Hans en Grietje

Hoe zit het ook weer met Hans en Grietje? Ze worden door de heks gevangen. Hans wordt in een hok opgesloten. De heks wil hem vetmesten om hem tot een feestmaal te verwerken. Intussen doet Grietje de huishouding, wordt door de heks afgebeuld. Iedere dag moet Hans een vingertje door de tralies steken, de heks knijpt en als het vingertje dik genoeg is, zal het vreselijke gebeuren. Maar de heks is bijziend. Iedere dag steekt Hans een kippenbotje tussen de tralies door. (Het idee is van Grietje.) Intussen eet hij wel alles op wat hem wordt voorgezet. Dan komt het ogenblik van de ontvluchting. De kinderen rennen weg. Er is één versie waarin Hans maar ternauwernood ontsnapt, omdat hij, vetgemest als hij is, niet hard genoeg meer kan lopen.

Wat kreeg Hans te eten? Big Macs, Kentucky Fried Chicken, Magnums, Smullers, Wokkels, Submarines, gevulde Heroes, Smekkers, Knappers, Snickers en croquetten. Al dat lekkers ging de heks iedere dag voor hem in de supermarkt kopen. Alleen voor Hans? Als je in de stad om je heen kijkt, begin je te denken dat deze heks nog veel meer jongetjes en meisjes voor de braderie prepareert. Nooit in de vaderlandse geschiedenis zijn er zoveel mollige, dikke en overdikke kinderen geweest. Wat zit daarachter? Die machtige heks? Nee, het is gewoon de vrije markt waaraan we zoveel goeds te danken hebben.

Ik zag een paar flarden van een waarschuwend televisieprogramma. Eerst de schappen vol snoepgoed, vier verdiepingen vol kleurrijke zakjes, over een lengte van een meter of tien. Daarna kinderen bij de tandarts. Voorzichtig schraapt hij wat troep van de voortanden, een lichtgekleurde modderige substantie. Plak! Steeds meer kinderen worden steeds dikker. Steeds meer kinderen zijn gedwongen het ouderwetse rennen te vervangen door een postmodern snelsjokken of snelwaggelen. Steeds meer kinderen beginnen daar niet meer aan. Ze hebben het rennen vervangen door kauwen en slikken. Iedere ochtend zit ik in wat ik noem de kindertram, die de hoop van het vaderland naar school vervoert. Er is geen kind dat niet aan het kauwen is, of in een krakend zakje tast. Over een jaar of 25 hebben ze allemaal een prothese, dat wil zeggen, een uitneembaar gebit.

Eind vorig jaar zijn de ouders van een paar Amerikaanse meisjes een proces tegen McDonald's en Pizza Hut begonnen. De 14-jarige woog 95 kilo; die van 19 was tot 130 gevorderd. Iedere dag werden ze verleid tot het eten van een Big Mac en appeltaart met slagroom. Ze konden geen weerstand bieden. Iedere avond zagen ze op de televisie de reclame, dat sappige gehakt waarin gezond-gretig gebeten werd, de kaasdraden waarmee de hap van de pizza nog aan de rest verbonden was, en dan was het eigenlijk al te laat. Nu wilden de ouders een schadevergoeding van een paar miljoen en een gratis operatie voor de kinderen. Het proces loopt nog.

Omstreeks dezelfde tijd koesterde de Nederlandse overheid het plan `een campagne op te starten' ter bestrijding van het excessieve vreten. De eerste creatieve vergaderingen waren al achter de rug. Daaruit was een slagzin tevoorschijn gekomen. MAAK JE NIET DIK! Ik heb er toen een stukje over geschreven, om mijn bewonderende verbazing uit te spreken. Je ziet de kinderen voor je, nadat ze die vier woorden hebben gelezen. Verbleekt. Gooien walgend de snoepzakjes weg. Héhé! Een zakje op de grond zwerft nog tien jaar in het rond!, zei ik met een mengsel van waardering, verbazing en vermaning. Over de maak-je-niet-dik-campagne heb ik niets meer gehoord. Misschien komt er iets nog pregnanters.

Dik zijn is een voorlopig ongeneeslijke kwaal van het westen. Daarom passen we ons aan. Een reisbureau, Arke, arrangeert speciale vakanties voor dikke mensen. Het begint al in het vliegtuig met stoelen voor grote maten. In de hotelkamers is het meubilair aangepast: brede deuren, langs het zwembad extra sterke hangmatten, de waterspiegel misschien iets lager, en uitgebreide maaltijden. Een week naar Mexico voor 1.719 euro.

Er zijn verenigingen voor dikke mensen, die natuurlijk hun eigen belangen hebben. Ik spot er niet mee, ik geloof onmiddellijk dat het een probleem is. En ik ben ook niet de moralist die zich nu afvraagt waarom je in Afrika geen verenigingen van magere mensen hebt, die korting bij de luchtvaartmaatschappijen willen, en die tevreden zijn met smallere bedden en deuren in de hotels.

De enige vraag die ik stel is deze: is er een correlatie tussen het aanbod van voedsel en de omvang van de consument? Tussen suiker- en meelgehalte van de consumptie en de toestand van het gebit? Uit onderzoek van TNO blijkt dat 48 procent van de Nederlanders `te zwaar' is. Bijna acht miljoen. Hoeveel te zwaar, gemiddeld? Weten we dat, dan kunnen we uitrekenen hoeveel mensenvlees dat is, en zo komen we vanzelf weer terecht bij de heks van Hans en Grietje.