van buiten het onderwijs op het gebied van sociale dienstverlening, zorg en vrije tijdsbesteding. Dit alles naar het voorbeeld van een aantal lagere scholen in Groningen, waar dat beleid een succes schijnt te zijn.

Dit alles lijkt mij een loffelijk streven. Het is goed problemen te benoemen en te zoeken naar wegen om die op te lossen. Maar jammer genoeg willen de bestuurders het hier niet bij laten. Zij signaleren dat ook op andere scholen problemen voorkomen en dat zo'n junior college ook voor al die andere leerlingen wenselijk zou zijn. Door ook andere schooltypen er met de haren bij te slepen wordt de discussie over de middenschool nieuw leven ingeblazen. Wallage moet onderhand toch wel weten dat dit leidt tot weerstand en daar zijn die kwetsbaren met hun problemen niet bij gebaat. Richt je daarop, zou ik zeggen. Hun problemen zijn te ernstig om te worden gefrustreerd door een hernieuwde discussie over de middenschoolideologie. Daarmee wekt de Groningse burgemeester de indruk persoonlijk prestige belangrijker te vinden dan de kwetsbaren, en dat kan toch nooit zijn bedoeling zijn.

En waar ik me net zo min in kan vinden is het onder beleidsmakers veelvuldig gebezigde verhaal dat de mavo niet zou thuishoren op een school met een havo- en vwo-afdeling. Daarmee zouden die scholen leerlingen die eigenlijk thuishoren in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, het vmbo, aan dat schooltype onttrekken. Het moet maar eens afgelopen zijn met dit onzinnige verwijt. Dus, beleidsmakers, en niet alleen die in Groningen, opgelet.

Het argument waar u zich van bedient, luidt als volgt: van de mavo-gediplomeerden stroomt slechts 5 procent door naar de havo, de rest gaat naar het mbo. Anders gezegd: ouders die hun kind met mavo-advies niet naar het vmbo sturen handelen daarmee niet in het belang van hun kind, want de kans op doorstroming naar havo is verwaarloosbaar klein. Deze redenering klopt niet.

De mavo bereidt al jaar en dag leerlingen voor op twee mogelijke leerwegen: een beroepsopleiding op middelbaar niveau of verdere theoretische scholing op de havo. Bij de introductie van de Mammoetwet werden die twee mogelijkheden onderkend als twee vanzelfsprekende doorstroommogelijkheden. De havo voor de leerlingen die in theoretische zin meer konden en wilden, voor de andere leerlingen het middelbaar beroepsonderwijs.

Sedert de invoering van de Mammoetwet zijn de meeste scholen opgegaan in grotere gehelen. Zo komen leerlingen met zowel mavo-, havo- als vwo-advies vaak terecht in de brugklas van een en dezelfde school. De leerling met een mavo-advies loopt daar niet zijn hele schoolloopbaan rond met een mavostempel. Die leerling doet het daar soms zo uitstekend dat hij na de brugperiode doorstroomt naar het vwo. Kortom, de selectie die vroeger plaatsvond aan het eind van de categoriale buurtmavo vindt nu plaats gedurende de rit. Het argument dat de mavo als onderdeel van een school voor havo en vwo onderwijsinhoudelijk geen bestaansrecht zou hebben, deugt dan ook niet.

prick@nrc.nl