EXTRA HULP IS NIET GENOEG

Kinderen op scholen voor speciaal basisonderwijs zijn steeds vaker èchte probleemleerlingen. De onderwijsmethodes zijn er niet op berekend. `Ze begrijpen de vraagstelling vaak niet eens.'

Voortaan heet het klaslokaal `atelier'. Op De Piramide, een school voor speciaal basisonderwijs in Arnhem is er nu een taalatelier met een leeshoek, een (taal-)spelletjeshoek, een spellingshoek en een instructiehoek. Het techniekatelier heeft een legohoek, een Knex Mecanohoek en een elektronica-hoek. In de groene hoek van het wereldatelier leeft het studiemateriaal. Mustafa en Marco hebben er een wormenhotel gebouwd.

De leerlingen bepalen zelf wat ze in een atelier doen. En de een wil nu eenmaal graag weten hoe insecten leven en een ander wat Irak voor land is of hoeveel tegels op het schoolplein passen. ``Ik kijk of de vragen zinnig zijn en maak samen met de leerling een planning'', zegt leerkracht Lonneke Groeneveld. ``Een leerling kan dan met de nodige instructie aan de slag. Mijn taak bestaat vooral uit het begeleiden en stimuleren van de leerling.'' De inrichting van de ateliers kost nogal wat ruimte. Maar ruimte is er genoeg voor de 142 leerlingen op de Piramide. ``Voorheen hadden we hier op school drie keer zoveel kinderen. Het overgrote deel zit nu op een reguliere basisschool'', zegt Ied Nova, sinds twee jaar directeur van de Piramide.

Leerlingen met leer- en opvoedingsproblemen kunnen sinds het Weer-samen-naar-schoolbeleid (1997) naar een gewone basisschool. De basisscholen krijgen van de overheid geld om deze leerlingen extra zorg te bieden. Degenen die het echt niet redden in het basisonderwijs komen in het speciaal basisonderwijs terecht. Daartussen zitten kinderen met aan autisme verwante stoornissen, ADHD-kinderen, kinderen met gedragsproblemen, dyslectische kinderen met een beperkte intelligentie, kinderen met het NLD-syndroom. Zij hebben andere lesstof nodig dan de doorsnee basisschoolleerling. Alleen: die is er niet. De speciale scholen voor basisonderwijs werken al jaren met de lesmethoden die ook in het reguliere onderwijs gangbaar zijn. In hun eigen tempo en met extra oefeningen. Heel wat van de vroegere leerlingen konden daarmee uit de voeten. Maar de probleemleerling van vandaag kan dat niet, zegt Nova. ``We krijgen echt een ander soort leerling binnen. Leerlingen die finaal zijn vastgelopen in het basisonderwijs. Die zijn uitgestoten door hun afwijkende gedrag of onzeker zijn geworden door de grote leerachterstand die ze hebben opgelopen. We hebben nu veel meer last van gedragsproblemen op school: kinderen die ongemotiveerd zijn, geen enkel initiatief tonen, agressief zijn tegen elkaar. En de leerresultaten zijn gering. Ze komen er niet met de huidige methodes en wat extra hulp.''

De maat vol

De speciale scholen voor basisonderwijs komen voort uit de vroegere LOM- en MLK-scholen. Ze waren de afgelopen jaren zo druk aan het fuseren dat het onderwijs erbij is ingeschoten. Onlangs was voor de leraren van basisschool De Rozenvoorde in Rijswijk de maat vol. Een deel stapte op uit onvrede met de ouderwetse manier van lesgeven op school. In februari sloot de school haar deuren wegens personeelstekort.

De Rozenvoorde is geen uitzondering. Op de meeste scholen voor speciaal basisonderwijs schiet het onderwijs tekort. De Onderwijsinspectie bracht eind vorig jaar een vernietigend rapport uit over de kwaliteit van het onderwijs op deze scholen. Het leerstofaanbod is verouderd en past onvoldoende bij de onderwijsvraag van de leerlingen, vindt de inspectie. Ook is de leerlingenzorg onder de maat. Als er al een plan van aanpak voor een leerling bestaat, dan wordt daar in de praktijk nauwelijks gevolg aan gegeven.

