Het Paard van Yudasin

In de jaren zestig heeft de FIDE eens geprobeerd korte remises uit te bannen met een regel die zei dat er pas na dertig zetten remise overeengekomen mocht worden. Dat er geen zegen op rustte bleek meteen tijdens de Olympiade in Warna 1962 toen Fischer de regel aan zijn laars lapte met de woorden ,,die is voor communistische bedriegers, niet voor mij''.

De wedstrijdleiders durfden hem geen straf te geven, want Fischer was de vechter bij uitstek die alleen remise toestond als er echt niets anders opzat.

In die oude tijden waren er voor remises zonder strijd, die eufemistisch `grootmeesterremises' werden genoemd, meer verzachtende omstandigheden dan nu. Een dag op het Hoogoventoernooi kon er zo uitzien: 's ochtends openingsvoorbereiding. Dan schaken vanaf 1 uur, tot de partij om 6 uur werd afgebroken. Afgebroken stelling analyseren, dan vanaf 8 uur 's avonds verder spelen tot 10 uur en als de partij dan op de 56ste zet nog niet uit was, wat vaak voorkwam, was er de volgende ochtend om 10 uur weer een zitting. Dan wankelde je 's middags om 1 uur naar het bord voor een nieuwe partij, met slechts één verlangen: laat die snel remise worden.

Maar natuurlijk blijft het gek als de spelers er zomaar mee ophouden omdat ze liever wat anders doen. Als voetballers hetzelfde zouden doen, zou het publiek heel raar opkijken.

In het Amerikaans kampioenschap van dit jaar werden in de laatste ronde aan drie van de topborden snelle remises gemaakt. De toeschouwers waren erg boos. Vervolgens was er de match tussen Kasparov en de computer Deep Junior, waar Kasparov de laatste partij in betere stelling remise gaf met het argument dat computers heel gevaarlijk zijn.

De partij werd rechtstreeks op de televisie uitgezonden en je kan je de hoon van de commentatoren wel voorstellen. Voorlopig geen schaken meer op de Amerikaanse televisie, denk ik.

Maurice Ashley, de eerste zwarte grootmeester, zoals hij op zijn visitekaartje meedeelt, besloot er onlangs wat aan te doen door in New York een toernooi te organiseren waarin zware boetes geheven werden op remises voor de vijftigste zet.

Het resultaat was gunstig. Slechts 36 procent van de partijen werd remise. Jonge spelers ontdekten het eindspel en vaak bleek dat het in zogenaamd dode stellingen nog heel raar kan lopen als ze maar uitgespeeld worden.

Het toernooi werd gewonnen door de vrij onbekende jonge meester Eugene Perelshteyn, die een punt voor bleef op Irina Krush, Jaan Ehlvest en Larry Christiansen.

Toen ik de partijen naspeelde kwam een oude en zeer onaangename herinnering boven. In een partij tegen Heiki Westerinen in het Hoogoventoernooi van 1970 kwam ik op het onzalige idee om met wit een paard te zetten op a1, waar het 11 zetten machteloos bleef staan tot ik aan de andere kant mat werd gezet.

Een paar mensen met een macaber gevoel voor humor richtten iets later een schaakclub op die ze Het Paard van Ree noemden.

In New York volgde de Israëlier Leonid Yudasin mijn voorbeeld. Gedeelde smart is halve smart, zal ik maar zeggen.

Wit Yudasin-zwart Krush

1. e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 Pb8-c6 3. Pb1-c3 d7-d6 4. g2-g3 g7-g6 5. Lf1-g2 Lf8-g7 6. 0-0 Pg8-f6 7. d2-d3 0-0 8. Ta1-b1 Ta8-b8 9. a2-a3 b7-b5 10. b2-b4 c5xb4 11. a3xb4 a7-a5 12. b4xa5 Dd8xa5 13. Pc3-e2 b5-b4 14. Pe2-d4 Pc6xd4 15. Pf3xd4 Lc8-d7 16. Lc1-d2 Da5-c5 17. Pd4-b3 Dc5-c7

MdMmMdlm

mMeiagcg

MmMaMbgm

mMmMmMmM

MaMmGmMm

mHmGmMAM

MmGCMAIA

mJmKmJFM

18. Pb3-a1 Wint een pion, maar veroordeelt het paard tot een ellendig bestaan. Wit doet het niet uit blinde hebzucht, maar omdat hij na andere zetten door zwarts druk tegen c2 ook slecht zou staan. 18...Pf6-g4 19. h2-h3 Pg4-e5 20. Ld2xb4 Ld7-a4 21. Dd1-d2 Pe5-c6 22. Lb4-a3 Pc6-d4 23. c2-c4 Dc7-a7 24. La3-b2 Tb8-b6 25. Lb2-c3 Tb6xb1 26. Tf1xb1 Tf8-b8 27. Tb1-c1 Waarschijnlijk was zijn laatste kans om het paard in het spel te brengen 27. Txb8+ Dxb8 28. Da2 Pe2+ 29. Dxe2 Lxc3 30. Da2. Zwart kan dan remise maken met 30...Db2 of met een pion minder zonder veel risico op winst blijven spelen. 27...Da7-c5 28. Dd2-a2 Dc5-g5 29. Tc1-f1 Pd4-e2+ 30. Da2xe2 Lg7xc3 31. De2-a2 Dg5-a5 32. Tf1-b1 Tb8xb1+ 33. Da2xb1 Da5-b4 34. Db1-a2 Dit had hij een paar zetten eerder met een tempo meer kunnen bereiken. 34...Lc3-b2 Maar nu is dit beslissend. Het witte ongelukspaard gaat verloren. 35. Da2-b1 Db4-c3 36. Db1-a2 Dc3-c1+ Zwart gaf op.