Hollandse malaise

Een jaar later: tijd voor de overzichten. Wat was er vorig jaar precies gebeurd, wat stelde Pim Fortuyn nu precies voor en wat was er terecht gekomen van de politieke revolte die hij had ontketend? Wat was het nu eigenlijk? De journalistieke auteur Fons de Poel maakte de rammelende documentaire De Messias, waarin Pim binnenstebuiten werd gekeerd op die gedragen, quasi-poëtische toon waar in Nederland de televisiejournalistiek het patent op lijkt te hebben. Er was een straatgesprek in het Journaal, waarin een gepensioneerde trambestuurder die in de jaren tachtig verketterd was omdat hij zwarten koffiebonen noemde, zich door de erfenis Fortuyn alsnog gerehabiliteerd voelde. We zagen nooit eerder vertoonde beelden van een hysterisch performende Pim tijdens de Nacht van Fortuyn, die zijn leefbare collega's een multiculturele hel voorhield waarin duizenden Nederlandse bejaarde vrouwen werden mishandeld door fundamentalistische tasjesdieven zelfs Le Pen krijgt het nauwelijks zijn bek uit. Er waren beelden van de laatste restanten volksverdwazing, echte Hollandse mensen met die gezellige Hollandse verongelijktheid en agressie, die nu zonder hun leider moesten voortleven in de tyfuszooi die Nederland heet. Er waren de standbeelden, snikkende mensen, er waren Pim-tulpen die uit piëteit met champagne werden overgoten. En natuurlijk waren er de broers Fortuyn, die glorieuze zinnebeelden van het Nieuwe Nederland, waarin ordinair heel chic kan zijn, en nietsontziende commerciële necrofilie gelijk staat aan hartstochtelijk idealisme voor een samenleving waarin iedereen mag zeggen wat hij denkt.

Leerzaam, maar wat leerde je er eigenlijk van? Van de revolte van Pim, zo werd tientallen keren vastgesteld, was niets meer over, in het politieke landschap was alles weer bij het oude maar hoe dat kon, daar hoorde je niet veel over.

Hoe kan het dat de woede die Nederland na de moord op Fortuyn tot het kookpunt bracht, zo snel verdwenen was? De intellectuele slippendragers van Fortuyn piepen zo hier en daar nog wel eens in een praatprogramma dat de woede weer ondergronds gegaan is, maar in een land waarin alles en iedereen voortdurend voor de camera verschijnt, lijkt me dat wishful thinking. Het televisieprogramma dat de onvrede van het volk moest kanaliseren, De stem van Nederland, is wegens dramatische kijkcijfers alweer omgegooid: de politieke rancune eruit, het shownieuws erin. Het nationale rouwproces dat zich het afgelopen jaar in Nederland voltrokken heeft, waarbij de tranen gedroogd en de wonden geheeld werden, heeft met politiek niets te maken gehad. Het heette Idols.

Ook serieuze beschouwers konden de afgelopen week niet goed uit de voeten met die grote verdwijntruc waar was de revolte? H.J. Schoo stelde in een analyse in de Volkskrant vast dat niets bij het oude was gebleven, dat de kaarten opnieuw geschud waren, waarbij rechts tot stem van het volk was geworden en de linkse elite zich nog slechts bezighoudt met ,,de bevestiging van eigen morele en intellectuele superioriteit'' wat een nogal perfide formulering is om iedere gedachte of uitspraak die niet meteen van de straat en populistisch is bij voorbaat verdacht te maken. Intellectueel is links is tegen het volk dat heb ik wel eens eerder gehoord. Dat Schoo er zelf ook niet uitkwam, bleek uit de slotalinea's van zijn artikel, waarbij bijna alles tussen aanhalingstekens werd gezet zelfs `het volk'.

Misschien is dat het probleem: alles staat in Nederland tussen aanhalingstekens. Want de kaarten zijn niet alleen opnieuw geschud, er wordt een heel ander spel gespeeld, waarbij de termen links en rechts niet meer zijn dan strohalmen. Dat is wat de politieke analisten maar niet kunnen beseffen, dat na Fortuyn ook de politiek onderdeel geworden is van de commerciële massacultuur. In het oude wereldbeeld ontstaan politieke stromingen, die keurig van een revolutionair begin naar de apotheose van de bestuurlijke macht leiden en vervolgens aan een langzame neergang beginnen of, als ze geluk hebben, hervormd worden. Maar we leven in het tijdperk van de voortdurende metamorfose, waarin alles en iedereen flexibel is geworden waarin ook niets ook meer eenduidig is. Nederland is niet langer een land van stromingen, maar van stemmingen. Alleen daarom al is de hang naar een herijkte orde van de nieuwe elitaire conservatieven een hopeloze oefening in nostalgie.

Wat mij in al die herdenkingsprogramma's over Fortuyn opviel, was de dodelijke manier waarop zijn goede vrienden over hem spraken: op meewarige toon werd hem het een na het andere vernietigende etiket opgeplakt: hun Pim was onevenwichtig, ijdel, asociaal, larmoyant, egoïstisch, agressief en vervuld van een pathologische behoefte aan aandacht. Het duurde even voordat ik doorhad dat juist die eigenschappen samen het beeld vormden van het Nederland dat Fortuyn juist wilde bestrijden. Fortuyn bleek zelf even verweesd als de samenleving die hij moest redden.

Zulke psychologische duiding is iets waarvoor serieuze commentatoren terugschrikken, en in alle herdenkingsprogramma's werd de persoonlijke Fortuyn gescheiden gehouden van de politieke Fortuyn. Maar wil je de magie van het fenomeen verklaren, dan zul je het een met het ander moeten verbinden. Fortuyn, zo bleek uit de documentaire De Messias, zag zichzelf het liefst als Mozes die zijn volk naar het beloofde land zou leiden. In die pathologische fantasie ligt de sleutel: hij kon alleen onderdeel van een gemeenschap zijn in de rol van leider.

En precies dat is de Nederlandse malaise in een notendop. De voortdurende nadruk op zelfontplooiing en individuele vrijheid in Nederland vanaf de jaren zestig hebben het idee van een gemeenschap geërodeerd. Alle pogingen tot herstel van verantwoordelijkheid voor de publieke zaak worden ondernomen vanuit de dezelfde egocentrische geest: we willen ons sterk maken voor de gemeenschap, zolang we de baas kunnen zijn en er een royale bonus bij krijgen. Ons egalitarisme is doordrongen van geldingsdrang. Er is een grote behoefte aan leiderschap; alleen wil iedereen leider zijn. En of nu Cor Boonstra of Mohammed Cheppih aan het woord is: het is altijd de ander die zich moet leren gedragen. Geen wonder dat overal de chemie ontbreekt.

Het is die verscheurdheid doorgeschoten individualisme versus verlangen naar gemeenschap die de kern vormt van de Hollandse malaise. De onmogelijke gespletenheid in de persoonlijkheid van Pim spiegelt de verscheurdheid in Nederland zelf. De revolte van Fortuyn was geen verzet tegen die malaise, ze was er een uiting van. Geen wonder dat ze niets tot stand heeft gebracht.