Dat het leerstofaanbod verouderd is, heeft deels te maken met een desinteresse van educatieve uitgeverijen. Het speciaal basisonderwijs is een kleine markt en daarom commercieel niet interessant voor uitgeverijen. Maar het is ook lastig om een standaardpakket te ontwikkelen voor deze leerlingen. ``Het IQ van onze kinderen zit tussen de 60 en 100. En ze hebben allemaal specifieke hulpvragen. De een moet aangepakt worden op z'n gedrag, de ander moet zich leren concentreren, een volgende moet ruimtelijk inzicht worden bijgebracht'', zegt Nova van de Piramide. In de praktijk hebben leerkrachten daar wel wat op gevonden, merkt Cees Hageman van de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) in Enschede. ``De meeste leerkrachten geven zelf een draai aan een bestaande methode. Ze laten het ene kind aan de slag gaan met onderdeeltje A, een ander kind met onderdeeltje B. Voor de een kopiëren ze extra oefeningetjes, voor een volgende spreken ze een bandje in.'' Ideaal is het niet, vindt Hageman, want het vreet energie en vrije tijd van de toch al zwaar belaste docenten in het speciaal basisonderwijs.

Het ministerie van Onderwijs heeft naar aanleiding van het rapport van de Onderwijsinspectie 4,6 miljoen euro uitgetrokken voor de ontwikkeling van lesstof in het speciaal basisonderwijs. En organisaties die zich bezighouden met onderwijsontwikkeling, zoals de SLO en het Freudenthal Instituut, krijgen van het ministerie een extraatje om de scholen voor speciaal basisonderwijs bij te staan.

Zo ontwikkelt Hageman lesmateriaal voor het vak wereldoriëntatie (aardrijkskunde, geschiedenis, natuur & milieu). ``Omdat deze kinderen niet zo leesvaardig zijn, kunnen ze met de gewone methode voor aardrijkskunde en geschiedenis niet goed uit de voeten. Ze begrijpen de vraagstelling vaak niet eens'', zegt Hageman. ``Wij ontwikkelen samen met een school in Amsterdam thema's aan de hand waarvan kinderen ervaring kunnen opdoen in samenwerken, in zelfstandig onderzoek doen, in mondelinge taalvaardigheid, zonder dat ze daarvoor lappen tekst hoeven door te spitten.''

Volgens directeur Nova hebben leerlingen inderdaad problemen met de manier waarop het onderwijs wordt aangeboden. In klassikaal verband krijgen ongemotiveerde kinderen te veel kans de les te verpesten en is het ondoenlijk om in te spelen op individuele talenten en tekortkomingen. Vandaar het in maart begonnen experiment met ateliers op de Piramide, waarin leerlingen individueel of in kleine groepen werken aan een zelf gekozen project. De Piramide heeft naast geld van het ministerie ook eigen middelen ingezet. ``We zijn nog erg zoekende, maar de eerste reacties zijn hoopgevend'', zegt Nova.

Portfolio

Elke leerling heeft een portfolio. Daarin plant hij in dialoog met de leerkracht zijn werk. Leerkracht en leerling bekijken samen bij welke stappen extra uitleg nodig is. Na de les schrijft de leerling en eventueel ook de leerkracht in het portfolio hoe het project verloopt. De leerkracht houdt intussen in de gaten dat in de loop van het jaar alle onderdelen van een vak als taal of rekenen aan bod komen.

Leerkracht Lonneke Groeneveld vindt haar werk plezieriger geworden. ``Het kost veel inspanning om de kinderen goed te begeleiden. En sommige onderzoeksvragen zijn best pittig. Ik heb nu een jongen die wil weten hoe een motor werkt. Dan moet ik zelf ook de boeken in. Maar de gedragsproblemen zijn verminderd. Ik hoef nu niet meer de hele tijd te waarschuwen.''

Dat leerlingen tot op zekere hoogte zelf bepalen waarmee ze aan de slag gaan, motiveert, zegt Groeneveld. ``Vandaag had ik een jongen die van karton een huis wil maken. Hij is taalzwak, heeft een heel beperkte woordenschat. Kent bijvoorbeeld het woord schoorsteen niet. Hij noemt dat `zo'n ding op een dak'. Maar nu hij met het huis bezig is, wil hij zelf ook weten welk woord je voor elk onderdeel gebruikt. Dat werkt heel anders dan wanneer ik voor de klas ga staan en zeg: we gaan het vandaag over schoorstenen hebben. Dan hebben ze zoiets van: waarom moet ik over een schoorsteen leren?''